Door LTO Nederland
De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft het verzoek van LTO, POV, Vee&Logistiek en KAVB (de belangenbehartigers) om het Woo-besluit over agrarische gegevens (Woo/2023/066) te schorsen, afgewezen. Daardoor staat het de minister vrij de gevraagde informatie aan Mobilisation for the Environment (MOB) te verstrekken en openbaar te maken. We zijn teleurgesteld over deze uitkomst en maken ons grote zorgen over de gevolgen voor agrarische ondernemers en hun gezinnen.
Oordeel voorzieningenrechter
De rechtbank behandelt in de uitspraak uitvoerig de aangevoerde belangen en beroepsgronden. De voorzieningenrechter oordeelt onder meer dat de collectieve belangenorganisaties belanghebbende zijn en dat geen sprake is van misbruik van procesrecht.
De gevolgde zienswijzeprocedure via een publicatie in de Staatscourant acht de voorzieningenrechter voldoende geschikt en zorgvuldig. De publicatie was volgens de rechter wel verwarrend, omdat daarin werd gesproken over gegevens van “veehouders”, terwijl de openbaarmaking ook akkerbouwers raakt. Ook de brief waarmee derde-belanghebbenden over het Woo-besluit zijn geïnformeerd sloot niet goed aan bij het besluit en vermeldde ten onrechte dat bezwaar in plaats van beroep openstond. Volgens de voorzieningenrechter zijn agrariërs hierdoor echter niet zodanig of onevenredig in hun belangen geschaad dat dit tot schorsing moet leiden.
Inhoudelijk kwalificeert de voorzieningenrechter huisvestingsgegevens, locatiegegevens en dieraantallen als emissiegegevens. Dat een deel van deze informatie eerder openbaar is gemaakt, dat het om historische gegevens gaat of dat gegevens betrekking hebben op oudere huisvestingssystemen, staat volgens de rechter niet aan hernieuwde openbaarmaking in de weg. Gegevens uit de landbouwtelling over landgebruik en gewascodes worden als milieugegevens aangemerkt. Voor die gegevens bestaat ruimte voor een belangenafweging, maar de voorzieningenrechter laat het belang van openbaarheid in dit geval zwaarder wegen dan het belang van agrariërs bij niet-openbaarmaking. Ook de ingeroepen uitzonderingsgronden uit de Wet open overheid leiden volgens de rechter niet tot weigering van openbaarmaking.
Grote impact op agrarische gezinnen
We beseffen hoe groot de impact van deze openbaarmaking is. Naar schatting beschikt circa 50 procent van de agrariërs buiten hun schuld niet over een volledige vergunning voor alle activiteiten. Zij mochten er op basis van het destijds geldende overheidsbeleid op vertrouwen dat daarvoor geen aanvullende vergunning nodig was en hebben vanuit dat uitgangspunt vaak forse investeringen gedaan.
Dat MOB nu gegevens over een lange reeks jaren uit de landbouwtelling en de Gecombineerde opgave kan ontvangen, zorgt voor extra onzekerheid en stress en heeft een diepe impact op agrarische gezinnen. We houden er rekening mee dat MOB de historische gegevens gebruikt om referentiesituaties vast te stellen en de gegevens inzet voor handhavingsverzoeken of verzoeken tot intrekking van vergunningen. Juist tegen de achtergrond van de bestaande vergunningenproblematiek vergroot dit de zorgen op het boerenerf.
Vertrouwen in de overheid onder druk
Agrariërs hebben gegevens in de Gecombineerde opgave steeds aan de overheid verstrekt in de veronderstelling dat daarmee vertrouwelijk wordt omgegaan. Openbaarmaking van gevoelige, tot individuele bedrijven en gezinnen herleidbare informatie zet dat vertrouwen ernstig onder druk. We vinden dat de wetgever en overheid oog moet hebben voor de context waarin deze gegevens zijn verstrekt en voor de reële gevolgen van openbaarmaking.
Maak werk van uitvoering van Kamermoties
We vinden het van groot belang dat de regering uitvoering geeft aan de aangenomen Kamermoties die oproepen tot inzet op herziening van de Europese regels over de openbaarmaking milieu-informatie. Het doel moet zijn dat gevoelige agrarische gegevens uitsluitend op een hoger abstractieniveau openbaar worden gemaakt, zodat deze niet tot individuele boerenbedrijven en -gezinnen zijn te herleiden. Transparantie en bescherming van de persoonlijke en bedrijfsmatige belangen van agrariërs moeten daarbij beter met elkaar in balans worden gebracht.
Nu het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen, staat de door de belangenbehartigers verzochte voorlopige voorzieningen openbaarmaking niet meer in de weg. We onderzoeken de impact van de nog lopende verzoeken voor voorlopige voorzieningen van andere belanghebbenden (o.a. van individuele agrariërs) op de openbaarmaking. Verder bestuderen we de uitspraak en bespreken op korte termijn met de betrokken partijen en de advocaat welke vervolgstappen nog zinvol en mogelijk zijn.
Lees hier de volledige uitspraak.