Categorieën
Blik op Bolsward Cultuur Geschiedenis Godsdienst Sociaal Wonen

De aloude straatjes in de Bolswarder binnenstad: HET GROOT KERKHOF

Ook in Bolsward zijn straatnamen meestal heel logisch en herkenbaar. Dat geldt zeker voor de naam Groot Kerkhof. Wel duikt dan meteen de vraag op of er ook een ‘klein’ kerkhof bestaat of heeft bestaan. Laten we proberen deze naam te verklaren in de reeks over straatnamen in de oude binnenstad van een stad waarvan de vroegste bewoningssporen duiden op een menselijke aanwezigheid van meer dan 24 eeuwen.

Sint Maartenskerk

Al meer dan vijf eeuwen wordt Bolsward, voor wie de stad nadert of erin verblijft, gekenmerkt door een imposante kerk. In en rond de kerk werden eeuwenlang  vele overleden Bolswarders begraven, met als uitzondering de overleden joodse inwoners. Die werden vooreerst, tot 1829, ter ruste gelegd aan de rand van de stad: de groene driehoek aan het noordoostelijke eind van de Grote Kampen. Geen grafsteen is nog aanwezig, wel een gedenksteen met opschrift.

Hockaerd

Hoogstwaarschijnlijk zijn enkele geledingen van de hoge kerktoren van iets latere datum, maar in de 15e eeuw werd een relatief klein tufstenen kerkje midden op een omvangrijke wierde, Hockaerd (wierde op de hoek), vervangen door het grote kerkgebouw dat nog steeds zeer bepalend is voor het zicht op Bolsward, de Sint Maartenskerk. Deze kerk is gebouwd met deels tufstenen van het voorgaande kerkje en deels kloostermoppen. Plausibel is dat vóór dat oude tufstenen kerkje al houten kerkgebouwtjes op deze plek aanwezig waren.

Rond 1920 zag de achterkant van de woningen aan het Groot Kerkhof er zo uit. Grond werd gebruikt voor o.a. groenteteelt en het drogen van de was. Ook de woningen aan de toenmalige Kampersteeg, links op de foto, zullen niet lang daarna afgebroken worden en vervangen door een viertal nog steeds aanwezige losstaande huizen.

Oorsprong latere stad

De wierde waarop de kerk en de omringende huizen verrezen, de Hockaerd, was de eerste wierde van de drie waarop de stad Bolsward oorspronkelijk gebouwd is. Daarmee bedoel ik de hoogten die zich bevinden binnen de latere bolwerken, dus in de binnenstad. Binnen de gehele voormalige gemeente Bolsward is ongeveer een tiental wierden herkenbaar. Gemakshalve wordt deze wierde, waarop ook de kerk zich bevindt, de ‘kerkwierde’ genoemd.

Van veel jongere datum dan Hockaerd zijn de ‘handelswierde’ (nog te herkennen aan o.a. de Hoogstraat en Heeremastraat) en de ‘bestuurswierde’ (haaks op de handelswierde en voor een deel de Kerkstraat, Wipstraat en Kleine Dijlakker vormend).

De wierde ‘op de hoek’ zal aanvankelijk gebruikt zijn als oeverwal en verhoogde kweldergrond waarop het vee vertoefde. Later zal, vanwege het stijgende zeewater vanaf ongeveer het begin van de jaartelling, ook simpele bebouwing hebben plaatsgehad op deze kunstmatige verhoging. De daar aanwezige oeverwal zal aan de noordoostkant van Bolsward via kunstmatige ophoging met dierlijk en ander afval, de basis hebben gevormd van de wierde Hockaerd, en dus het begin zijn geweest van het latere Bolsward. Gedurende de periode vanaf de eerste eeuw na Christus tot aan de vijfde eeuw zal de zeespiegelstijging dusdanig zijn geweest dat er een zekere volksverhuizing vanaf de talloze wierden in Fryslân hebben plaatsgehad, waarna opnieuw bewoning heeft plaatsgevonden met de komst van een bevolking die vanaf diverse streken, mogelijk eveneens vanaf Texel (toen nog geen eiland), hierheen trok.

Ruim zicht op de Bolswarder Martinikerk en het Groot Kerkhof. Foto van kort na de oorlog.

Vanaf die zeer vroege middeleeuwen heeft de latere stad Bolsward zich via (Oostzee-)handel en haar centrale agrarische ligging langzaam uitgebreid tot een plaats met stedelijk allure. Dat kenmerk kwam zichtbaar op na het jaar 1000. Eigen muntslag en het zich vestigen van een klooster van de Franciscaner Orde benadrukken o.m. deze stedelijkheid. In 1331 wordt Bolsward al genoemd als stad.

Katterug

Hoewel rond de kerk van Hockaerd boerenbedrijven gestaan hebben, ligt het voor de hand dat deze in de loop der eeuwen vervangen werden door woningen. De cirkel van huizen die op deze wijze rond de centraal liggende kerk is opgetrokken, kreeg aanvankelijk twee namen: Groot Kerkhof en Katterug, een rijtje huizen langs het water dat als latere gracht langs de Dijlakkers liep. Deze rij woningen is in 1937 afgebroken. Nu is de naam Katterug, in 1981,  voor dit gedeelte zonder huizen, hersteld.

Vlak voor de afbraak, in 1925,  zag deze Katterug er aan de achterkant zo uit. Nog geen boom te zien, noch een achterom van de huizen.

