Categorieën
Poëzie

AFSCHEID

Nog eenmaal wil ik gaan door open weiden
tot waar de zee van ‘t onbewogen licht
de val ontvangt in wiegelend evenwicht
en vlied en vloeit naar ‘t golven der getijden.

Nog eenmaal waar de landelijke wegen
elkander kruisen in het lage veld,
de holle wilg over het water helt
en ruine pluimen in de wind bewegen.

En waar het stadje rijst boven de wallen,
beveiligd binnen die vertrouwde wacht,
en waaromheen de brede biezen, zacht
en zijig, op het gladde water vallen.

Dan zal het mij genoeg zijn om te weten
dat wat lief werd nooit in ons verdwijnt.
En al de dagen zal ik welkom heten,
waarin mij deze wereld weer verschijnt.

Jan Prins (1876-1948)