Categorieën
Niet gecategoriseerd

DE FLIPSTEEG IN BOLSWARD

Oude stadjes kennen, vaak haaks staande op laatmiddeleeuwse grachtjes, een diversiteit aan stegen: brede, smalle, lange of zeer korte, al dan niet nog bewoond. Ook Bolsward heeft een schat aan steegjes in de aloude binnenstad. Deze keer een relatief brede steeg met een bijzondere naam: Flipsteeg. En met een naamgever waaraan zowel  positieve als ook zeer donkere kanten kleven.

Deze steeg vormt de verbinding tussen de Wipstraat/Kleine Dijlakker en de Kerkstraat. Licht hellend, want ze loopt van een oorspronkelijke oeverwal waar de Kerkstraat een onderdeel van is naar de eveneens oorspronkelijke waterloop waaraan de latere stad Bolsward is ontstaan: het water van de Dijlakkers waarachter lager land lag. Dijlakker betekent oorspronkelijk immers ‘delle eecker’, lage akker. Foutief lees je soms dat de naam ontstaan is als afgeleide van de Dijl, dat dan de naam van de waterloop zou zijn geweest. Een foutieve verklaring, dus.

De naamgeving van de steeg zoals we die nu kennen, is door de gemeenteraad in 1950 vastgesteld. Daarvoor was de naam Philipssteeg. En lange tijd, tot in de 18e eeuw, werd deze steeg de Elzensteeg genoemd. Hoogstwaarschijnlijk is deze naam niet afgeleid van een bomensoort, de els, maar van het beroep van schoenmaker, dat als werkhulpmiddel de els kent. Enkele van deze schoenmakers zullen dan een werkplaats hebben gehad in deze relatief brede steeg.

De brug die deze steeg verbindt met de Grote Dijlakker, heeft echter nog steeds de naam Elzenpost. Een ‘post’ is een stenen brug die veel houten bruggetjes in Bolsward na 1500 verving. Deze ‘posten’ werden door het toenmalige gemeentebestuur op papier gezet (de bekende ‘postboeken’) om vast te leggen welke nabij wonende burgers voor de onderhoudskosten van die stenen bruggen moesten opdraaien. De toevoeging ‘post’ is ook later in Bolsward aan vele bruggetjes gegeven.

De Flipsteeg kent geen woonhuizen of bedrijfjes meer, zoals voorheen, wel achteruitgangen van enkele hoekpanden aan Kerk- en Wipstraat, en de Kleine Dijlakker waarvan nog wel een hoofdingang aanwezig is.

Een meer eigentijdse blik op de steeg met een kleurrijke pizzeria. © Tonnie Siemonsma

Maar waar komt de eigennaam Flipsteeg dan vandaan?

In de 18e eeuw drong het ook tot Bolsward door dat een plaatselijke timmerman, die vertrokken was naar Amsterdam en van daaruit naar Nieuw-Amsterdam (zoals het latere New York oorspronkelijk heette), daar een enorme status had opgebouwd. Uiteindelijk werd deze Bolswarder jongen (Bolsward 1626 – Sleepy Hollow 1702) de rijkste en machtigste Amerikaan in het laatste kwart van de 17e eeuw. Na diens overlijden zal zijn nageslacht verschillende machtige en invloedrijke posities overnemen en vaak nog uitbreiden. Die posities bereikte deze geboren Bolswarder via een zeer gewiekste levenswijze, zijn goede contacten met gouverneur Peter Stuyvesant, huwelijken met vooraanstaande en schatrijke vrouwen, met het slim benutten van vruchtbare gronden (voor het destijds verboden gewas tarwe), en, vooral, met het handelen in mensen die in Afrika tot slaaf waren gemaakt, met zijn schepen naar Amerika werden overgebracht en daar vervolgens duur verkocht werden of ingezet voor diensten op de grote landerijen van deze Fredrick Philipse (hij bezat op zeker moment een hoeveelheid grond ter grootte van de huidige provincie Utrecht).

Frederick Philipse (1626-1702).

En dan te begrijpen dat Frederick Philipse (deze naam wordt op diverse wijzen geschreven; op zijn doopakte staat Feddrick Philippus ) geboren werd in een huis dat vlak tegen de Broerekerk in Bolsward aanstond, aan de toenmalige Fiverstraet, Vijverstraat (nu Snekerpoort), waar hij gedoopt werd en door werk bij zijn vader, een gerenommeerd leidekker, zich het vak van timmerman eigen maakte, en, via werk in Amsterdam en bij de West Indische Compagnie (W.I.C) in het latere New York belandde, in gezelschap van de nieuw aangestelde gouverneur Peter Stuyvesant, waarmee hij het goed kon vinden, zoals later zal blijken.

Wie meer van deze later rijkste en machtigste Amerikaan en zijn relatie met Bolsward wil weten, kan googelen op: ‘Een Bolswarder leidekkerszoon werd de rijkste Amerikaan’.

