Categorieën
Niet gecategoriseerd

1 APRIL

De man was verknocht aan zijn ochtendkrant. Nee, niet krantje: Krant. We spreken hier over de dagen dat de krant nog ‘een meneer’ was: niet over zo’n tabloid speelgoedkrantje van heden ten dage, nee over een echte grote krant op broadsheet formaat (58 x 42 cm in niet opengevouwen staat). Elke morgen trok hij die uit de bus, tenzij een andere huisbewoner hem voor was geweest, dan wist hij dat zijn krant op de keukentafel zou liggen. Hij schonk zich een bak zwarte koffie in en viel aan op de voorpagina. Met een zekere tevredenheid, ondanks de wereldwijde wantoestanden die het ochtendblad hem onder ogen bracht. Altijd, elke dag.

Enkele malen per jaar werd dit vertrouwde ritueel ruw verstoord. Zo kon het in de winter voorkomen dat de krant niet des ochtends op de deurmat lag, wegens sneeuwval, ijzel of anderszins slechte weersomstandigheden voor de bezorgers. Een enkele keer begon de dag krantloos omdat de persen in het ongerede waren, of door een staking. De verstokte krantenlezer raakte dan geheel in een geestelijk ongerede. Hij kreeg last van onthoudingsverschijnselen, agitatie, rillingen, zweet. Hij was zijn verbinding met de wereld kwijt. En nee, in die dagen kon men niet grijpen naar een slimfoon of een tablet om weer aansluiting te krijgen, deze moderniteiten lagen nog ver in het verschiet en ruim voorbij het menselijk voorstellingsvermogen. Alleen de radio (FM of middengolf) kon op het hele uur een kort nieuwsbericht brengen.

In het vroege voorjaar deed het onaangename verschijnsel zich ook wel eens voor dat er geen krant op de deurmat of op de keukentafel lag. Ook dan raakte onze krantenlezer in een geagiteerde beroering. Met een gemompeld doch hartgrondig vloeken zocht hij dan uit de bak met oud papier, een oude krant, om daarin het servicenummer op te zoeken. Vervolgens greep hij naar de telefoon, een grijze T65 van de PTT met draaischijf, nou misschien een modernere variant met druktoetsen, om aan de servicemedewerker zijn bezorgklacht kenbaar te maken. Als het een beetje meezat kreeg hij de krant nog die middag nabezorgd, of anders de volgende dag twee kranten. In beide gevallen was zijn ochtendritueel ernstig verstoord.

En als altijd in het toenmalig vroege voorjaar, juist als hij aan de telefoon hing, kwamen zijn jonge kinderen de kamer binnen, de krant triomfantelijk omhoog wapperend. “Eén April!”, riepen ze dan luid lachend. Ja, ze buitelden zich bijkans een rolberoerte over elkaar van de lach. En ook de vrouw de huizes lachte smakelijk mee. Hij smeet de hoorn weer op de haak. Elk jaar trapte hij er weer in.

In retrospectief een heerlijk huiselijk gezinstafereel om warmhartig als herinnering te koesteren. Tegenwoordig is het elke dag 1 april, de hele dag maar door. Dag in dag uit. Met nepnieuws van alle kanten, complotologisch geleuter, door AI gefabriceerde verhalen, deep fake foto’s en video’s, nepagenten, nepbankmedewerkers, nepaccounts, nepadvertenties phishing, reclameboodschappen, babbeltrucs, datingfraude, spookfacturen, voice cloning, nepboetes, zo’n beetje alles op de asociale media, leugens van staatswege ook wel propaganda genoemd, en door drones afgeworpen pamfletten. Het meest betrouwbare nieuwsitem is tegenwoordig het Weerbericht (in vroeger jaren vermaard steen des volkse aanstoots, omdat dat er “weer flink naast” zat, waar de paraplu beter van pas kwam dan de zonnebril, of andersom). Elke dag maar weer verliest Alva zijn bril. En dat houdt nooit meer op. Toch blijven opletten op die nationale fopdag, maar zie de grap maar eens tussenuit te halen.

© Dolf Alberts