Categorieën
Geschiedenis Internationaal Overpeinzingen uit Koudum Verhalen

EMIGRATIE VAN KOUDUMERS NAAR ARGENTINIË ROND 1889 (3): WOUTER WOUTERS

De geschiedenis van het gezin van Wouter Wouters, een emigrant uit het Friese Koudum, biedt een aardige blik op de Nederlandse landverhuizing naar Argentinië aan het eind van de 19e eeuw. Terwijl veel van zijn tijdgenoten gedesillusioneerd terugkeerden, bleef Wouters in Zuid-Amerika en hield hij via brieven in de Friese pers contact met zijn geboortegrond.

Pagina uit het bevolkingregister van Hemelumer Oldeferd waar het vertrek naar Zuid-Amerika (Argentinië) in juli 1889 van het gezin Wouter Wouters vermeld staat.

Wouters vertrok op 4 juni 1889 met zijn vrouw en vier kinderen naar Argentinië. Zij reisden samen met andere Koudumers vanaf Rotterdam met de ss. Schiedam. Hoewel de omstandigheden onderweg vaak zwaar waren — met ziekten als mazelen en buikgriep op de loer — schreef Wouters later in zijn brieven dat hij over reis niet te klagen had. Na een zeereis van ruim een maand arriveerde het gezin in de haven van Buenos Aires.

Na aankomst verbleef het gezin vijf dagen in het emigrantenhotel. Dit ‘hotel’ stond bekend als een berucht oord: een gebouw vol ongedierte waar waarschuwingen hingen voor besmet drinkwater. Vanuit de hoofdstad werd de groep per trein naar het binnenland van Argentinië gestuurd. Het reisdoel was Mendoza, aan de voet van de Andes, zo’n duizend kilometer verwijderd van Buenos Aires.

De moderne route van Google Maps tussen Mendoza in het westen van Argentinië en Chacabuco in de provincie Buenos Aires.

De tocht naar Mendoza was een beproeving. Omdat de directe spoorlijn defect was, moest de groep omreizen via Rosario, waar ze opnieuw dagenlang in een provisorisch emigrantenhotel verbleven. Wouters beschreef de situatie later. Van de 21 Nederlandse gezinnen in zijn gezelschap sprak niemand een woord Spaans. Tijdens de laatste drie dagen van de treinreis kregen ze geen eten meer en moesten ze zichzelf maar zien te redden. Sommige gezinnen waren op dat moment al volledig berooid.

In Mendoza werd de groep gesplitst. Wouters was een van de weinigen die in deze regio bleef, terwijl anderen werden doorgestuurd naar San Juan. Hoewel de eerste jaren ongetwijfeld zwaar waren door de taalbarrière en de economische crisis die Argentinië in 1890 trof, slaagde Wouters erin een bestaan op te bouwen. Later verhuisde het gezin terug naar de provincie Buenos Aires, naar Chacabuco, een plaats die zich aan het eind van de 19e eeuw sterk ontwikkelde. Hier werkte Wouters in de landbouw.

Treinstation Chacabuco, Argentinië, gebouwd in 1884.

Uit zijn correspondentie blijkt dat Wouters zich goed aanpaste aan de Argentijnse manier van leven. Hij schreef uitgebreid over de landbouwpraktijken, de enorme afstanden op de pampa en het sociale leven. Zo deed hij in een brief uit 1893 verslag van een lokale bruiloft, waarbij hij de verschillen met de Friese tradities haarfijn uit de doeken deed.

Fragment van de eerste emigrantenbrief van Wouter Wouters, 31 mei 1893.

Wat Wouter Wouters uniek maakt, zijn de ingezonden brieven die hij schreef naar het Nieuw Advertentieblad (later bekend als ‘De Hepkema’). Tussen 1893 en 1911 werden achttien van zijn brieven gepubliceerd. In deze brieven nam hij het vaak op voor zijn nieuwe vaderland. In 1910 ontstond er zelfs een discussie in de krant tussen Wouters en een andere Koudumer, Jarig van Dam. Van Dam was na twee jaar gedesillusioneerd uit Argentinië teruggekeerd en schilderde het land af als een plek van ellende. Wouters reageerde fel en stelde dat degenen die terugkeerden simpelweg te weinig geduld hadden getoond. Volgens hem was Argentinië een land van ongekende mogelijkheden, mits men bereid was de handen uit de mouwen te steken en de taal te leren.

Wouters noemt in zijn brieven af en toe namen van dorpsgenoten die hij tegenkwam. Zo schreef hij over het bezoek van Jelle de Hoop en diens vrouw, die vier dagen bij hem logeerden en vertelden dat ze “best hun brood verdienden”. Ook schreef hij over het wel en wee van gezinnen zoals die van Jan Koornstra en Douwe Visser. Soms bracht hij slecht nieuws, als het een gezin minder voor de wind ging door ziekte of tegenvallende oogsten, maar meestal was zijn toon optimistisch.

Slot van de ingezonden brief van Wouter Wouters in het Nieuwsblad van Friesland, 31 augustus 1907.

In tegenstelling tot veel andere Nederlanders die na de crisis van 1890 teruggingen naar Europa, bleef het gezin Wouters in Argentinië. De familie integreerde volledig in de Argentijnse samenleving. De kinderen groeiden op in een land dat in die tijd een enorme groei doormaakte en Wouters zag zichzelf uiteindelijk als een trotse inwoner van zijn nieuwe land, zonder zijn Friese wortels ooit te verloochenen. Zo staat er meestal onder de brieven: “Wouter Wouters, van Koudum”.

Wouter Wouters stierf in Argentinië, ver van Koudum, maar zijn verslagen in de krant zorgen ervoor dat een deel van zijn verhaal tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven als een aardig staaltje van Friese pioniersgeest in Zuid-Amerika.

Het volledige verhaal van Wouter Wouters, inclusief de ingezonden brieven, staat op de website van Histoarysk Koudum. Eerdere artikelen over de emigratie van Koudumer gezinnen op Brekt staan hier (1) en hier (2).

© Jelle van der Meulen