Home

  • POËZIE

    HET KIND EN IK

    Ik zou een dag uit vissen,
    ik voelde mij moedeloos.
    Ik maakte tussen de lissen
    met de hand een wak in het kroos.

    Er steeg licht op van beneden
    uit de zwarte spiegelgrond.
    Ik zag een tuin onbetreden
    en een kind dat daar stond.

    Het stond aan zijn schrijftafel
    te schrijven op een lei.
    Het woord onder de griffel
    herkende ik, was van mij.

    Maar toen heeft het geschreven,
    zonder haast en zonder schroom,
    al wat ik van mijn leven
    nog ooit te schrijven droom.

    En telkens als ik even
    knikte dat ik het wist,
    liet hij het water beven
    en het werd uitgewist.

    Martinus Nijhoff (1894-1953)
    Uit zijn derde bundel Nieuwe gedichten, 1934.

  • Limerick

    EEN NIEUWE HAAN
    EEN NIEUWE HAAN

    Een nieuwe haan maakt in Grootegast                                       

    een toom kippen echt dolenthousiast

    het bleek slechts een droom…

    hij kwam zonder schroom

    nog diezelfde avond uit de kast.

    © Sjoerd Vriesema