Categorieën
Poëzie

VAAGWAAS

Gaten in de hemel starend,
alsof de lucht brandt,
vermoed ik dakschade.

Een beer groeit
uit mijn schouders,
terwijl iemand mij
een U afpakt
en een X teruggeeft.

Ik, blinde kip
vindt geen korrel,
alleen veren
waar ooit een kip in zat.

Daar waar
de hond begraven ligt,
stampt mijn beer
de koe terug
het ijs op.

Ik maak
de geitenbok
tot tuinman.

Daarna groeit
alles
scheef.

© Elsijn Eelsingh