Door Joute de Graaf ©
Als zelfbenoemde ‘informateur’ zijn ze bij mij goedkoop uit. Flesje wijn en oranjekoek. Klaar! Dit schreef ik direct na de gemeenteraadsverkiezingen, die op woensdag 18 maart werden gehouden. Vervolgens kwam een actuele aanvulling.
Je moet natuurlijk kijken naar winst en verlies, om op basis van de verkiezingsuitslag te formeren en de wethoudersposten toe te wijzen aan de coalitiepartijen die ik voorstel.
Daar horen een aantal uitgangspunten bij:
1. Wie verloor levert in…
2. Opgedane ervaring bewaren en waar mogelijk honoreren.
3. Kijken naar de expertise-achtergrond van kandidaten.
4. Je moet als wethouder beleidsambtenaren in je portefeuille tegengas kunnen geven bij wat ze voorstellen. Er ‘boven’ kunnen staan op basis van kennis van zaken…
5. Je moet als wethouder de juiste zoekopdrachten geven aan ingehuurde adviesbureaus, en… ‘nee’ durven zeggen en er gevolg aan geven als de burgers bij grote meerderheid voorstellen afwijzen, zoals bij het autoluwe project van de binnenstad Sneek.
De gemeente Súdwest-Fryslân werd in feite te groot geformeerd, maar dat is een gepasseerd station. Het vereist nu opnieuw aandacht om professionele besturing te krijgen. We bleven deels hangen in amateurisme.
Ook ontwikkelt zich duidelijker de afstandelijkheid en het centraliseren vanuit ‘fort Sneek’. Dat kan en moet beter om de dorpen en andere stadjes tot hun recht te laten komen. Hierbij is een rationele beschouwing nodig.
De analyse van Rimmer Mulder in de LC van 20 maart, dat gemeenten nóg groter zouden moeten worden, volg ik niet. Ik begrijp zijn argumenten wel dat er te weinig kennis is in het gemeentelijk apparaat, als de taken en problemen toenemen, maar om dan de oplossing te kiezen van schaalvergroting zal de burger geen goed gevoel geven. Het werkt nog meer afstandelijkheid in de hand.
Wat wordt bijvoorbeeld bereikt door Fryslân in vier gemeenten in te delen? Hoe bereik je dan als burger het stadhuis nog? Er ontstaat nog meer onvrede. Het is de dood in de pot. Schaf dan de gemeenten maar af…
Terug naar Súdwest Fryslân. Ik verkende de profielen van wat mensen op de partijlijsten. Een interessante mogelijkheid tot formeren van een nieuwe coalitie voor de gemeente Súdwest-Fryslân was een coalitie van CDA, PvdA/GL, D66 en VVD.
Ik kwam in mijn voorstel uit op twee wethouders voor het CDA en de andere drie partijen leveren elk één wethouder. Dat geeft het volgende overzicht:
CDA: Economischezaken, Sport, Gebiedszaken (Dam)
CDA: Jeugd, Onderwijs,Cultuur en Kunst. (Van den Akker)
GL-PvdA: Sociaal Domein (Poelman)
D66: Financiën, Kernenbeleid, Duurzaamheid en Klimaat (Bijma) VVD: Ruimtelijke Ordening en Ontwikkeling, Omgevingswet (Kruit)
In zekere mate allemaal zaakkundige en ervaren mensen voor een nieuw college. Dat zou dus praktisch en snel geregeld kunnen worden.
Maar men deed het anders!
Er kwamen berichten dat de nieuwe collegesamenstelling voor de verkiezingen al was bekokstoofd. Het nieuwe college werd geïnstalleerd. PRO Súdwest kreeg weer 2 wethouders. Ik formuleer het voorzichtig, maar Rietman scoorde een onvoldoende in zijn eerste periode.
Als hij nu weer meent door te moeten gaan met de plannen voor autoluw Sneek dan blijkt hij een slechte luisteraar. Zijn adviseurs snappen niet wat passend is bij Sneek. Zoek op FB nog eens op welke ( m.i.) veel betere mogelijkheden er zijn. Rietman en collega’s hebben ‘NEE’ gezegd tegen de gegeven adviezen. Klauwenvol geld wordt uitgegeven aan de herinrichting van de Singel. En wat krijgen we? Ellende, ongemak en ruzies. Hoe willen Rietman en zijn collega’s waarmaken dat burgers mogen ‘meepraten deze collegeperiode 2026-2030?
Ik wil me niet te veel meer mengen in de discussies, maar vergelijk de oplossingen die andere steden hanteerden en het 12-puntenplan wat ik schreef met de onrijpe voorstellen die er nu liggen.