De rol van de fractievoorzitter van D66 als vicevoorzitter van de raad in de afhandeling van klachten tegen burgemeester Sybrand Buma en griffier Frans van der Heide.
Door Gerard Jorna
In een eerdere publicatie heb ik beschreven hoe de toenmalige D66-wethouder Hilde Tjeerdema als portefeuillehouder klachtbehandeling heeft gefaciliteerd dat klachten over het handelen van burgemeester Buma en griffier Van der Heide niet volgens de geldende klachtenregeling werden behandeld.

In dit artikel gaat het om een volgende schakel in diezelfde gang van zaken: de rol van Julie Bruijnincx, fractievoorzitter van D66 en sinds 2 juli 2020 vicevoorzitter van de raad, tevens voorzitter van het presidium, bij de afhandeling van de klacht aan de raad van 8 augustus 2020 tegen de burgemeester en de griffier.

De klacht had betrekking op het integriteitsonderzoek tegen het raadslid van Lijst058, Selo Boxman, en richtte zich op onzorgvuldig en vooringenomen handelen van zowel burgemeester als griffier.
In de klacht werd betoogd dat fundamentele beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden, waaronder onpartijdigheid, zorgvuldigheid en fair play.
Op 22 september 2020 ontving ik het antwoord. Het presidium onder voorzitterschap van Julie Bruijnincx had voorgesteld de klacht niet inhoudelijk te behandelen omdat de raad zich reeds een oordeel had gevormd en zich voldoende geïnformeerd achtte, waarna de raad het voorstel overnam. De brief was ondertekend door Julie Bruijnincx, vicevoorzitter van de raad.
De kernvraag in dit artikel is niet zozeer wat de burgemeester of de griffier hebben gedaan, aangezien hun handelen kan worden opgemaakt uit de interne e-mailcorrespondentie die ik met een beroep op de Woo heb ontvangen.
De kernvraag die moet worden beantwoord is waarom Julie Bruijnincx hierin is meegegaan?

Temeer omdat zij vicevoorzitter van de raad, tevens voorzitter van het presidium was en daarmee institutioneel mede verantwoordelijk was voor het bewaken van de onafhankelijkheid van de raad ten opzichte van de burgemeester en het college.
De griffier die de klacht neutraliseert
Uit de interne correspondentie blijkt dat de griffier zich actief heeft bemoeid met de behandeling van de tegen hem gerichte klacht. Hij schrijft op 17 augustus 2020:
“Er blijkt nu een vervolgbrief te zijn … waarin hij … een klacht formuleert tegen burgemeester en griffier.”
Desondanks adviseert hij:
“Het advies dat ik heb gegeven is gelijk aan het eerdere: vooralsnog voor kennisgeving aannemen.”
Er wordt niet gesproken over een registratie als formele klacht. Niet over het starten van een klachtprocedure. Niet over hoor en wederhoor. Niet over een onafhankelijke behandelaar. Niet over enig onderzoek.
In plaats daarvan wordt gekozen voor de lijn: “voor kennisgeving aannemen”. Dat betekent feitelijk dat de klacht buiten de reguliere klachtprocedure is gehouden.
Op 21 augustus 2020 noteert de griffier:
“Vraag is ook in hoeverre ik hier zelf actief in kan blijven. (Griffier adviseert de raad over een tegen hemzelf gerichte klacht) Om over na te denken.”
Hij onderkent het probleem – maar uit de stukken blijkt niet dat hij zich terugtrekt. Integendeel. Hij schrijft later:
“Hoi, ik heb er nog even wat aan geknutseld.”
De reactie op de klacht tegen de griffier wordt dus mede door hemzelf voorbereid.

