Categorieën
Commentaar Economie Landbouw Politiek

Rechtszekerheid van álle ondernemers staat op het spel

Door LTO Nederland

Sinds afgelopen vrijdag zijn de emoties hoog opgelopen bij Brabantse pluimveehouders. Het voorgenomen besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant om de rechtsgeldige natuurvergunningen van vijf Brabantse pluimveehouders in te trekken is als een bom ingeslagen bij betrokken ondernemers, andere boeren en hun belangenbehartigers. Terecht! Onbegrip en zorgen zijn groot. Minister Van Essen heeft vandaag aangekondigd op korte termijn in overleg te treden met de provincie Noord-Brabant, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de vijf betrokken pluimveehouders.

De minister heeft een halve draai gemaakt en een fors aantal stappen in de juiste richting genomen in zijn antwoorden op de Kamervragen van Jan Arie Koorevaar (CDA). Maar meer is nodig om de rechtszekerheid voor alle, ook niet-agrarische, ondernemingen in Noord-Brabant en in de rest van het land te herstellen. Voor de vijf betreffende Brabantse pluimveehouders is dit zeker nog niet genoeg. Zij ervaren dat hun plannen om tot significante stikstofreductie te komen niet serieus zijn genomen door de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Ook blijft de onvrede groot dat men ambtelijk en niet bestuurlijk door de provincie is geïnformeerd. In zijn antwoorden op de Kamervragen benadrukt de minister dat het op 26 juni gepresenteerde stikstofpakket volgens hem voldoende basis biedt om handhavings- en intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te wijzen. Daarnaast benadrukt hij dat provincies bij hun besluitvorming alternatieve stikstofreductieplannen van ondernemers moeten meewegen en dat de inzet primair gericht moet zijn op ondersteuning bij innovatie, extensivering, verplaatsing of vrijwillige beëindiging. Om tot deze consistente uitvoering te komen, gebaseerd op de Kamerbrief van 26 juni, gaat hij deze zomer in overleg met het IPO en de provincie Noord-Brabant.

Intrekking vergunningen moet van tafel
Tegelijkertijd constateert LTO Nederland wel dat een cruciaal element in de beantwoording van de Kamervragen nog ontbreekt. De minister spreekt namelijk niet expliciet uit dat het intrekken van natuurvergunningen, als gevolg van de door het kabinet ingezette aanpak, niet nodig en dus niet aan de orde is. Juist die bestuurlijke duidelijkheid is van groot belang voor ondernemers die investeren in stikstofreductie en zich inspannen om binnen gebiedsprocessen tot oplossingen te komen. LTO Nederland gaat ervan uit dat de minister deze duidelijkheid vóór het Brabantse Statendebat op 14 augustus alsnog zal geven. Nadat hij zich heeft laten informeren door de vijf betrokken ondernemers en kennis heeft genomen van hun ingediende reductieplannen, mogen we toch verwachten dat hij zal bevestigen dat het tot intrekking van natuurvergunningen niet zal komen.

Landelijke duidelijkheid is noodzakelijk
LTO verwacht ook dat het aangekondigde overleg met het IPO leidt tot een eenduidige bestuurlijke lijn, waarin wordt vastgelegd dat het intrekken van vergunningen niet aan de orde is. Dit is namelijk voor elk gebiedsproces, in elke provincie en voor alle ondernemers in Nederland van cruciaal belang. Zo nodig dient de minister een instructie naar de provincies uit te vaardigen. Wat het intrekken van de vergunningen tegenhoudt. LTO Nederland staat pal achter de vijf Brabantse pluimveehouders én achter ZLTO. We steunen alle andere ondernemers die worden geconfronteerd met vergelijkbare handhavings- of intrekkingsverzoeken, of waarbij met dergelijke verzoeken wordt gedreigd.

“Wij verwachten nog voor het Brabantse Statendebat een gesprek met de minister om hem te overtuigen dat het intrekken van de vergunningen onacceptabel is. Dit is allang niet meer alleen een Brabantse kwestie en ook niet meer alleen een agrarische kwestie. Het gaat over de rechtszekerheid van ondernemers in heel Nederland. Daarom gaan wij hier ook over in overleg met onze collega ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland. Deze zaak laat zien dat er behoefte is aan landelijke duidelijkheid. Alle ondernemers in Nederland moeten erop kunnen vertrouwen dat zij met een rechtsgeldige vergunning kunnen blijven ondernemen. Alleen dan kan ook het nieuwe stikstofbeleid op voldoende draagvlak rekenen” aldus Ger Koopmans.