Gelukkig, het koste even wat moeite, maar ons mooie blauwe schip ligt in veilige haven. Op een in Engeland achtergebleven bemanningslid na, legden Tjitske, Ben, Irma, Sjoerd en ik, netjes aan een opgeknapte steiger aan in een vriendelijke watersportplaats ergens in het Fryske lân.
Vanaf begin mei voeren we eerst naar Finland en klapten in Helsinki voor fenomenaal optredende jazzorkesten. In Stockholm raakten vooral Tjitske en Sjoerd onder de indruk van de zang van kerkkoren. Tot op de dag vandaag blijven ze gecharmeerd van het laatmiddeleeuws gekozen repertoire. Het Munch Museum in Oslo kon alleen op mijn waardering rekenen. Wellicht heeft dat ermee te maken, omdat ik aan boord teveel doordraaf over processen uit de Noorse kunstgeschiedenis.

In de haven van het Noorse Bergen dronken we gezellig enkele koppen koffie met de vrijwillige helden van Greenpeace. Onderling konden ze het niet eens worden over het redden van de laatste exemplaren van een subtropische vissoort – die om wat voor duistere reden ooit terechtkwam – in de wateren van indrukwekkende diepe fjorden. Ben, onze enige bemanningslid met ervaring als activist, adviseerde om een harde leus te schrijven op een spandoek, dat aan de monding van de haven geplaatst kon worden op een zonnige dag.

Ook assisteerden we de Schotse kustwacht door papier te prikken en ander afval op te ruimen aan enkele stranden. De troep was achterlaten door doldrieste wandelaars, die tijdens het af te leggen parcours snoepten en snackten. Na onze vrijwillige inzet kregen we Aberdeense boterkoekjes voorgeschoteld en enkele koppen lauwe schapenmelk. Op de terugweg naar ons blauwe schip boerde Tjitske – jammer genoeg – vaker dan een enkel keertje.

We maakten afgelopen periode nog meer avonturen mee. In Bretagne namen we deel aan volksdansen en in een Spaans dorp nabij Valencia blonk Ben uit in ringsteken op de fiets. Irma, ons talenwonder, praatte ons aan boord vaak bij over de warme waardering die we in iedere Europese plaats ondervonden. Veelal werd gezegd dat het te maken had met de vriendelijke uitstraling van onze mooie blauwe schip.
Wiebe Dooper