De burgemeester als portefeuillehouder van wat?
Dan volgt een tweede, minstens zo opmerkelijk punt.
Ten tijde van de klacht was wethouder Hilde Tjeerdema portefeuillehouder klachtbehandeling. Dat betekent dat de behandeling van klachten in beginsel onder haar bestuurlijke verantwoordelijkheid viel.
Toch staat op de oplegger bij het raadsvoorstel dat aan de brief van 22 september 2020 voorafging niet Tjeerdema als portefeuillehouder vermeld, maar Sybrand Buma.
Dat kan bezwaarlijk de portefeuille klachtbehandeling zijn geweest.
Als een klacht mede tegen de burgemeester zelf is gericht, ligt het voor de hand dat hij op geen enkele manier betrokken is bij de voorbereiding van de reactie daarop.
Door zijn naam als portefeuillehouder bij het voorstel te plaatsen, ontstaat op zijn minst de indruk dat hij deel uitmaakt van het proces waarin over zijn eigen handelwijze wordt geoordeeld.

Juist bij integriteitskwesties is het van belang dat niet alleen partijdigheid wordt vermeden, maar ook iedere twijfel daarover. De vraag dringt zich dan ook op hoe deze kwestie bestuurlijk is gepositioneerd. De klacht van 8 augustus 2020 is niet als klacht in een reguliere klachtprocedure behandeld, maar via het presidium ingebed in de reeds afgesloten integriteitskwestie.
Uit interne correspondentie blijkt dat de conceptlijn van afdoening eerst werd voorbereid binnen de griffie, vervolgens werd afgestemd met de burgemeester en daarna in het presidium werd besproken. Pas daarna volgde het formele besluit van de raad.
De formulering in de antwoordbrief – “dat de raad zich reeds een oordeel had gevormd en zich voldoende geïnformeerd achtte” – is daarmee niet het resultaat van een zelfstandige klachtbehandeling door de raad, maar de uitkomst van een bestuurlijke lijn die in het presidium is voorbereid.
Dat is geen conclusie uit een klachtprocedure in de zin van hoofdstuk 9 Awb, maar de taal van een politieke afdoening.
Als dat de gekozen lijn was, dan betekent dit dat de klacht niet binnen de klachtenprocedure is gebracht, maar bestuurlijk is ondergebracht bij de burgemeester zelf. Daarmee verschuift de aard van de behandeling: van klachtbeoordeling naar bevestiging van een eerder ingenomen politiek standpunt.
En dan ontstaat een principieel spanningsveld.
De burgemeester, tegen wie de klacht was gericht, wordt als portefeuillehouder vermeld bij het voorstel tot afdoening door de raad van diezelfde klacht. Daarmee wordt de bestuurlijke regie over de reactie gelegd bij degene die onderwerp van de klacht is.

Burgemeester Buma bemoeit zich als beklaagde met de afdoening van de klacht
Bestudering van de Woo-correspondentie leert dat de vermelding van Buma als portefeuillehouder bij het raadsvoorstel niet slechts van formele aard is. Het blijkt dat griffier Van der Heide, met inschakeling van juristen, de reactie van de raad op de afdoening van de klacht die ook hemzelf betreft, voorbereidt.
Op 2 september 2020 stuurt hij een concept van de afdoeningsbrief aan Sybrand Buma en aan Julie Bruijnincx met de woorden: “Julie, Sybrand, alvast voor het overlegje van vanmiddag”.
Later die dag volgt het bericht van de griffier: “Sybrand is akkoord met ons voorstel”. Dit betekent dus dat de burgemeester instemt met de door de griffier voorgestelde afdoening door de raad van een klacht die tegen hen beiden is gericht.
Formeel nam de raad het besluit. Materieel werd de lijn voorbereid in het presidium, in overleg met de beklaagde burgemeester. Daaruit blijkt dat de vermelding van zijn naam in de oplegger voor het raadsbesluit geen administratieve toevalligheid, maar past in de bestuurlijke lijn.

