Door LTO Nederland
De inzet van LTO richting het commissiedebat over het Ontwerp-Natuurplan heeft resultaat gehad. Verschillende Kamerleden namen op 3 september aandachtspunten uit de inbreng van LTO over. Dit leidde tot belangrijke toezeggingen van de minister over de verdere uitwerking van het Natuurplan, de positie van de Tweede Kamer en de gevolgen voor boeren en tuinders.
Belangrijke toezeggingen in lijn met LTO inbreng
De minister stuurt de Kamer in juni 2027 het definitieve Natuurplan voor een debat. Per artikel wordt verduidelijkt wat de Natuurherstelverordening van Nederland verlangt, zodat onderscheid kan worden gemaakt tussen Europese verplichtingen, bestaand beleid en aanvullende nationale keuzes.
Daarnaast komen er geen nationale koppen en wordt buiten Natura2000 geen nieuw vergunningenstelsel ingevoerd. Begin oktober meldt de minister hoe vijf PBL-aanbevelingen worden verwerkt. In het eerste kwartaal van 2027 volgt een statusbrief met kabinetsreflectie op de PBL-doorrekeningen.
Waarom dit belangrijk is voor boeren
De Natuurherstelverordening raakt naast natuurgebieden ook landbouwecosystemen, water, rivieren, bossen en bestuivers. De uitvoering kan gevolgen hebben voor landbouwgrond, waterbeheer, bedrijfsontwikkeling en vergunningverlening.
Het Ontwerp-Natuurplan bevat nog geen definitieve maatregelen, maar noemt wel beleidsrichtingen, indicatieve opgaven en zonering. Daarom moet worden voorkomen dat voorlopige keuzes in gebiedsprocessen, grondbeleid en ruimtelijke besluiten als vaststaand beleid worden gebruikt.
Ook moet worden geborgd dat doelen, kaarten of maatregelen in het Natuurplan niet automatisch leiden tot nieuwe vergunningplichten, zorgplichten of gebruiksbeperkingen.
Bestaande prestaties en gebiedsspecifieke aanpak
Bestaande agrarische natuurprestaties, zoals agrarisch natuurbeheer, eco-regelingen, landschapsbeheer, groenblauwe dooradering en weidevogelbeheer, moeten meetellen. Eerst moet worden vastgesteld wat deze inzet oplevert, voordat de resterende opgave wordt bepaald. Wanneer natuurbeheer een substantieel onderdeel van het bedrijf wordt, is een volwaardig en langjarig verdienmodel nodig dat ook arbeid, investeringen, productieverlies en risico vergoedt.
De precieze zonering rond natuurgebieden staat nog niet vast. Per gebied kunnen gelijkwaardige alternatieven mogelijk zijn. Daarom moet eerst worden vastgesteld welke drukfactoren het natuurherstel belemmeren, welke maatregel effectief is en wat de gevolgen zijn voor grondgebruik, inkomen, grondwaarde en bedrijfsontwikkeling.
Nu het Natuurplan verbeteren
De toezeggingen moeten herkenbaar terugkomen in het definitieve Natuurplan, de Uitvoeringswet en de onderliggende regelgeving. Per artikel moet duidelijk zijn wat Europa verplicht, wat bestaand beleid oplevert en welke aantoonbare restopgave resteert.
Maatregelen moeten gebaseerd zijn op gebiedsspecifieke analyses. De overheid moet noodzaak, effectiviteit, causaliteit en evenredigheid aantonen. Financiering, vergoeding en rechtsbescherming moeten geregeld zijn voordat beperkingen worden opgelegd.
Natuurherstel moet samengaan met voedselproductie, rechtszekerheid en toekomstperspectief voor boeren en tuinders.