Categorieën
Boeken Cultuur Literatuur Overpeinzingen uit Koudum

Late liefde: portret van Margaretha H. Schenkeveld

Ongetwijfeld heb ik het hier al eens gezegd, maar sinds ik met pensioen ben en in Koudum woon, lees ik minder dan ooit. Nee, daar ben ik niet trots op en ik weet ook niet waar het aan ligt, aan Koudum of aan mijn pensioen. Lezen vind ik nog steeds fijn, maar de echte drang om te lezen, om nieuw verschenen boeken zo vlug mogelijk te lezen, is er niet meer. De behoefte om boeken (al jaren e-boeken) te kopen is er nog wel en gelukkig valt de stapel digitaal opgeslagen ongelezen boeken niet zo op. Zo stond op mijn e-reader al meer dan een jaar Late liefde van Jannetje Koelewijn, dat ik om verschillende redenen wilde lezen.

Voorkant Elize, uitgegeven door Margaretha H. Schenkeveld en Riet Schenkeveld-van der Dussen.

Het boek is, zoals de ondertitel aangeeft, een biografisch portret van Margaretha H. Schenkeveld. Ik moet eerlijk zeggen dat ik eerst nog even in de war gebracht werd door de naam. Behalve Margaretha H. Schenkeveld (Greet, geboren in 1928) is er namelijk ook M.A. Schenkeveld-van der Dussen (Riet, geboren in 1937) die schoonzussen van elkaar zijn. Beiden zijn neerlandica, de een (Greet) werd hoogleraar moderne letterkunde aan de VU in Amsterdam, de ander (Riet) hoogleraar historische letterkunde aan de Universiteit van Utrecht. Samen verzorgden deze vrouwen de heruitgave van Elize, een roman uit 1839 van Elisabeth Johanna (Betsy) Hasebroek in de Amazonereeks.

In het schoolgebouw aan de Fabritiusstraat waar het Christelijke Lyceum Alkmaar zat, is nu PCC Fabritius gevestigd.

Late liefde gaat dus over Margaretha H. Schenkeveld, geboren in Alkmaar in een gereformeerd gezin. Ze ging in Alkmaar naar het Murmellius Gymnasium en studeerde daarna Nederlands aan de VU. Van 1953 tot 1960 werkte ze op het Christelijk Lyceum Alkmaar, “met hart en ziel” schrijft Jannetje Koelewijn. ‘Jammer’, dacht ik, ‘wat zou er gebeurd zijn als ze daar wat langer les had gegeven?’ Maar dat heeft ze niet lang gedaan, in 1955 werd ze conrector en in 1960, op haar 31e was ze zelfs een korte periode rector, waarna ze het Christelijk Lyceum verliet.

Ik ben op die school leerling geweest van 1963 tot 1971, dus na haar tijd. Ik had daar in de eerste jaren Nederlands van Murk van der Bijl, die het in zijn ongeïnspireerde lessen niet gemakkelijk had met ongeïnteresseerde leerlingen waar ik ook toe behoorde. Later las ik – in een levensbericht bij zijn overlijden in 1994 door Gjalt Zondergeld – dat Van der Bijl om verschillende redenen wel de tragische figuur genoemd kan worden die ik me herinner. En het moge duidelijk zijn dat ik geen Nederlands ben gaan studeren dankzij de lessen Nederlands in mijn eerste jaren op dat Christelijk Lyceum.

Portret van Willem de Clercq (1795-1844).

Schenkeveld verliet het Christelijk Lyceum in Alkmaar voor een kleine leraarsbaan elders, om zo te kunnen werken aan haar proefschrift. Ze promoveerde in 1962 op dichter Willem de Clercq (1795-1844) en In 1969 werd zij hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Jannetje Koelewijn had daar college van haar in de tweede helft van de jaren zeventig. Tientallen jaren later kreeg ze weer contact met haar en rond 2020 voerde Koelewijn ongeveer een jaar lang bijna wekelijks gesprekken met haar inmiddels met emeritaat gegane professor. Uit die interviews ontstond Late liefde.

De nadruk, zo geeft de titel ook duidelijk aan, ligt op het late huwelijk tussen Margaretha Schenkeveld en Arie Hoekstra (de opa van Wopke). In de tweede klas van het Murmellius gymnasium werd Greet al stiekem verliefd op haar leraar Grieks Hoekstra. Na haar eindexamen bleef de onuitgesproken verliefdheid, die des te lastiger was doordat ze goed bevriend raakte met de vrouw van Arie Hoekstra en regelmatig bij het echtpaar kwam. Pas toen de kinderen van de Hoekstra’s het huis uit waren, scheidde Arie van zijn vrouw en was er ruimte voor de liefde tussen Margaretha Schenkeveld en Arie Hoekstra.

Toen ze in 1967 trouwden, was Arie Hoekstra al een aantal jaren hoogleraar Grieks in Brussel en Margaretha Schenkeveld hoogleraar in Amsterdam. Mede dankzij brieven die Schenkeveld aan Koelewijn laat lezen en waar deze regelmatig uit citeert, en uiteraard door de verhalen die Schenkeveld erover vertelt, krijgen we een aardig beeld van de bijzondere liefde tussen deze twee mensen. Dat is mooi, bij vlagen ook onbegrijpelijk en soms zelfs ontroerend. Schenkeveld is door haar karakter, maar zeker ook door haar gereformeerde achtergrond – al is ze naar eigen zeggen niet steil en streng gereformeerd – voorzichtig om al te persoonlijke dingen prijs te geven en Jannetje Koelewijn lijkt te aardig of te betrokken om stevig door te vragen. Zo waren de gesprekken ook niet bedoeld, blijkt wel.

Kuser van Nicolaas Beets, uitgegeven door Margaretha H. Schenkeveld.

Waar ik op gehoopt had, was iets meer te weten te komen over het wetenschappelijke werk van deze neerlandica, maar de aandacht voor het vak richt zich nog het meest op de almaar afnemende belangstelling voor de studie Nederlands. Met als dieptepunt de constatering dat de leerstoel die professor Margaretha H. Schenkeveld aan de Vrije Universiteit bekleedde niet meer bestaat. Maar helaas niets over bijvoorbeeld tekstuitgaven die ze bezorgde, zoals die van Kuser, het verhalende gedicht van Nicolaas Beets uit 1835 over de 14e-eeuwse Aleid van Poelgeest. Gelukkig staan er in het boek af en toe wel fragmenten over hoe Schenkeveld tegen de (Nederlandse) literatuur aankijkt en natuurlijk gaan er een paar bladzijden over haar fascinatie voor Willem de Clercq.

De paralellen die Jannetje Koelewijn af en toe trekt tussen gebeurtenissen uit het leven van Schenkeveld en haar eigen leven vind ik onnodig, soms zelf storend en in een enkel geval – als Koelewijn terugblikt op wat haar als veertienjarig meisje bij de vader van een vriendinnetje overkomen is – een regelrechte miskleun. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat Marja Pruis in een recensie in de Groene Amsterdammer (13 april 2022) over die fragmenten juist zo positief is.

Ik heb Late liefde ondanks enkele kritiekpunten met plezier gelezen. Het onderwerp, Margaretha H. Schenkeveld, is intrigerend en Koelewijn heeft via de vele gesprekken genoeg interessante stof naar boven gekregen. En, maar dat is bekend van deze schrijfster, ze weet het op deze manier bijeengebrachte materiaal smakelijk en smaakvol te vertellen.

© Jelle van der Meulen