In 2010 verscheen de debuutroman Griene Simmer van Bart Kingma. Ik woonde nog in Castricum en het zou nog zes jaar duren vóór ik naar Friesland verhuisde. Ik noemde het boek toen “een interessant literair debuut […] dat naar meer smaakt”. Het was even wachten – ik woon inmiddels bijna tien jaar in Koudum – op ‘meer’, hoewel Kingma wel enkele Friese jeugdromans schreef, waaronder Sex to the Max (2019). Maar zijn tweede Friese roman voor volwassenen, Flarde, verscheen pas in het voorjaar van 2026. Ik moest er om verschillende redenen wel even inkomen.

De kaft van Flarde, een ontwerp van Aniek de Boer, ziet er fascinerend uit, verraadt niets. De binnenkant is opgebouwd uit pagina’s in twee kleuren: witte pagina’s met het verhaal van ‘De Doarmer’ (de zwerver), en grijze pagina’s waarin ‘It Neat’ (het niets) aan het woord is. ‘Het niets’ spreekt de lezer direct in het begin toe in één lange zin van bijna drie pagina’s zonder interpunctie. Dat was aanvankelijk te veel voor mij. Grijze pagina’s komen drie keer in het boek voor: aan het begin, midden en eind.
Het eigenlijke verhaal op de witte pagina’s begint bij een grenscontrole van Frankrijk naar Spanje. Hoofdpersoon Aede Ferwerda wordt door de grenspolitie gecontroleerd. Daarbij zien de agenten in de achterbak een kuip met Hollandse aarde. Aedes uitleg wat hij daarmee moet, in gebrekkig Frans, blijft ook voor de lezer nogal raadselachtig.
Al gauw wordt duidelijk dat Aede Friesland heeft verlaten omdat het leven thuis een puinhoop is. Hij is de derde generatie binnen het slecht lopende loonbedrijf waarin hij tegen zijn zin zijn vader moest opvolgen. De relatie met zijn vader is nooit goed geweest, zijn zoon Edo wil niets meer van hem weten en met zijn vrouw, die feitelijk het bedrijf runt, slaapt hij al jaren niet meer.

Om het bedrijf te redden en zijn ambities te bewijzen, is Aede onderweg naar een huisje in Baskenland. Zijn doel is het samenstellen van de meest vruchtbare grond ter wereld door Nederlandse aarde te vermengen met Baskische mineralen en zijn eigen ontlasting. Tsja … Bovendien reist Aede naar Baskenland voor Sarat, de ‘beroemde’ Frans-Canadese zangeres die zelfs in het Fries kan zingen, omdat ze in haar jeugd in Friesland gewoond heeft.
Sarat leeft al jaren teruggetrokken en treedt niet meer op. Aede is nog altijd haar manager én zij is in feite zijn grote, onbereikbare liefde die op een rare manier constant in zijn leven aanwezig is. Met een ambitieus plan om contacten te leggen met andere Baskische artiesten, denkt Aede haar een comeback te bezorgen en zo aan zijn vrouw en vooral zijn zoon te laten zien tot welke grote daden hij in staat is.
Kingma weeft de voorgeschiedenis van Aede soepel door het verhaal in het heden. De lezer krijgt mooi gedoseerd inzicht in Aedes leven: hoe hij als dertienjarige op een camping in Baskenland de zes jaar oudere Sarat ontmoette, zijn worstelingen op de basisschool, en het trauma uit zijn jeugd. Op twaalfjarige leeftijd moest Aede namelijk vechten voor zijn leven na een ongeluk. Dat liet een diepe, emotionele fantoompijn en een ‘gebroken ziel’ achter, waardoor hij op de mavo een gemakkelijk slachtoffer werd voor hufterige pesters.

Maar de grootste spanning van de roman zit in het geraffineerde spel dat de schrijver met de werkelijkheid speelt. Aanvankelijk lijkt Aede een wonderlijke naïeveling met veel belangstelling voor poëzie en muziek. Hij verdiept zich in de Baskische geschiedenis en de ETA, zoals het verhaal achter de executie van de vrouwelijke ETA-leider Yoyes. Maar gaandeweg wordt zijn gedrag vreemder, hij komt steeds in rare situaties terecht en is geobsedeerd door zijn eigen ontlasting.
En vooral is hij steeds vaker in het gezelschap van Sarat, die overal opduikt waar Aede is. Stukje bij beetje ontdekt de lezer dat Aede geen wereldvreemde idealist is, maar een chronische waandenker die de grip op de werkelijkheid volledig verliest. Het spel met de werkelijkheid speelt Kingma zelfs buiten het boek verder. In Noardewyn Live van Omrop Fryslân trad Sarat met band op met het nummer Dream, dat in rol speelt in het boek.

Op een gegeven moment confronteert Sarat Aede met het verschil tussen verlangen en realiteit. De lezer weet dan wel genoeg, al doet Kingma er dan nog een schepje bovenop. Terwijl de dreiging onafwendbaar is, weerspiegelen de chaotische laatste twintig bladzijden hoe de hoofdpersoon de weg kwijtgeraakt is. Dit verwarrende slot is misschien een beetje te veel, maar laat wel de toestand van Aede duidelijk zien.
Dat ik moeite had met het begin van het boek kan trouwens ook goed komen, doordat ik het boek te vaak aan de kant legde door allerlei Koudumer besognes. Want eenmaal in het verhaal werd ik gegrepen door het merkwaardige gedrag van de hoofdpersoon en de manier waarop de schrijver ze heeft opgetekend. En nu kan ik concluderen: Bart Kingma heeft met Flarde een intrigerende roman geschreven, een waardige opvolger van het ‘interessante literaire debuut’.
© Jelle van der Meulen