Door CBD op Liwwadders
– In 2025 gingen 9 procent minder werknemers met ontslag dan in 2022.
– Er worden meer contracten beëindigd vanwege faillissementen, bezuinigingen, reorganisaties of arbeidsconflicten.
– 53 procent van de werknemers werkt drie maanden na ontslag om bedrijfseconomische redenen niet.
In 2025 gingen gemiddeld 618 duizend 15- tot 75-jarige werknemers per kwartaal met ontslag. In 2022, toen de werkloosheid op zijn laagst was in bijna 25 jaar, waren dit er nog 677 duizend. Ontslag kan op eigen initiatief zijn, maar ook op initiatief van de werkgever. Terwijl de werkloosheid in deze periode licht toenam, steeg het aantal ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Minder werknemers namen ontslag omdat ze een nieuwe baan startten. Dit blijkt uit nieuwe cijfers uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Werknemers noemen het vaakst als belangrijkste ontslagreden dat ze een andere baan hebben of een bedrijf willen starten. Dit aandeel is tussen 2022 en 2025 afgenomen van 42 procent tot 38 procent. Bedrijfseconomische redenen komen juist vaker voor. In 2025 was dit in 8 procent van de gevallen de belangrijkste reden, in 2022 was dit nog 5 procent. Het einde van een tijdelijk contract bleef in ongeveer 15 procent van de gevallen de voornaamste reden voor beëindiging van de hoofdbaan.
Bezuinigingen, reorganisaties of conflicten vaker ontslagreden
De bedrijfseconomische redenen en arbeidsconflicten zijn verder op te delen in faillissementen en bezuinigingen, reorganisaties of arbeidsconflicten.
Faillissementen komen relatief weinig voor als belangrijkste ontslagreden. In 2025 was dit bij 2 procent het geval; gemiddeld 9 duizend keer per kwartaal. In 2022 was dit nog 1 procent. Bij de bezuinigingen, reorganisaties of arbeidsconflicten nam dit aandeel toe van 4 procent in 2022 tot 6 procent in 2025. Dit zijn 34 duizend beëindigde contracten per kwartaal.
Ontslag flexibele werknemers vaak door einde contract
Van de 341 duizend werknemers met een flexibele arbeidsrelatie die per kwartaal stopten met hun baan, was dat in 23 procent van de gevallen vanwege het einde van hun tijdelijke contract. Dit was ook zo in 2022. Hoe flexibeler de contractvorm, hoe vaker ontslag wegens het einde van het tijdelijk contract voorkomt.
Bedrijfseconomische redenen zijn in 2025 minder vaak de belangrijkste ontslagreden voor werknemers met een flexibele arbeidsrelatie: dit bedroeg 5 procent. Bij werknemers met een vaste arbeidsrelatie was dit 14 procent. Ten opzichte van drie jaar geleden namen deze percentages zowel voor flexwerknemers als vaste werknemers toe. Veel verschillen tussen de twee groepen werknemers hebben te maken met het feit dat werknemers met een flexibele arbeidsrelatie jonger zijn.
Ruim helft ontslagenen is één kwartaal na bedrijfseconomisch ontslag niet aan het werk
Van de om bedrijfseconomische redenen ontslagen werknemers in 2025 werd in het daaropvolgende kwartaal 32 procent werkloos. 21 procent stroomde uit naar de niet-beroepsbevolking. Opgeteld is 53 procent van deze groep in het volgende kwartaal dus niet meer aan het werk. Bij de baanverliezers wegens het einde van een tijdelijk contract is deze groep nog iets groter: opgeteld 57 procent. Bij de overige redenen zijn werknemers die met ontslag gingen in het volgende kwartaal vaker aan het werk; minder dan de helft (37 procent) heeft geen baan.
Voor alle ontslagredenen geldt dat, als mensen werk vinden, dit meestal als werknemer met een flexibele arbeidsrelatie is. In 2025 werkte 47 procent het daaropvolgende kwartaal als werknemer met een flexibel contract, had 9 procent van de werknemers een vaste arbeidsrelatie en werkte 3 procent als zelfstandige