Categorieën
Cultuur Geschiedenis Internationaal Overpeinzingen uit Koudum Sociaal Verhalen

Emigratie van Koudumers naar Argentinië rond 1889, deel 4: de gebroeders De Hoop

Op 25 september 1889 kozen drie broers uit Koudum — Jelle, Karel en Jan de Hoop — voor het onzekere avontuur van een emigratie naar Argentinië. Hun geschiedenis is exemplarisch voor enkele duizenden Nederlanders die aan het eind van de 19e eeuw, gelokt door beloften van gratis land en een gouden toekomst, de oversteek waagden.

De broers De Hoop waren zonen van Jan Jelles de Hoop en Baukje Karels Westhof. Jelle (geboren in 1862) was de enige van de drie die getrouwd was; hij reisde samen met zijn vrouw Hijlkje Reuhman en hun baby Baukje van slechts enkele maanden oud. Zijn jongere broers Karel (1865) en Jan (1872) waren op dat moment ongetrouwd. De zes maanden oude Baukje kwam tijdens de overtocht te overlijden.

Het overlijden van Baukje de Hoop, beschreven in het bevolkingsregister van Hemelumer Oldeferd.

Het gezin maakte deel uit van een grotere groep Koudumers die gebruik maakten van de zogenaamde pasajes subsidiarios: door de Argentijnse regering betaalde overtochten. Ze scheepten te Amsterdam in op het stoomschip ‘Schiedam’. De reis was zwaar en duurde ruim vijf weken. Bij aankomst in Buenos Aires werden de landverhuizers ondergebracht in het beruchte emigrantenhotel, een plek die Karel de Hoop later in zijn verslag zou omschrijven als een vieze, overvolle houten keet waar ziekten en ontberingen aan de orde van de dag waren.

Terwijl veel andere Koudumers naar de provincie Mendoza werden gestuurd, belandden de gebroeders De Hoop in de provincie Buenos Aires. Ze kwamen terecht in de omgeving van Chacabuco. De beloofde rijkdom bleek echter een illusie. Bijna direct na hun aankomst brak in Argentinië een zware economische crisis uit. De inflatie schoot omhoog, de werkloosheid nam toe en de overheid stopte met de ondersteuning van nieuwe kolonisten.

Begin van het verslag van Karel de Hoop.

Karel de Hoop schreef later in 1896 een uitgebreid verslag over hun zevenjarig verblijf. Hij beschreef hoe ze moesten vechten voor hun bestaan. In plaats van eigen landbezitters te worden, werkten de broers vaak als loonarbeiders op de enorme landgoederen (estancia’s) van Argentijnse grootgrondbezitters. Ze deden zwaar lichamelijk werk: het nauwelijks te bewerken land omspitten, oogsten van maïs, hoeden van vee en het aanleggen van omheiningen op de eindeloze, boomloze pampa.

‘Estancia’ in de buurt van Chacabuco, Argentinië. (Foto van de Facebookpagina van het huidige natuurpark Estancia Fortin Chacabuco.)

Ondanks de zware omstandigheden probeerden de broers er het beste van te maken. Uit de verslagen van hun dorpsgenoot Wouter Wouters – die ook in die regio verbleef en over wie ik eerder schreef – weten we dat de Koudumers elkaar af en toe opzochten. Karel de Hoop trouwde in Argentinië met Maria Slimmers, een vrouw uit een Zeeuwse emigrantenfamilie. Wouter Wouters trad bij dit huwelijk op als getuige.

Veedrijven op de pampa bij Chacabuco, Argentinië.

Karel beschreef in zijn memoires de grote cultuurverschillen. Hij was verbaasd over de Argentijnse manier van veedrijven te paard, de eenvoudige hutten van modder en gras waarin ze woonden, en de lokale gewoonten rondom begrafenissen en feesten. Hij merkte op dat men in Argentinië veel minder ‘omslag’ maakte dan in Nederland; alles was rauwer en directer. De Friese nuchterheid en werkethiek hielpen hen te overleven, maar de heimwee en de teleurstelling over de Argentijnse overheid bleven aanwezig.

Voor de leden van de familie De Hoop bleek Argentinië niet echt het beloofde land. Terwijl sommige andere Koudumers (zoals Jan Koornstra en Wouter Wouters) besloten te blijven en te integreren, koos in ieder geval Karel de Hoop in 1896 voor terugkeer naar Friesland. Wat er van de broers Jan en Jelle de Hoop geworden is, is niet bekend. In datzelfde jaar had Karel de Hoop nog met zijn vrouw gelogeerd bij de eveneens naar Argentinië verhuisde Koudumer Wouter Wouters. Hem vertelden ze dat ze het goed hadden, maar was dat wel waar?

Een deel door de reis van Argentinië die Karel de Hoop in zijn verslag beschrijft, moderne kaart via Google Maps.

Karel de Hoop keerde na precies zeven jaar, in 1896, terug naar Koudum. Het verslag dat hij maakte en dat bewaard gebleven is, was bedoeld om de thuisblijvers te informeren en te waarschuwen: Argentinië was geen plek waar het geluk voor het oprapen lag. Men moest er harder werken dan in Friesland, vaak voor minder loon en onder slechtere omstandigheden.

De geschiedenis van de gebroeders De Hoop is door Histoarysk Koudum beschreven, mede dankzij het bewaard gebleven verslag van Karel. Het laat een andere wereld zien dan in de lonkende praatjes van de emigratie-agenten uit die tijd. De broers vertrokken met hoop, maar van de verwachtingen werd niet veel gerealiseerd.

Het volledige verhaal van de gebroeders De Hoop, inclusief het verslag van Karel de Hoop, staat op de website van Histoarysk Koudum. Dit is het vierde artikel op Brekt over de emigratie van Koudumers naar Argentinië in 1889.

© Jelle van der Meulen

Eerder verscheen: