Categorieën
Commentaar Cultuur Evenement Geschiedenis Landbouw Natuur en milieu Sociaal

BOEREN

Door © Wim Jellema

Het verhaal – vrij naar het boek van Frank Westerman – gaat over boeren die ongeveer een eeuw geleden stinkend rijk werden omdat de graanprijzen heel hoog waren. Noordoost-Groningen was destijds de graanzolder van Europa. Met dat geld bouwden de boeren borgen die zo gebouwd waren dat ze geen enkel contact hoefden te hebben met de arbeiders. De arbeiders leefden en werkten volkomen gescheiden. De lonen waren laag, de levensomstandigheden erbarmelijk. Maar daar hadden de boeren letterlijk en figuurlijk geen oog voor. De arbeiders werden aan hun lot overgelaten. In een scene in de voorstelling smeet een herenboer met muntjes naar de arbeiders.

Dit boek kwam als paperback uit in 2010.

De arbeiders gingen zich verenigen en kwamen in opstand. Het resulteerde in één van de langste stakingen in de geschiedenis. Die stakingen werden ondermijnd doordat de boeren gereformeerde arbeiders vanuit Zeeland naar Groningen haalden en landbouwmachines importeerden uit Duitsland. De strijd verhardde. De communistische partij kreeg voet aan de grond onder de arbeiders en in reactie daarop groeide onder de boeren de aanhang voor de NSB.

Door de vertelster bij de voorstelling werd het gedrag van de boeren getypeerd als hoogmoed. De wereld behoorde hen toe en dat was in hun ogen helemaal hun eigen verdienste.

Anno 2026 zien de boeren zichzelf vooral als slachtoffers. Mark van den Oever, voorman  van Farmers Defence Force stelt – hoe ironisch – het lot van de boeren gelijk met dat van de Jodenvervolging door een soort Jodenster met een B op zijn borst te plakken. Een voorman van een sector die jaarlijks 1 miljard aan (voornamelijk Europese) subsidies krijgt. Dezelfde sector die verantwoordelijk is voor 17% van de CO2 uitstoot en die voor 50% verantwoordelijk is voor de vervuiling van het oppervlaktewater door stikstof en fosfor.

Ondertussen rijden we terug vanuit Groningen naar huis. Op een kruispunt een groot bord met daarop “boerentrots”.  Trots waarop? Ik word er vooral moedeloos van.

Het moet toch anders kunnen. Mijn schoonvader was boer. Helaas was hij – door de ruilverkaveling eind jaren 60 – al een decennium geleden gestopt met zijn bedrijf in Friens toen ik een relatie kreeg met zijn dochter. Maar de verhalen ken ik wel. Die vertelde hij graag. Op een foto waarop een deel van zijn veestapel afgebeeld is, kende hij nog alle koeien bij naam.

Ansichtkaart van Friens uit de collectie van Tresoar. Het witte vlak is bedoeld voor te schrijven opmerkingen aan een geadresseerde, waarvoor ook de achterkant werd gebruikt.

De staarten van de koeien werden zorgvuldig gekamd en de vacht geborsteld voor de stamboekvee-keuring. De koeien stonden in een wei vol met grassoorten. Ze wisten precies welke van die grassoorten ze moesten eten om te herstellen wanneer ze ziek waren. Er was ook personeel op de boerderij. Die moesten door de dochters en zoon des huizes altijd met ‘Jo’ (U) aangesproken worden. Hij was een fanatiek eierzoeker, maar in het voorjaar werden door hem de kievitsnesten beschermd. Kortom: hij leefde en werkte als boer in harmonie met de natuur en de mensen.

Koeien in het land van Jelmer de Groot bij Friens. © Collectie Wim Jellema

Anno 2026 moet dat toch ook kunnen. Sterker nog: er zijn nu ook boeren die zo hun bedrijf succesvol runnen. Ik betaal nu graag extra voor de zuivel en het vlees van deze boeren, al realiseer ik me dat dat niet echt de oplossing is. Ik kan het me permitteren, dat geldt niet voor iedereen. Maar eerlijk gezegd denk ik niet eens dat dat hoeft. Wanneer we het principe van de ‘vervuiler betaalt’ hanteren voor de sector, zul je zien hoe snel de sector de kanteling maakt naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Zeker wanneer de overheid daar een handje bij helpt. Dan krijg je een sector in harmonie met de natuur, waar je ook nog een goede boterham kunt verdienen. Wie wil dat nu niet? Dat is pas echt boerentrots.