Hemelsbreed, met de zon mee,
schuift een land voorbij,
vol cowboys en malloten
hun stamhoofd volgend,
gewapend met het gelijk,
koste wat het kost.
Liggen bergenketens stil,
onbewogen,
puur pais en vree.
Ter linkerzijde van de aardkloot:
een koude witte vlakte,
open en bloot
met één malloot en soms veel berken,
waar steppengangers dansen
de bodem uit het glas drinkend.
Verderop in de verte,
stille wateren:
enkel nog pais en vree.
Hier, pal beneden,
zoemt het gefit en gezever
over de scheiding
van mug en olifant,
van feit en strijd,
altijd alles wordt verklaard
maar niks wordt warm
omarmd en onthaald
De hemel zelf schuurt zich rauw
en vouwt dicht
tot een kluwen van het altijd gelijk.
Zuidwaarts twisten zij nog steeds
over de kleur van baard des keizers,
of over kwaliteit der geitenwol,
blond, bruin, zwart of wit.
Van bovenaf
lijkt onderop
zijn gangetje te gaan.
Ubi sunt?
Waar zijn zij
die vóór ons waren?
Waar zijn wij nu,
die het verschil menen te kennen
tussen vrij man en slaaf?
Golvend met zon en tijd
zonder begin dat blijft,
zonder kalendereinde….
© Elsijn Eelsingh
- “ Ubi sunt qui ante nos in mundo fuere?” =
“Waar zijn zij (heengegaan) die vóór ons in de wereld waren?”