Het echtpaar, waarvan de man joods en de vrouw niet, was zeer goed op de hoogte wat de opstelling van de nazi’s was in de voorgaande jaren dertig in Duitsland. Na de inval in Nederland op 10 mei 1940 voerde het echtpaar overleg over wat ze moesten doen. Er volgde een bijzonder besluit.
Nadat de bezetting een half jaar of iets langer voortduurde, ging de vrouw naar het gemeentehuis. Daar maakte ze duidelijk dat ze zo snel mogelijk wilde scheiden, omdat haar man van joodse afkomst was. Hij had dit recent medegedeeld. Ze raakte erdoor van streek en riep de hulp van haar ouders in, die ook een hekel aan joden hadden.
De gemeenteambtenaar had zoiets nog nooit meegemaakt. De documenten voor de echtscheiding konden niet dezelfde dag worden geregeld. De volgende dag kwam de vrouw wederom op het gemeentehuis en spuwde wederom gal over haar joodse echtgenoot, die inmiddels elders een woonbestemming had gevonden, vertelde ze.
De documenten voor echtscheiding werden door het aandringen van de vrouw sneller geregeld dan gewoonlijk. Ze toonde zich erg opgelucht bij de gemeenteambtenaar die uitstekend had meegewerkt.
Toen de Duitsers begin mei 1945 waren verslagen, kwam de joodse man in het eigen huis tevoorschijn. Hij had ruim vierenhalf jaar in een donkere ruimte ondergedoken gezeten. Zijn echtgenote had briljant geacteerd op het gemeentehuis. Op een gunstig moment in 1946 trouwden ze voor de tweede keer.
Wiebe Dooper
Bovenstaand verhaal werd me omstreeks 1991 verteld, toen ik onderzoek verrichtte naar De joden van Bolsward. Het boek met deze titel kwam uit in november 1993. In deze stad bestond tussen 1786-1911 een joodse gemeente of kille.