Door LTO Nederland
Twee weken geleden publiceerde LVVN-minister Van Essen de kabinetsplannen voor landbouw, stikstof en natuur. Sindsdien organiseerden LTO Nederland, LTO Noord, ZLTO en LLTB vijf grote regiobijeenkomsten in Apeldoorn, Drachten, Den Bosch, Breukelen en Baexem. Ongeveer 1.500 LTO-leden bezochten de bijeenkomsten om vragen te stellen, zorgen te delen en de LTO-bestuurders richting mee te geven voor vervolggesprekken met het kabinet en de provincies.
Ondanks regionale verschillen was de boodschap opvallend eensluidend. Boeren en tuinders zijn boos en maken zich grote zorgen over de gevolgen voor hun bedrijf, hun ontwikkelmogelijkheden en de toekomst van hun gezin en opvolgers. Cruciale onderdelen van de stikstofaanpak, zoals de voorgestelde zonering en de omgang met grondgebondenheid, stuitten op massaal onbegrip én verzet. De boodschap aan LTO-bestuurders was helder: die onderdelen moéten anders. Tegelijkertijd was er tijdens alle bijeenkomsten ook een sterke wens om met feiten, argumenten en goed onderbouwde alternatieven invloed uit te oefenen op de verdere uitwerking van het beleid.
Grote zorgen over zonering en grondgebondenheid
Veruit de meeste vragen gingen over zoneringen en beperkende maatregelen rond Natura2000-gebieden, in beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Er is veel onduidelijkheid over nut en noodzaak van deze zones, aangezien stikstofsneerslag over afstanden boven 250 meter niet meer echt herleidbaar is tot een bron. Met name in gebieden waar veel bedrijven en landbouwgrond binnen toekomstige zones vallen, leven grote zorgen over waardeverlies van grond, beperkingen bij bedrijfsontwikkeling en onzekerheid voor de volgende generatie. Verschillende leden droegen voorbeelden aan die zichtbaar maakten hoe groot de impact regionaal kan zijn. Daarbij werd gewezen op honderden bedrijven en tienduizenden hectares landbouwgrond die mogelijk geraakt worden. In alle bijeenkomsten was de oproep om ervoor te zorgen dat deze zones doelmatig en efficiënt worden uitgewerkt: Zo klein mogelijk, met ruimte voor maatwerk, rekening houdend met de ligging van stikstofgevoelige habitats binnen Natura2000-gebieden.
Ook de voorgestelde norm voor grondgebondenheid van 2,6 GVE per hectare riep veel vragen op. Melkveehouders vragen zich af waarom zij aan deze norm gehouden worden als zij aan kunnen tonen dat ze de doelen voor waterkwaliteit aantoonbaar halen. Het feit dat het kabinet bij de uitwerking van grondgebondenheid afwijkt van wat ze zelf in het regeerakkoord heeft afgesproken (een eenvoudige norm óf doelsturing) bevestigt voor veel leden het beeld van een onbetrouwbare overheid die er gemakkelijk voor kiest om afspraken met de agrarische sector zonder tekst of uitleg te schenden. Ieder draagvlak ontbreekt voor deze maatregelen, die niet gericht zijn op emissiereductie maar uitsluitend op platte krimp.
Innovatie als onderdeel van de oplossing
Ook de bedrijfsemissienorm van 0,164 kg NH3 per kilo fosfaat leidt tot veel vragen onder melkveehouders. Duidelijk is dat boeren die norm niet kunnen halen door scherpe keuzes te maken in het voerspoor en voor maximale weidegang te kiezen. Voor veel ondernemers lijkt het onvermijdelijk om daarbovenop ook voor innovaties en technische maatregelen te kiezen. Daarbij leven er vragen over de betrouwbaarheid, betaalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid van die technische oplossingen.
