Categorieën
Poëzie

WAAROM SNEEUW WIT IS

Weergoden vergaderden urenlang totdat de mist opkwam en bij het naar huis gaan geen hand meer voor ogen zagen. ‘De mist kleurt maagdelijk wit’, zei de oudste god. ‘De fietssleutel is onzichtbaar in mijn handpalm’, aldus een godenzoon. ‘En mijn witte Simca is nergens vindbaar’, roept Elise, een wijze godin.

De jongeren in het skichalet maken ranzige dolletjes over pure schoonheid van eeuwige sneeuw op bergtoppen. Ergens eindigt de avond met veel gebral en slecht gezongen liederen, terwijl het blonde bier blijft schuimen. En Adriaan-Arthur kijkt bij de laatste pint wel enorm bleekjes, de arme stakker.

De kunstenaar en de architect ontwerpen vormen van perfectie. Er valt veel dan wel niets te zien als louter witte vlakken. Veel natuurkundigen beweren dat wit geen kleur is, maar een nuance. Er zal, vanwege de leegheid van het bestaan, geen feest over zijn gevierd. Laat staan, het drinken van witte wijn.

De speekselklieren van journalisten draaien overuren. Ze stellen telkens dezelfde vraag: ‘Voelt de laatst gevallen sneeuw ook klam aan?’ Schuimbekkend van de stress, veroorzaakt door al dat harde werken in de vrieskou, tekenen hun lippen wit en soms nog witter af. Een meelijwekkend schouwspel.

Toen de allergrootste God van dit alles hoorde, besloot hij rood uit sneeuw te halen, evenals paars en blauw. Transparant wit hoorde deze prachtige neerslag te zijn, fluisterden drie tot vier bestudeerde apostelen hem in. Ze wilden stiekem toch een wit voetje bij God halen. Dat voelt vertrouwd en fijn.

© Wiebe Dooper

Foto © Gerda Bijker