Categorieën
Columns Economie

Sneker econoom Gorter over JEUK

Van de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein is het volgende probleem afkomstig: “Wanneer iemand krabt waar het jeukt, kun je dat dan vooruitgang noemen?” Ik kom er nog op terug. Eerst iets heel anders.

Het lijkt alsof de mensen nooit tevreden zijn. Het overgrote deel van de Nederlanders heeft een welvaartspeil bereikt dat een eeuw geleden ondenkbaar leek. Voedsel in overvloed, specialiteiten van over de gehele wereld zijn om de hoek te krijgen, we beschikken over ruime en goed verwarmde huizen, elk punt op de aardbol is in een etmaal te bereiken, ieder kind kan het onderwijs krijgen waar het geschikt voor is, de meesterwerken uit de muziekgeschiedenis zijn op elk moment ten gehore te brengen — ik noem maar een paar dingen. Maar op een of andere manier lijken de mensen daar niet echt gelukkiger door te worden.

Nu kennen economen al langer het verschijnsel dat de behoeften meegroeien met het inkomen. Met andere woorden: alles went. Ooit werd de auto als een ongehoorde luxe ervaren; nu behoort hij tot de eerste levensbehoeften. Als onze wensen gelijk op lopen met de middelen om aan die wensen tegemoet te komen, schieten we niet erg op. In dat geval is er wel economische groei, maar geen welvaartsgroei.

Voor de meeste mensen op deze wereld is het bestaan niet veel meer dan een ononderbroken gevecht om in leven te blijven. Nog niet zo lang geleden was dat ook in de westerse landen het geval. Maar als dat gevecht eenmaal gewonnen is, wat dan? Dan slaat onafwendbaar de verveling toe. Dan krijgen we hangjongeren, voetbalvandalisme en slechte televisieprogramma’s.

Is economische groei dan vooruitgang? Groei is een antwoord op een vorm van onbehagen. Als de jeuk door het krabben onmiddellijk verdwijnt en niet meer terugkomt, kun je van vooruitgang spreken. (De vraag blijft overigens waarom we ons eerst onbehaaglijk moeten voelen om vooruitgang te ervaren).

Het kan echter ook anders. De Belgische schrijfster Patricia de Martelaere, aan wie het Wittgenstein-citaat is ontleend, wijst op vormen van jeuk die door het krabben alleen maar erger worden. Dan moet er tot in het oneindige gekrabd worden, met soms akelige gevolgen. In neerslachtige buien denk ik wel eens dat het verschijnsel economische groei veel weg heeft van deze laatste vorm van jeuk.

dr. Gerrit Gorter