Categorieën
Defensie Geschiedenis Politiek Protest

Geestverwanten Ferdinand Domela Nieuwenhuis: DRIE EERSTE DIENSTWEIGERAARS

Door Arend Hazekamp

Honderdtien jaar geleden, in 1916, kwam de militaire dienstweigering in Nederland goed op gang. Het was een persoonlijke protestactie van de vrije socialisten tegen de Eerste Wereldoorlog. Zij weigerden tot moordenaar opgeleid te worden. Als de verdediging van het vaderland als argument werd gebruikt om wél dienst te doen, dan luidde het antwoord: ‘mijn vader heeft geen land’!

De drie op de foto afgebeelde dienstweigeraars behoorden tot de allereerste dienstweigeraars. Ze poseren hier op het terrein van de Prins Hendrikkazerne in Assen waar ze werden vastgehouden. Van de foto werd een ansichtkaart gemaakt. De gezinnen van de dienstweigeraars werden financieel flink door de beweging ondersteund.

Geheel rechts staat Ailke (‘Kogie’) Sesselaar (1892-1990) uit het Groningse Foxhol. Daar leefde de arbeidersbevolking aan de zelfkant van de samenleving. Drankmisbruik tierde er welig. Uit zijn handgeschreven herinneringen blijkt dat hij opgroeide onder uiterst moeilijke omstandigheden. Zijn vader overleed op jonge leeftijd. Hij woonde met zijn zussen en trotse moeder (die weigerde bedeling van het Burgerlijk Armbestuur te accepteren) in een krot. Hij leed vrijwel elke dag honger en ging als kind gekleed in lompen. Veel te jong moest hij aan het werk op een scheepswerf, waar hij met geweld en alcoholmisbruik werd geconfronteerd.

Dagblad Het Volk uit de jaren 1910-1916 met een afbeelding van Albert Hahn.

De behandeling van de gevangengenomen dienstweigeraars was aanvankelijk vaak mensonterend. Ze werden ondergebracht in kleine, vochtige en koude ruimtes met weinig tot geen daglicht. Soms werd er wekenlang niet gelucht. Medische behandeling van ziektes bleef uit. De kwaliteit van het voedsel liet zwaar te wensen over. Soms zaten de dienstweigeraars geboeid in hun cel en er vonden regelmatig fysieke mishandelingen plaats. Afgekeurde cellen werden bewust bestemd voor dienstweigeraars. Post hield men achter. Het sociaaldemocratisch dagblad Het Volk vond het een schandaal waar een einde aan moest worden gemaakt: ‘De wet straft maar martelt niet’.

Geestverwanten bezochten deze dienstweigeraars in Assen om hen toe te zingen. Die hadden een rode vlag bemachtigd, die uit het raam werd gehangen tot groot enthousiasme van de zangers en publiek. Dat leidde tot schermutselingen met officieren waarbij het vensterglas sneuvelde. De dienstweigeraars waren blij met de sympathiebetuigingen en genoten van hun stunt, al werden ze ervoor gestraft.

Veel dienstweigeraars bleven na hun straftijd actief in de vrij-socialistische beweging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren velen van hen betrokken bij het geweldloos verzet tegen de Duitse bezetter, vooral in de hulp aan onderduikers en de verspreiding van illegale geschriften.

Meer over de dienstweigeraars vind je in mijn boek ‘Vrije socialisten in verzet 1940-1945’, verkrijgbaar in de betere boekhandel of te bestellen bij uitgeverij Louise: