Categorieën
Poëzie

DE MEEUW BOVEN HET AZC


Ze komen niet
voor luxe of applaus,
maar om te leven in vrijheid,
nog met zout op hun huid
van een zee vol gevaar.

Kinderen slapen en
doorweekt tot in hun botten,
met steden nog brandend
achter zich.

De meeuw kent hun stormen.
Hij leeft tussen water en wolken,
tussen wanhoop en wens.
Boven verhalen van overzee
trekt hij sporen door de lucht.

Vissers zeiden:
als meeuwen landinwaarts gaan,
komt noodweer eraan.

Voor het hek staan de schreeuwers,
holle frases en woest gezwaai,
angst die zich verspreidt
alsof volume gelijk heeft.

De meeuw
cirkelt krijsend
over schreeuwers heen:
Ook hier een mens.

Dus laat ons een kust zijn
waar mens en meeuw
kunnen landen,
waar een kind uit Aleppo,
Soedan of Kabul
niet eerst hoeft te bewijzen
dat zijn verdriet echt is.

De wind kent geen paspoort.
Het water weet niet van ras.
Alleen angst bouwt hekken
waar eerst horizon was.

© Elsijn Eelsingh