Categorieën
Boeken Cultuur Fryslân Literatuur Overpeinzingen uit Koudum

EPPIE DAM – ‘STIL DE WILDERNIS’

Toen Brigitte en ik nog maar net van Castricum naar Koudum verhuisd waren, wandelden we een keer over de Algemene Begraafplaats van Koudum. We wilden alles van ons nieuwe dorp ontdekken. Ik voelde me al heel gauw thuis in Koudum en toen we over de begraafplaats liepen, zei ik: “Nou, hier wil ik wel begraven worden.” Brigitte had altijd al een voorkeur voor een natuurbegraafplaats, dus op een gegeven moment fietsten we maar eens naar de Bremer Wildernis in Gaasterland, inderdaad een bijzondere plek. Ik moest daar weer aan denken toen ik Stil de wildernis in handen had.  

Ingang Algemene Begraafpaats Koudum. © Jelle van der Meulen

Stil de wildernis is een postume, tweetalige dichtbundel van Eppie Dam (1953–2026), waarin natuurbeleving, vergankelijkheid, herinnering en de dood centraal staan. De poëtische cyclus speelt zich af op natuurbegraafplaats de Bremer Wildernis, tevens de laatste rustplaats van de dichter zelf. Het door Ankemarije Dam fraai vormgegeven boekwerkje bevat treffende natuurfoto’s van Kees Muizelaar die de teksten versterken, maar ik beperk me hier tot de gedichten die zowel een Nederlandse als Friese versie hebben.

Pagina 22-23 uit Stil de Wildernis. © Útjouwerij De Ryp

De bundel kent een doordachte opbouw en opent met een Engels motto van W.B. Yeats, een Nederlandstalige inleiding en twee inleidende gedichten waarin de lezer welkom geheten wordt. De kern bestaat uit negen gedichten waarin telkens een specifieke boom of struik wordt beschreven. Afsluitend volgen drie gedichten over de begraafplaats zelf, waarbij het slotgedicht ‘Vredig woud’ met de woorden ‘blijf welkom’ de cirkel naar het begin weer sluit.

De overkoepelende gedachte van de bundel is dat de natuur voortleeft wanneer de mens sterft. Dit besef biedt zowel troost als relativering: de mens is slechts een tijdelijke voorbijganger die uiteindelijk terugkeert naar het grotere geheel. Hoewel de inleiding stilstaat bij de schaduwzijde — de kwetsbaarheid van het landschap en menselijke vervuiling — ligt het zwaartepunt in de gedichten vooral op de tegenstelling tussen menselijke onrust en natuurlijke rust, zoals in ‘Onder bomen’ en de Friese versie ‘Under beammen’:

er moest een rustplaats komen voor wie de onrust zocht en vrede onder bomen na felle levenstochtder wie in plak bestimd foar wa’t de ûnrêst socht en frede ûnder beammen nei fûle libbenstocht
Een foto van Kees Muizelaar van Eppie Dam bij de Bremer Wildernis. © Útjouwerij De Ryp

Dam lijkt in deze cyclus verzoening te vinden met het bestaan – en met het sterven. Religieuze begrippen als genade, schepping en overgave worden losgemaakt van hun dogmatische kader: de natuur neemt de plaats in van een hogere macht op een plek die “niet heilig, wel gewijd” is.

In de gedichten krijgen bomen en struiken een eigen stem en verbeelden ze menselijke eigenschappen en levensvragen. De brem staat voor licht en levenslust, de eik voor standvastige tijdloosheid en de berk voor kwetsbare veerkracht. De beuk verbeeldt het individu dat zijn eigen weg kiest, de acacia draagt een historisch verhaal over schaarste met zich mee, en de lijsterbes, hazelaar en meidoorn verbeelden verlies, troost en de opeenvolging van de seizoenen. Een hoogtepunt wat mij betreft is het sensuele gedicht ‘Els’ – en dan vooral de Friese versie – waarin de dubbelgeslachtelijke natuur van de boom leidt tot een speels samenspel tussen menselijke lust en het bijbelse scheppingsverhaal.

Voorkant van de bundel De sachte tufkes fan dyn Lister uit 1993.

Dams ambachtelijke vormvastheid en taalbeheersing tonen zich ook in de tweetaligheid. De Nederlandse en Friese versies spiegelen elkaar niet altijd, maar vullen elkaar soms aan als creatieve herscheppingen waarin de dichter zoekt naar de beste muzikale klank. De gekozen structuur kent een lichte keerzijde: het procedé van een boom beschrijven en daar een levensles aan verbinden wordt na verloop van tijd wat voorspelbaar. Ook geeft de dichter de betekenis soms erg expliciet prijs en lijkt het rijm de woordkeuze een enkele keer te dwingen.

Ondanks deze kleine kanttekeningen is Stil de wildernis een geslaagde en troostrijke bundel. Waar Yeats in zijn motto oproept tot een koud oordeel over het leven en de dood, stelt Dam daar in zijn slotstrofe een mild en warm alternatief tegenover. De natuur vraagt niet om een hard oordeel, maar biedt een beschutte rustplaats waar stilte, aandacht en herinnering overblijven.

blijf achter doden in de wildernis hier is je ziel vertrouwd nu ieder oordeel milder is dan hard en koudbliuw achter deaden yn ’e wyldernis hjir is jim siel beskut no’t alle oardiel mylder is as kâld en hurd

Dit is een samenvatting van de Friestalige bespreking op mijn Friese-literatuurpagina.

© Jelle van der Meulen