Terwijl in Bolsward niemand de Amerikaanse zoon van het stadje lijkt te kennen, duikt de naam Frederick Philipse in Amerika, met name in en rond het huidige New York, op in plaatsnamen en piratenverhalen, musea en toeristische trekpleisters, blijkt op een zoektocht langs zijn vele voormalige bezittingen tussen Manhattan en Albany. Het is universitair docent journalistiek en schrijver Leendert van der Valk die zich de laatste jaren heeft verdiept in het Nederlandse slavenverleden, ook in het gebied waar Frederick Philipse zijn grote politieke en economische invloed gold. Hij schreef daar boeken over en plaatste in week- en dagbladen artikelen over dit onderwerp.

Het was in 2008 dat ik gebeld werd door de provincie Fryslân. Die wilde aandacht besteden aan de relatie tussen de Verenigde Staten en Fryslân, die in die jaren, mede op basis van een door de voormalige president Clinton gestuurde brief, min of meer memorabel werd geacht. Dat moest dus gevierd en als onderdeel daarvan zou er een boek verschijnen waarin Friezen die een belangrijke rol hadden gespeeld in de V.S., gedurende die 400 jaar, worden beschreven. De titel werd ‘Gevierde Friezen in Amerika’. Het boek verscheen in 2009.

Mij werd gevraagd om een hoofdstuk te schrijven over Frederick Philipse, Bolswarder van geboorte, die in feite de grondlegger werd van het huidige Amerikaanse kapitalisme. Na enig nadenken ging ik akkoord met het verzoek. Het kostte veel archief- en ander onderzoek om van deze Bolswarder Philipse de levensloop te achterhalen. Het verhaal toont de geschiedenis van een man die in Nederland, Fryslân en ook in zijn geboorteplaats Bolsward, nauwelijks bekend was.

Enige jaren geleden, 1924, kreeg ik, o.a. naar aanleiding van dit boek, een telefoontje van Leendert van der Valk met het verzoek om samen te praten over die voor vele Friezen geheimzinnige Frederick Philipse. Van der Valk is docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam en medewerker bij dagblad NRC en weekblad de Groene Amsterdammer. Hij schreef meerdere boeken waarin het Nederlandse slavernijverleden uitgebreid is onderzocht.

Die dag bezochten we diverse plaatsen die in verband kunnen worden gebracht met deze leidekkerszoon. En, ja, ook het stadhuis van Bolsward waaraan het leidekkersbedrijf van vader Philipse onderhoud had gepleegd aan het dan nog jonge dak van het stadhuis, gedekt met leien, nadat rond 1617 vader Philipse voor die leibedekking had gezorgd. De kosten daarvan, zo blijkt uit rekeningen uit het oud-archief van de voormalige gemeente Bolsward, werden uitbetaald aan vader Philipse. Hoe voor de hand liggend is het om te kunnen concluderen dat zoon Frederick de houten latten, nodig voor het opnieuw leggen van de leien, zal hebben aangebracht?

We konden ook zo ongeveer de plek aanwijzen waar Frederick was geboren ( de Vijverstraat, nu de Snekerpoort) en, hoe gemakkelijk nog, de kerk (de Broerekerk) betreden waar het jongetje Frederick gedoopt is.

Het door Leendert geschreven artikel over dit onderwerp verscheen niet lang daarna uitgebreid in het weekblad ‘de Groene Amsterdammer’. Naast het bezichtigen van Bolsward vertelde Van der Valk ook heel veel over de slavenhandel-geschiedenis zoals die onder Nederlandse heerschappij plaatsvond in en rond o.m. Nieuw Amsterdam, en ook daarna onder Engels koloniaal bezit. Deze geschiedenis, die ook in boekvorm verscheen en waarvan ik nu ook de finesses vernam, maakte grote indruk en veranderde fundamenteel mijn kijk op deze geboren Bolswarder.

Een Bolswarder die zijn familiebezit vergaarde met slavernij, piraterij, belastingontduiking en grootgrondbezit waarop hij, aanvankelijk illegaal, tarwegewassen verbouwde. En veel werk liet verrichten door tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen.

Op basis van ook dit verhaal wordt duidelijk hoe het geven van namen aan openbare gelegenheden als gebouwen, straten, pleinen en stegen altijd het maken van afwegingen vraagt voordat wordt overgegaan tot het officieel vaststellen van die namen. Het komt nog altijd regelmatig voor dat discussies oplaaien over een bepaalde eigennaamgeving. Ook in Bolsward, nu binnen de gemeente Súdwest-Fryslân, hoort door de bepalende instanties nooit achteloos te worden omgegaan met dit onderwerp. En met de kennis van nu zouden ook enkele plaatselijke namen wellicht anders benoemd zijn. Nieuwe feiten over de plaatselijke historie kunnen  inzichten met zich meebrengen, die invloed horen te hebben op de hedendaagse naamgeving van al die straten, pleinen, gebouwen en steegjes, vooral die met eigennamen.

Bolsward, augustus 2026
© Willem Haanstra

Met dank aan Leendert van der Valk

Andere geraadpleegde bronnen:

Oud Archief gem. Bolsward

Kerkelijke archieven:

History Hudson Valley, Philipsburg

En:

Douwe J. van der Meer, Reduzum

Robert Schriek, genealogisk jierboek    

Michael Douma, auteur en historicus

Barbara Henkes: ‘Sporen van het slavernijverleden in Fryslân’.