Categorieën
Ambtelijke cultuur Bestuurscultuur Leeuwarden Commentaar Politiek

ROLVERMENGING EN DE POSITIE VAN DE GRIFFIE IN HET GEMEENTEBESTUUR VAN LEEUWARDEN

Een handtekening zegt soms alles

Door Gerard Jorna

Wie wil begrijpen hoe de bestuurscultuur in Leeuwarden functioneert, hoeft niet altijd te kijken naar grote besluiten of openbare debatten. Soms volstaat een brief. Of preciezer: een handtekening onder een brief.

Op 23 januari 2026 ontving ik van de griffier van de gemeente Leeuwarden een brief over de afdoening van een bezwaar.

Het bezwaar had betrekking op stukken die in het kader van de herbenoemingsprocedure van de burgemeester aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn gezonden en die, op instructie van de burgemeester, niet openbaar op de lijst van ingekomen stukken zijn geplaatst, achter zijn ‘slotje’. De raad heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.

Het betrof dus een besluit van de gemeenteraad. Formeel klopt dat. De raad had besloten. Maar de brief waarin dit besluit werd meegedeeld, was niet ondertekend door de griffier of een medewerker van de griffie. Zij was ondertekend door een medewerker van Juridische en Veiligheidszaken, een dienst die onder het college van burgemeester en wethouders valt.

Dit boek werd in september 2025 uitgegeven.

De toevoeging “namens de griffier” moest kennelijk duidelijk maken dat dit geen betekenis had. Dat heeft het wel. Juist die toevoeging verhult dat de griffier hier feitelijk niet zelf optreedt.

De griffie is immers geen willekeurige ondersteunende afdeling. Zij is ingesteld om de gemeenteraad zelfstandig te ondersteunen en diens positie ten opzichte van het college te bewaken. Juist in dossiers die bestuurlijk gevoelig liggen, is die onafhankelijke rol van wezenlijk belang. Wanneer een college-ambtenaar namens de griffier communiceert over een raadsbesluit, vervaagt die grens.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident maar een werkwijze die structureel in het voordeel werkt van het college en de burgemeester en ten nadele van de zichtbare positie van de raad.

Tegelijkertijd blijven de formele lijnen intact: de raad besluit, procedures worden gevolgd, documenten worden correct geformuleerd. Maar feitelijk ligt de regie bij het college en het ambtelijk apparaat dat daaronder ressorteert. De griffier treedt niet zichtbaar op als zelfstandige actor, maar laat die rol feitelijk door het college invullen.

Dit boek kwam uit in 2016.

Deze praktijk staat niet op zichzelf. In eerdere dossiers heb ik vastgesteld dat informatie over klachten en integriteitskwesties die de raad aangaat, structureel binnen het college door de burgemeester wordt beheerd. Hoe stukken worden afgeschermd, hoe Woo-verzoeken stranden in procedurele redeneringen, en hoe de raad daarbij vooral op afstand blijft. Steeds is het formele verhaal sluitend, maar de feitelijke machtsverhoudingen zijn dat niet.

Voor mij is deze brief vooral illustratief van een bestuurspraktijk die in Leeuwarden al langer zichtbaar is. De wijze waarop de griffier hier opereert, staat niet los van het verleden. Onder de vorige griffier was sprake van een nauwe en ongepaste bestuurlijke verwevenheid met de burgemeester, waarbij griffier Frans van der Heide zich niet zozeer opstelde als onafhankelijke ondersteuner van de raad, maar functioneerde in feitelijk bondgenootschap met het college.

Die bestuursstijl is met diens vertrek niet verdwenen. Zij werkt door in routines, in rolopvattingen en in wat kennelijk als normaal wordt beschouwd. Dat een raadsbesluit nu wordt meegedeeld door een college-ambtenaar, “namens de griffier”, past in die lijn. De griffier treedt niet zelf naar voren, maar laat het college spreken.

Deze uitgave kwam in 2023 uit.

Juist daarin schuilt het probleem. De griffie is geen verlengstuk van de burgemeester en geen uitvoeringsloket van het college. Haar taak is het bewaken van de zelfstandige positie van de raad. Als zij die rol niet zichtbaar vervult, blijft van het formele dualisme weinig meer over dan papier.

Deze brief laat zien hoe dat in de praktijk uitwerkt. Niet via openlijke machtsuitoefening, maar via bestuurlijke vanzelfsprekendheid. En precies dat maakt deze bestuurscultuur zo hardnekkig. Zolang deze werkwijze als normaal wordt geaccepteerd, is van bestuurlijke tegenkracht geen sprake.

De gang van zaken raakt niet alleen aan de positie van de griffier. De gemeenteraad is formeel werkgever van de griffier en heeft die verantwoordelijkheid belegd bij de werkgeverscommissie. De voorzitter van die commissie, Eline de Koning, draagt daarin een bijzondere taak: het bewaken van het functioneren van de griffier in overeenstemming met de zelfstandige positie van de raad.

Eline de Koning is raadslid voor PvdA Leeuwarden.

Wanneer de griffie structureel optreedt op een wijze die de institutionele distantie tussen de raad en het college niet zichtbaar bewaakt, raakt dat het ambtelijk functioneren van de griffier zelf. Dat vraagt om duidelijke normstelling en bestuurlijk toezicht vanuit de werkgeverscommissie.

Vooralsnog is niet zichtbaar dat vanuit de werkgeverscommissie een dergelijke normering plaatsvindt.

Daarmee komt ook de raad als geheel in beeld. Want als de griffier haar rol niet expliciet afbakent, en vanuit de raad geen begrenzing wordt aangebracht, dan aanvaardt de raad kennelijk deze werkwijze. In dat geval is de rolvermenging geen incident, maar een door de raad gedoogde bestuurspraktijk.

En juist dát zegt het meest over de bestuurscultuur in Leeuwarden.