Door Arend Hazekamp
Wie bekommert zich nog om de onderkant van onze samenleving? De omarming van het neoliberalisme houdt in dat je vooral zelf verantwoordelijk bent voor je eigen succes. Wie er niet in slaagt zichzelf te redden, draagt het stigma van een mislukkeling mee en heeft geen status in de samenleving.

Socioloog Milo van de Kamp groeide zelf op in armoedige omstandigheden. Hij stelt dat onze verzorgingsstaat is veranderd in een disciplinerend systeem. Het stuurt gedrag van mensen in de richting van zelfredzaamheid.
Wie daar niet in slaagt, heeft geen status in onze samenleving en krijgt schaamte opgelegd. Deze drie S’en van stigma, status en schaamte sluiten mensen aan de onderkant van de samenleving uit van de politiek, constateert Van de Kamp.
Ze worden met wantrouwen bejegend als een ‘soort bloedzuigers van de schatkist van de staat’. En ze ervaren vooral de negatieve kanten van wetten en beleid. De toeslagenaffaire is een goed voorbeeld hoe dit uitpakt. Slecht geïsoleerde sociale huurwoningen toont de geringe aandacht voor mensen aan de onderkant, stelt Van de Kamp.

De grondhouding in de samenleving over armoede is ook veranderd. De solidariteit met de mensen uit de lage sociale klassen is na de jaren tachtig aanzienlijk afgekalfd. De PvdA raakte in de jacht op de hogeropgeleide kiezers in het midden van het politieke spectrum de band met de traditionele achterban voor een groot deel kwijt.
Solidariteit is steeds een krachtige waarde geweest in de socialistische beweging en daarbuiten.
Stel je voor dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog bovengeschetste mentaliteit had geheerst. Hadden er dan – op een bevolking van negen miljoen – tussen de 300.00 en 350.000 mensen een onderduikplek kunnen vinden?

Veel actieve vrije socialisten namen onderduikers in huis. De vooroorlogse netwerken waarin betrokkenen elkaar vertrouwden, zorgden ervoor dat mensen die het nodig hadden een onderduikplek konden vinden.
Zo werden door de Amsterdamse vrije socialist Maup Stevens tientallen Amsterdamse Joden per trein naar Heerenveen begeleid, waarna zij door geestverwanten in de Friese Zuidoosthoek bij mensen thuis werden ondergebracht.
Deze organisatie bracht op deze wijze honderden mensen in veiligheid, maar kon de toestroom van onderduikers op een gegeven moment niet meer aan. De Amsterdamse tak van deze hulporganisatie werd vervolgens verraden. Stevens kon de dans ontspringen en moest zelf onderduiken, maar zijn broer werd gepakt en belandde in het concentratiekamp.
Meer over hoe de vrije socialisten onderduikers hielpen, vind je in mijn boek ‘Vrije socialisten in verzet 1940-1945’, verkrijgbaar in de betere boekhandel of te bestellen bij uitgeverij Louise: https://www.uitgeverijlouise.nl/boeken/boek….
