Slagzij makend,
met hoofd bedekt
door wollige krachten,
enkel neus nog vrij
voor de luchtfontein
van warme waterlucht,
onder snurkjes uitgestoten,
tot het lijf
in slaapstand.
Voor anker liggend
deinen herinneringen
achter de zielspiegels,
soms woelig zwervend
op de golven,
al krabbend aan ’t anker
tot het bijna afdrijven
in eindeloze nevels.
Het zeil vangt eerst
een aarzelend briesje,
golfslagen wassen de romp,
waarna het zeil zich bolt
van nieuwe ochtendwind
tot land in zicht.
© Elsijn Eelsingh