Tijdens de bijeenkomsten werd breed erkend dat innovatie noodzakelijk blijft. Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat veel leden vinden dat technologische oplossingen alleen onvoldoende zijn om de volledige opgave te realiseren. De discussie draaide daarom niet alleen om techniek, maar vooral om de vraag hoe ondernemers zelf regie houden op hun toekomst.
Provincies worden bepalend
Een belangrijke conclusie van de regiobijeenkomsten is dat de discussie niet eindigt bij de landelijke plannen. Veel onderdelen van de stikstofaanpak moeten nog worden uitgewerkt in provinciaal beleid. Daardoor verschuift een belangrijk deel van het speelveld naar de provincies en waterschappen.
Leden riepen LTO daarom op om niet alleen in Den Haag stevig te blijven ageren tegen de plannen, maar juist ook provinciaal te investeren in de uitwerking van het beleid. Daarbij werd meermaals benadrukt dat boeren en tuinders zelf met alternatieven en gebiedsgerichte voorstellen kunnen en moeten komen. LTO-voorzitter Ger Koopmans kondigde aan dat LTO Nederland samen met de regionale LTO-organisaties ‘gebieds-teams’ in wil stellen die per gebied actief sturen op maatwerk, werkbare oplossingen en behoud van toekomstperspectief.
Steun voor de koers, maar ook een duidelijke oproep aan LTO
Naast de plannen van het kabinet was ook de rol van LTO zelf een terugkerend onderwerpen in de verschillende bijeenkomsten. Veel leden waarderen de inzet aan de overlegtafels, maar vroegen nadrukkelijk of LTO niet steviger oppositie zou moeten voeren tegen onderdelen van de plannen. In alle regio’s klonk de behoefte aan zichtbare resultaten en krachtige belangenbehartiging. Tijdens verschillende bijeenkomsten kwam die discussie scherp naar voren toen leden vroegen of het niet tijd was om harder actie te voeren.
Tegelijkertijd was er in elke zaal ook begrip voor het feit dat resultaten worden geboekt via politieke beïnvloeding en het bouwen van meerderheden. Protest levert op zichzelf geen vergunningen op, en blijvende invloed wordt uiteindelijk vooral via argumenten en politieke druk bereikt. Hoe begrijpelijk de behoefte ook is om als sector een duidelijke streep te trekken en het plan ‘door te scheuren’.
De boodschap aan LTO was helder: blijf zichtbaar, blijf stevig invloed uitoefenen, blijf verbeteringen afdwingen en zorg ervoor dat ruimte voor ondernemerschap, bedrijfsontwikkeling en opvolging behouden blijft. Leden vragen van LTO een combinatie van strijdbaarheid, realisme en resultaatgerichtheid, met als uiteindelijk doel een toekomstbestendige landbouwsector mét perspectief voor boeren en tuinders.
Hoewel de stikstofaanpak tijdens alle bijeenkomsten zeer kritisch werd ontvangen, was er ook aandacht voor de positieve elementen die in het plan zitten. Zoals het invoeren van een rekenkundige ondergrens, waardoor het grootste deel van de PAS-melders en interimmers gelegaliseerd kan worden. Over het feit dat handhavingsverzoeken voor PAS-melders met dit pakket kunnen worden afgewezen. Over het verwijderen van de Kritische Depositiewaarde uit de wet. Over het (te trage!) loskomen van vergunningverlening. En over het feit dat ook natuurherstel in de toekomst geborgd en afrekenbaar wordt.
Terugblik
“Kortom: werk aan de winkel”, concludeert LTO-voorzitter Ger Koopmans in zijn tergblik op de bijeenkomsten: “Met de politiek, in de regering, in de Tweede en Eerste Kamer, met provinciale en gedeputeerde staten in de 12 provincies en met waterschapbestuurders gaan en blijven we indringend spreken voor verandering van de plannen. Ook is er contact met andere landbouworganisaties om verschillen te overbruggen en zoveel mogelijk samen op te trekken. We blijven dag en nacht voor de belangen van onze leden en hun gezinnen opkomen!”