Categorieën
Beleid Geschiedenis Politiek

POLITIEKE COLUMN: TERUG NAAR ‘OPENBAAR, TENZIJ …’

Door Carla Hoetink op Parlement.com

Nu de Tweede Kamer te maken heeft met een minderheidskabinet, is er alle reden om de positie van de Kamercommissies met frisse blik te bezien – en heilige huisjes, zoals openbaarheid van overleg, ter discussie te stellen.

Wat betekent een minderheidskabinet voor de werkwijze van de Tweede Kamer? Voor de formele procedures niets. Toch biedt deze constellatie de kans om met frisse blik te kijken naar de mogelijkheden van de Kamer om nieuwe richting te geven aan het samenspel met de regering – en invloed uit te oefenen, bevrijd van het juk van een dominante meerderheid.

De Hofvijver, het Binnenhof en daarachter enkele ministeries in Den Haag. © Floriske Gerritsma

De rol van Kamercommissies verdient hierbij bijzondere aandacht, als de plaats waar compromisvorming op onderwerpen kan worden begeleid en kritisch gevolgd.1) Een krachtig opererende commissie kan fungeren als katalysator en waakhond in het proces van akkoordvorming.

Eén manier om de Kamercommissie te versterken, is om haar activiteiten structureel in een cyclus te organiseren met verschillende stadia: van informatie-inwinning naar inspraak, naar debat en besluitvorming. De Kamer kan zich hiervoor laten inspireren door gemeenteraden, die deze werkwijze met succes toepassen.2)

Ruimte voor besloten overleg – met openbaar verslag achteraf – zou hierbij een waardevolle toevoeging zijn, zo leert het parlementaire verleden.

Openbaarheid van commissiedebatten is nog een relatief jong fenomeen. Pas in 1980 maakte de Tweede Kamer de omslag van ‘besloten, tenzij…’ naar ‘openbaar, tenzij…’. Het merendeel van de commissievergaderingen werd vanaf dat moment vrij toegankelijk voor pers en publiek. Inmiddels is alles openbaar, op procedureel overleg na.

VVD-verkiezingsaffiche uit 1977. Lijsttrekker Wiegel werd in het daarop volgende CDA-VVD kabinet minister van Binnenlandse Zaken.

Openbaarheid is op democratische gronden een groot goed. Toch besefte de Tweede Kamer destijds ook dat er iets belangrijks verloren zou gaan, zodra het voorbereidende overleg aan de openbaarheid werd prijsgegeven.

In de periode na 1945 zochten regering en parlement elkaar veel vaker op dan vóór de oorlog. Niet alleen voor de behandeling van begrotingen en wetsontwerpen, maar van tijd tot tijd ook naar aanleiding van nota’s, brieven en verslagen.

Leest u verder via: https://www.parlement.com/column/202605/terug-naar-openbaar-tenzij