Een aparte naam voor dit korte straatje: Katterug. Wie naar de oorspronkelijke naamgeving zoekt, ontdekt dat deze was Koarte Rige, korte rij (woningen). Toch is de verhollandsing van de Friese naam wel te verklaren. Deze huisjes aan de noordwestkant van de kerk hadden bouwhoogten die verschilden. Middenin, ook voor 1925, stonden wat hogere huisjes dan aan het begin en het eind van het korte straatje. Zo leken ze op een ‘katterug’: een lichte boog vormend.

Kampersteeg

Zicht vanaf het Hoog Bolwerk op een deel van het Groot Kerkhof, met op de achtergrond de Martinikerk. De foto, van rond 1900, laat o.a. het korte straatje zien dat de Grote Kampen verbindt met het Groot Kerkhof, destijds nog de Kampersteeg genoemd. Centraal op de foto de grote pastorie van de hervormde kerk, tegenwoordig in privé gebruik.

Er zijn nog enkele straatjes die, naast de grotere Kerkstraat en de smalle Kleine Dijlakker plus de Bagijnestraat, uitliepen op het Groot Kerkhof: de voormalige Kampersteeg (kort straatje dat de verbinding maakte met de Grote Kampen en nu ook Groot Kerkhof heet), en de Looiersgracht met de Looiersbuurt die aan de noordoostkant de verbinding met het omringende bolwerk maakten.

Deze pentekening van de onlangs overleden Reijer Flapper is een weergave van de Looiersgracht van plm. 1930. Het houten bruggetje dat het Groot Kerkhof verbindt met de Looiersbuurt is rechts op deze schitterende tekening nog te zien, evenals de grote stadsboerderij achter de huisjes van de Looiersgracht.

Het ligt voor de hand dat in de nabijheid van de kerk een pastorie stond. Te herkennen aan de zuidkant van de kerk zijn nog de ‘oude’ pastorie en de ‘nieuwe’, waar de bekende familie Kreb lang woonachtig was (zie ook ‘De Beul van Bolsward’).

Veel van de vooroorlogse woonhuizen zijn afgebroken en hebben voor nieuwbouw plaatsgemaakt. Een enkel pand aan de oostkant is wat ouder.

Aan de noordoostzijde van de wierde waarop de huidige Sint Maartenskerk als zo’n 550 jaar staat, stonden voor de definitieve afbraak, links nog deze oud-woningen,
..en hier werden de fundamenten voor nieuwbouw gelegd.
Hier de nieuwbouw op deze plek.
Het afbreken van vele huisjes aan het Groot Kerkhof is, op deze foto van Jacob de Vries, nog in volle gang. Als een der laatste huisjes staat dit huis nog fier overeind, tot ook hier even later de slopershamer haar werk zal doen. De laatste bewoner was de heer Simon Ouëndag (1891 – 1971), voorheen wonend op de Grote Kampen, waar hij een klein winkeltje in curiosa had.

Gekende bewoners rond de kerk vormden, naast de diverse predikantengezinnen, o.m. de familie Durk van Dijk, in een woning schuin tegenover de kosterswoning van de familie De Waij (hoek Kerkstraat).

Koster Doede de Waij sr. in vol ornaat.
Jeltje Bijlsma en Durk van Dijk voor hun woning aan het Groot Kerkhof, met hun hondje waakzaam voor de deur.
De familie Brinksma, oud-bewoners aan het Groot Kerkhof hoek Bagijnestraat.

Tenslotte

Naast de naam Groot Kerkhof heeft ook de naam Klein Kerkhof bestaan. Deze plek bevond zich ongeveer op de plaats waar nu het Broereplein ligt. Hier werden de overledenen begraven vlakbij de Broerekerk, waar onlangs, voor het aanbrengen van de vleermuizenfontein, interessante archeologische vondsten zijn gedaan. Hier hoop ik later op terug te komen.

De vleermuizenfontein van de Vlaamse kunstenaar Johan Creten (Sint Truiden, 1963) op de plek die een aantal eeuwen geleden nog diende als begraafplaats van overleden stadgenoten. Dit prachtige Vleermuis-beeld, dat overigens een afgietsel is van het oorspronkelijke beeld dat in Zweden verblijft, staat sinds 2019 symbolisch vóór de kerk van de Franciscaner minderbroeders die in deze omgeving hun klooster hadden. Ik heb nergens kunnen vinden dat de kerk ook zichtbaar onderdak bood aan dit dier, maar de inspiratie deed Creten op bij de aanblik van de gevel van de kerk, waarin hij de vleermuis herkende. Het dier roept uiteenlopende associaties op. Het staat symbool voor geluk en rijkdom. Het water dat uit de bek van de vleermuis spuit, duidt op watergietsels van katholieke kathedralen, de trap die beklommen kan worden is voor de beklimmers bedoeld als symbool van het overwinnen van angst en het jezelf overstijgen.

Oud-burgemeester Willemien Vroegindewei vertelde me dat ze deze plek voor het beeld niet goed gekozen vond: het accent, de eerste aanblik, op het oudste gebouw van Bolsward, de Broerekerk, wordt hiermee  wat weggenomen. Bij de Sint Maartenskerk had ze het beter gevonden. Ik was het met haar eens.
Het beeld, waarop een trapje over de rug van de vleermuis loopt en water bij geschikte temperaturen gespuwd wordt, blijkt overigens wel een grote toeristische trekpleister te zijn.

© Willem Haanstra