Door Bert van den Braak
Doen alsof de Eerste Kamer rechtstreeks wordt gekozen is een fictie.
Geen overdracht van stemmen door Kamerleden bij stemmingen: een fictie (er wordt immers veelal fractiegewijs gestemd). Invloed van kiezers op grondwetsherzieningen: een fictie. Erkenning van het primaat van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer boven de Eerste Kamer: een fictie. Flexibele spelregels (en zelfs ficties) zijn bij uitstek onderdeel van ons staatkundig bestel, maar zijn ze altijd wenselijk en moeten partijen ze in stand houden?
Een aantal van deze flexibele regels heeft betrekking op de Eerste Kamer. Al eerder wees ik erop dat het begrip ‘primaat van de Tweede Kamer’ weliswaar wordt gebruikt, maar dat over invulling en betekenis ervan verschillend wordt gedacht. Moet de Eerste Kamer(meerderheid) bijvoorbeeld maar zaken slikken omdat de Tweede Kamer nu eenmaal het primaat heeft? Als de Tweede Kamer een wetsvoorstel tot grondwetswijziging in tweede lezing met de vereiste tweederde meerderheid heeft aangenomen, dient de Senaat zich daar dan maar te schikken? Ik denk dat er veel partijen zijn die dat niet onderschrijven.
De gewijzigde volgorde in de Grondwet van de opsomming van de Kamers en de discussie over de onmogelijkheid van ontbinding van de Senaat leidden in 1981 tot de conclusie dat de Eerste Kamer in rangorde na de Tweede Kamer komt en dus terughoudendheid moest betrachten in haar handelen (of iedereen dat onderschreef, is iets anders).
Leest u verder via:
https://www.parlement.com/column/202609/democratische-ficties