Door Arend Hazekamp
Ferdinand Domela Nieuwenhuis beschouwde de SDAP al als een ‘doodgewone hervormingspartij’. Praktische hervormingspolitiek binnen het raamwerk van de bestaande samenleving kenmerkte de partij.
De SDAP ging na de Tweede Wereldoorlog op in de PvdA. De fusie met GroenLinks was voor ‘rasechte PvdA’er’ Bert Middel eerder dit jaar aanleiding voor een raak artikel over het einde van de sociaaldemocratie in Nederland. Afgelopen week overleed hij op 74-jarige leeftijd.
https://www.montesquieu-instituut.nl/…/einde-van-de…
De neergang van de PvdA begon met name bij Wim Kok die in 1991 het mes zette in de WAO. Daar waren veel partijgenoten verbolgen over, waaronder ook mijn ouders. Ze zeiden het partijlidmaatschap op. Dat deed uiteindelijk een derde van alle leden.
Vier jaar later zette Kok het socialisme overboord. De partij werd gecentraliseerd. De invloed van de regio, met rode bolwerken in Noord-Nederland, nam af. Na de Kamerverkiezingen van 2002 waren alle 23 PvdA-fractieleden uit de Randstad afkomstig.

De partij omarmede het neoliberalisme en het openbaar bestuur werd technocratischer en bureaucratischer. Zwak politiek leiderschap en een verziekte partijcultuur droegen ook een steentje bij aan de teloorgang van de PvdA.
Bert Middel was zelf afkomstig uit rode families. Hij scheef naar aanleiding van mijn boek ‘Geestverwanten van Ferdinand Domela Nieuwenhuis’ een mooie recensie in het ‘BLAD voor Noord-Groningen’: ‘Zijn beschrijvingen en analyses zijn doorwrocht, het bronnenonderzoek lijkt uitputtend en hij houdt bij zijn geschiedschrijving oog voor de maatschappelijke context in de beschreven periodes. Kortom, het boek lijkt mij een meesterwerk te zijn.’
We kregen mailcontact waaruit bleek dat zijn overgrootvader van moederszijde, Harm Kampen (1855-1930), een overtuigd aanhanger van Domela Nieuwenhuis was geweest. Kampen was een kleine zelfstandige en had een bloedhekel aan de boeren in zijn omgeving. Hij werd vroeg weduwnaar, had vijf kinderen en ging failliet.

Zijn oma, Elisabeth Kampen, was altijd een aanhanger van de SDAP geweest. De PvdA was voor haar de SDAP in een nieuw jasje. Haar man was Nederlands Hervormd. Zijn moeder vertelde hem ooit dat de grootste verdienste van zijn oma was dat zij haar man ‘van het geloof had afgeholpen’ en tot het socialisme had ‘bekeerd’.
Zijn moeder was lid van de AJC. In de crisisjaren was haar vader werkloos en moest elke dag stempelen. Toch werd elke week een luttel bedrag opzijgelegd zodat zij na haar veertiende verjaardag naar Vierhouten kon om daar rond de Meiboom te dansen. Het zou niet doorgaan. In juli 1940 werd zij 14 jaar, enkele maanden daarvoor was de oorlog uitgebroken. Zijn moeder ging nergens meer heen.