De rol van Julie Bruijnincx
In die constellatie komt de rol van Julie Bruijnincx scherp in beeld. Zij was vicevoorzitter van de raad, tevens voorzitter van het presidium en daarmee geen buitenstaander in dit proces.
Op 1 september 2020 schrijft griffier Van der Heide haar: “Als we die zin laten staan moet je er wel achter kunnen staan. Zeg jij maar hoe je het wilt hebben”.
Bruijnincx ontving samen met de burgemeester de door griffier Van der Heide voorgestelde lijn van afdoening. Daardoor wist zij dat de klacht niet in een reguliere procedure werd gebracht, maar voor kennisgeving werd aangenomen en onder regie van de burgemeester werd afgehandeld.
Op 9 september 2020 bespreekt zij de door griffier Van der Heide opgestelde concept-raadsbrief in de vergadering van het presidium.

Tegen die achtergrond krijgt haar handtekening onder de brief van 22 september 2020 een andere betekenis. Zij tekende niet slechts een formeel raadsbesluit, maar een procedureel onzuivere afdoening die met instemming van het presidium onder haar voorzitterschap tot stand was gekomen, onder bestuurlijke regie van de beklaagde burgemeester zelf.
Tot slot
De behandeling van de klacht van 8 augustus 2020 laat zien dat het presidium geen zichtbaar zelfstandige en onafhankelijke positie heeft ingenomen tegenover de burgemeester. Daarmee is de controlerende taak van de raad niet tot haar recht gekomen.
Men kan aanvoeren dat de raad het recht heeft om te besluiten een klacht niet afzonderlijk te behandelen. Dat is op zichzelf juist.
Maar ook een besluit om een klacht niet verder te onderzoeken moet onafhankelijk tot stand komen. Wanneer de griffier tegen wie de klacht is gericht meeschrijft aan de reactie en de burgemeester tegen wie de klacht is ingediend daarmee instemt, verdwijnt de noodzakelijke afstand.
Dat is niet alleen een formeel punt, maar raakt aan de controlerende rol van de raad. Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de raad als geheel. Binnen die verantwoordelijkheid valt echter de rol van de vicevoorzitter in het bijzonder op.

Vast staat dat de griffier de afdoening van de klacht heeft voorbereid en dat de burgemeester zich daarmee heeft bemoeid. Vast staat ook dat de vicevoorzitter van de raad daarin is meegegaan.
Dat deze gang van zaken de deur heeft opengezet voor een bestuurspraktijk waarin de burgemeester niet vanzelfsprekend wordt onderworpen aan een zelfstandige publieke verantwoording van zijn handelen, zal ik laten zien in een volgend artikel.
Daarin kom ik terug op de behandeling van de klacht van 2 januari 2022 tegen de burgemeester en de griffier, eveneens afgedaan door de vicevoorzitter van de raad, Julie Bruijnincx.
Geraadpleegde bronnen:
Klacht van 8 augustus 2020: https://leeuwarden.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/e6b75a83-59cf-4ac0-8e2e-f2ef410b2af0
Brief aan de raad over integriteitsonderzoek tegen Selo Boxman d.d. 26 juli 2020: https://leeuwarden.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/81372f18-05fb-4215-b275-d4a9597e3262?documentId=686c0221-58c9-4779-89f0-18916b044fa3
Oplegger voor het raadsbesluit voor antwoordbrief van 22 september 2020:
https://leeuwarden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/cbad70e1-d1bc-430f-868b-dfb36c6625cd?documentId=da23c40c-b941-4bb2-8c70-bb63c2cb2c9e&agendaItemId=8ee91503-3ae5-43fc-95c6-ed9d73894e82
Antwoordbrief van vicevoorzitter raad van 22 september 2020: https://leeuwarden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/cbad70e1-d1bc-430f-868b-dfb36c6625cd?documentId=4802e6e4-3258-481e-9858-1393cd1ebc2f&agendaItemId=8ee91503-3ae5-43fc-95c6-ed9d73894e82