Ze hadden 10.000 maniakken losgelaten. Wie zijn ze?, is dan altijd de vraag. Welnu, gevangenissen, psychiatrische instellingen, TBS-klinieken, het Pieter Baan Centrum. Niemand was meer veilig. Geen mens durfde meer in het donker over straat. En het was winter. Overdag ook amper. Iedereen loerde omzichtig om zich heen en over de schouder, de omgeving verkennend op verdachte dan wel vreemde personen. Maar wat was verdacht en wat was vreemd?
Was die dakloze met zijn blikje bier verdacht, was die bruine man weggedoken in zijn hoodie verdacht, was die vriendelijk groetende man in zijn keurige pak verdacht? Paranoia alom. Iedereen was bang voor iedereen. De mens was als een hert op de Veluwe, ineens beducht voor de loerende wolf.

Ach wat zijn 10.000 maniakken op een bevolking van 18 miljoen zielen, en liepen er voor die vrijlating al niet veel meer dan 10.000 vrij rond? Zou een nuchter mens zich kunnen afvragen. Maar nuchterheid was plots vluchtig geworden, en met name de rechtse media stookten het angstvuur dankbaar op. Waarom ze dat deden was de nog nuchtere mens een raadsel. Maar elke moord, verkrachting, overval of welk misdrijf dan ook werd aangegrepen en breed uitgemeten. Voorpaginanieuws. Ook de praatprogramma’s op tv lieten zich niet onbetuigd, het was een even spannend als verontrustend onderwerp dat kijkcijfers garandeerde.
Wie zich wel ‘bij nacht en ontij’ buiten waagde, riep gerede twijfel op aangaande zijn betrouwbaarheid, dan wel zonder meer voor een onbetrouwbaar sujet te worden gehouden; geheel wederkerig, want dat was de waarnemer dan ook voor die ander. Menigeen zag er een oplossing in alleen groepsgewijs naar buiten te gaan. Maar de groepen joegen elkaar ook wederzijds angst aan. Hetzelfde gold voor de in de haast opgerichte buurtwachten, met namen als Samen Waakzaam, Buurtwacht de Jordaan (luid zingend door de straten) of Bezorgde Burgers (soms met een plaatsnaam erachter),die elkaar in de donkere avonduren tegenkwamen. Niet zelden kwam het tot wederzijdse paniek. De straten werden bevolkt door angsthazen en wezels, angstvallig sluipend langs de gevels.

Er moest “meer blauw op straat”, was de alom gehoorde kreet. Maar er waren geen mensen die blauw op straat wilden zijn. En er was geen Superman, Batman of Spiderman om het kwaad geheel eigenhandig te bestrijden. Het leger moest er maar op af. Maar waar? Ja, er waren duizenden loslopende kwaadaardige lieden daar buiten, maar waar ze los liepen, dat wist geen mens. Het was moeilijk om uiting te geven aan de volkse angst en het ongenoegen. Men wilde wel protesteren, maar er waren geen locaties waar het gewelddadig protest zich kon concentreren, zoals rond een azc, de maniakken waren immers juist losgelaten uit hun bewaring. Het was allemaal richtingloos. Een beetje gaan staan schreeuwen bij het Pieter Baan Centrum of de Van Mesdagkliniek had weinig zin.

De 10.000 maniakken waren als een knuppel in het hoenderhok van Luilekkerland. Zij maakten iets wakker onder het lome, verwende volk, een basale instinctmatige oerdrift. Die van de overlevingsdrang. Het zette de menselijke individu en de maatschappij op scherp. Alle zintuigen waren ineens in hoogste staat van paraatheid. Alsook de geestelijke opmerkzaamheid. Zoals de gaandeweg versufte konijntjes, ooit losgelaten in het grasrijk eldorado van het niemandsland tussen de twee Berlijnse muren, pas weer tot leven en alertheid kwamen toen er ook vossen werden losgelaten. Waar zij voorheen onbezorgd rond huppelden (met alleen aandacht voor voeding en voortplanting), zochten ze nu weer naar schuilplaatsen.
Zo ook de mens, tot in de uiterste zenuwbanen geprikkeld, in wisselende emoties van angst, kwaadheid en onmacht. Ja, die maniakken leenden zich nog beter voor angst en haat dan de asielzoekers. Men was als een vluchteling in eigen land. En daarover gesproken: ondertussen was het zowel binnen als buiten de poort bij het aanmeldcentrum in Ter Apel opmerkelijk rustig. Of niet opmerkelijk, want het werd niet opgemerkt doordat de volkse angstige aandacht er niet naar uitging. De maniakken namen alle opmerkzaamheid in beslag.

Was het een meesterplan van ’s Rijksoverheid, en dat zij vrijwel zeker wisten dat de rechtse media er vol bovenop zouden duiken, alle aandacht zo van de vluchtelingen af zouden leiden en aldus het gewenste effect zouden bewerkstelligen? En dat de vrijgekomen ruimtes in de gevangenissen en andere maniakale bewaarplaatsen werden gebruikt voor de opvang van asielzoekers. Een schrandere en praktische dubbelslag. Voor je het weet ben je aan het complotdenken. Ondanks dat er toch voldoende achterdocht heerste in brede lagen van de samenleving, had die complottheorie nog geen wortel geschoten onder het bevreesde volk.
© Dolf Alberts