Categorieën
Geschiedenis Sneek

C&A Sneek in historisch perspectief

Met name langs de levenslijn van August Brenninkmeijer (1819-1892) komt het historisch verhaal van C&A in Sneek langs. Hij vestigt met zijn iets oudere broer Clemens C&A in 1841 aan de even zijde van de Oosterdijk. Vader Johann Gerard heeft vertrouwen in zijn zonen, want hij steekt 10.000 gulden in het bedrijf.

De eerste twintig jaar is C&A een magazijn waar stoffen liggen opgeslagen en worden verhandeld. Klanten zijn met name andere winkeliers, zogeheten slijters. De zaak is geopend op zaterdag, zondag en dinsdag, de marktdag. De overige dagen zijn de broers op pad om bij boerinnen, burgers en buitenlui stoffen aan de man te brengen.

De winkel van C&A is in de periode 1855-1940 aan de Oosterdijk 7-9 gevestigd.

In 1855 kopen ze een dubbel pand aan de overzijde Oosterdijk 7-9, tussen de huidige vestigingen van Bakker Bart en bruna. C&A blijft een magazijn, maar zes jaar later wordt het pand voor de helft een winkel. Er wordt gestart met de verkoop van confectiekleding, dat wil zeggen op voorraad gemaakte kleren in standaardmaten. Het past allemaal in een bredere ontwikkeling waarin na 1850 winkels in het stadsbeeld toenemen. Veel woonhuizen aan het Grootzand en de Oosterdijk krijgen namelijk de functie van winkel.

Het leven van August past in het patroon van zijn voorouders. Zijn vader  wordt in 1787 burger van Sneek en rond 1750 verwerft grootvader Jan Hinric de Nederlandse nationaliteit. Allen komen voort uit een lange handelstraditie van textielkooplui, lapkepoepen, die vanuit Westfalen naar onder meer Friesland trekken om stoffen te verkopen. Hierbinnen vallen ook families als Lampe en Stockmann. Even na 1830 starten August en Clemens hun loopbaan als leerjongen in G. Brenninkmeijer & Co, waarin de oudere broers Ignatz en Hermann zakelijk actief zijn. Het betekent dat de jonge Brenninkmeijers zich het vak van textielkoopman in de praktijk eigen maken als handelsreiziger.

De Sneeker kleermaker Cornelis Hendrikus Silvius (1873-1961) heeft een goede klant aan C&A.

Tien jaar later hanteren de broers in C&A een nauwgezette taakverdeling. August, die als vlijtig, rustig en serieus bekendstaat, richt zich op de boerenklanten en in de opleiding van de leerjongens op warenkennis en verkoopkunde. Clemens, die kan goed vertellen, verkoopt stoffen aan slijters en verzorgt de administratie. Het besef dat rekeningen direct worden voldaan en korting slechts kan bij afname van grote partijen, vormen een bijdrage tot goede zakelijke resultaten.  

August trouwt in 1847 met Maria Sophia Schulte. Ze gaan twee jaar later in Sneek wonen, waar Joseph Gerard, het tweede kind wordt geboren. In 1854 keren ze terug naar Mettingen, waar het gezin met drie kinderen wordt uitgebreid. Alle kinderen, ook die van Clemens en diens echtgenote Ursula Maria Schröder, krijgen privéonderwijs, pianoles en dansles. Ook speelt het rooms-katholieke geloof een sterke rol in de opvoeding. Clemens zit twaalf jaar in het kerkbestuur van de rk-parochie in Sneek. Hij verschilt van mening met pastoor Kamps over de financiering van de te bouwen Sint-Martinuskerk. Vanwege deze kwestie verhuist Clemens met zijn gezin in 1869 vanuit Sneek naar Mettingen.

Er breekt nu een periode aan dat de zonen van August en Clemens taken overnemen. Beide broers beëindigen de actieve loopbaan in 1879. De nieuwe generatie opent in 1881 een tweede vestiging in Leeuwarden. In Amsterdam volgen twee winkels in 1893 en 1896. C&A komt internationaal op de kaart als in 1911 een zaak in Berlijn wordt geopend.

Al met al hebben August en Clemens vanuit Sneek de basis gelegd voor de doorbraak van C&A op wereldniveau. In 1892 overlijdt August aan waterzucht op 72-jarige leeftijd; Clemens tien jaar later aan een nierkwaal. Hij wordt 84.

Nauwe Burgstaat met uitzicht op het Hooghuis aan de Wijde Burgstraat waar C&A zich in 1940 vestigt.

C&A aan de Oosterdijk verandert in 1898 grondig. Een deel van de zaak wordt ingericht voor jongens- en herenkleding. De verkoop van stoffen in de damesafdeling wordt gestaakt. De aandacht verschuift naar de verkoop van met name meisjes- en damesmantels, vervaardigd in eigen atelier. C&A heeft dan nog geen oog voor damesconfectie. Bernhard Joseph, de jongste zoon van Clemens, zegt dat C&A op den duur beter helemaal kan overstappen op confectie. Aan dit alles gaat vooraf dat het bedrijf in 1897 besluit te stoppen met de verkoop van stoffen aan de deur. De Brenninkmeijers gaan eveneens over tot de oprichting van de Sneeker Kring, een informeel en zeer elementair orgaan, dat de belangrijkste besluiten van het bedrijf neemt. Tot op de dag van vandaag. 

Eduard Clemens is de laatste Brenninkmeijer die woont boven de zaak aan de Oosterdijk. Hij vertrekt in 1911 naar Mettingen.

Wiebe Dooper