Door Bert van den Braak op Parlement.com
Een maatschappelijke misstand leidt tot ophef, na een oplossing blijft het stil.
Een belangrijke taak van politiek en bestuur is het oplossen van maatschappelijke problemen. Dat kan bijvoorbeeld door wijziging van beleid, al dan niet vastgelegd in wetgeving. Zaken zijn soms complexer dan ze op het eerste gezicht lijken en dat kan ertoe leiden dat oplossingen langer op zich laten wachten. Het stikstofprobleem is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Maar toch, soms lukt het. Dat was ook onlangs het geval. Alleen de media zwegen en dus weet ‘niemand’ het. Waarover ging dat?
Het toeslagenschandaal werd in belangrijke mate veroorzaakt door een keihard fraudebeleid, waarin iedere fout – ook al kwam die niet uit onwil, maar uit onkunde voort – genadeloos werd afgestraft. Het ging onder meer om uitgekeerde toeslagen, waarover achteraf verantwoording moest worden afgelegd en die eventueel moesten worden terugbetaald. Het fraudebeleid zoals dat rond 2010-2013 was ontwikkeld, omvatte echter meer strenge regels in de sociale zekerheid zoals vastgelegd in een Fraudewet.
Toen onder meer de Nationale ombudsman zich kritisch had uitgelaten over de hardheid van de wetgeving kwam minister Lodewijk Asscher in 2016 met enige versoepelingen (de zogeheten Fraudewet II). Er kwam onderscheid tussen verwijtbare en niet-verwijtbare overtredingen, waarbij het mogelijk werd te waarschuwen. Het boetebedrag werd gekoppeld aan de mate van verwijtbaarheid: 100 procent bij opzet, 75 procent bij grove schuld, 50% bij normale verwijtbaarheid en 25% bij verminderde verwijtbaarheid.
Leest u verder via: