Categorieën
Poëzie

OERKRING

Het water spreekt
in universele taal
van klateren en kolken,
van kabbelen en klotsen,
van keuvelen over ons.

De lucht fluistert
zwevend onzichtbaar,
stuwt en stroomt
tegen ons aan,
koelt of verwarmt,
ons steeds nabij.

De aarde draagt
ons zwijgend
of breekt en scheurt,
beweegt of begraaft
ons bij de dood.

Het vuur verwarmt,
bedreigt in vlammen,
verteert en vernieuwt,
laat ons achter
als licht of as.

© Elsijn Eelsingh