De rol van de portefeuillehouder klachtenbehandeling in de herinrichting van de Leeuwarder klachtenregeling en de afdoening van klachten
Door Gerard Jorna
In mijn eerdere publicaties heb ik laten zien hoe burgemeester Buma zich via procedurele ingrepen heeft onttrokken aan zijn aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid voor een onafhankelijke en zorgvuldige klachtenbehandeling. Wat daarbij onderbelicht bleef, is dat dit niet in een bestuurlijk vacuüm is gebeurd. Die ontwijking is binnen het college gefaciliteerd. De toenmalige wethouder Hilde Tjeerdema van D66 heeft als portefeuillehouder klachtenbehandeling daarin een sleutelrol gespeeld.

De faciliterende rol van wethouder Tjeerdema krijgt concreet gestalte in de wijze waarop een reeks samenhangende klachten is behandeld gedurende de periode dat zij portefeuillehouder klachtenbehandeling was. Het gaat niet om losse incidenten, maar om een oplopende reeks klachten die alle betrekking hebben op hetzelfde dossier: het integriteitsonderzoek tegen het voormalig raadslid van Lijst058, Selo Boxman, en de bestuurlijke omgang daarmee door burgemeester, griffie en raad.
Juist deze klachten legden druk op het handelen van de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan en vroegen om een onafhankelijke, toetsbare afhandeling. Dat zij niet als zodanig zijn beoordeeld of behandeld, maar procedureel zijn geneutraliseerd, vormt de kern van het bestuurlijke probleem dat hier wordt beschreven.

De kern van dat probleem is eenvoudig samen te vatten: de burgemeester werd geacht klachten te laten beoordelen over zijn eigen handelen in het integriteitsonderzoek. Daarmee ontstond een situatie waarin degene die onderwerp van toetsing was, tegelijkertijd bepalend bleef voor de wijze waarop die toetsing werd ingericht.
Tijdens Tjeerdema’s portefeuillehouderschap zijn onder haar verantwoordelijkheid onder meer de volgende klachten afgedaan:
1. Klacht van 10 april 2020 – privacyschendingen door de gemeenteraad
Kern:
Deze klacht ziet op structurele schendingen van de AVG door de gemeenteraad van Leeuwarden, doordat brieven, zienswijzen, ingebrekestellingen en andere stukken onvoldoende of niet geanonimiseerd werden gepubliceerd op de lijst van ingekomen stukken.
Essentie:
De raad trad op als verwerkingsverantwoordelijke, maar liet na een rechtmatige belangenafweging te maken. De klacht raakt daarmee niet alleen privacybescherming, maar ook zorgvuldigheid en rechtsstatelijk handelen van het bestuursorgaan gemeenteraad.
- De klacht werd schriftelijk beantwoord met de mededeling dat er geen afzonderlijk onderzoek zou volgen naar de handelwijze van de griffie en de kwestie werd daarmee afgesloten.

2. Klacht van 8 augustus 2020 – tegen burgemeester en griffier
Kern:
Deze klacht richt zich tegen onzorgvuldig en vooringenomen handelen van de burgemeester en de griffier jegens raadslid Selo Boxman in het kader van het integriteitsonderzoek.
Essentie:
De klacht stelt dat fundamentele beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden, waaronder onpartijdigheid, fair play en zorgvuldigheid, en dat het handelen van burgemeester en griffier de reputatie van een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger heeft geschaad.
- De gemeenteraad nam de klacht niet inhoudelijk in behandeling omdat zij zich reeds een zelfstandig oordeel had gevormd. Er werd verwezen naar de Nationale Ombudsman.
3. Klacht van 2 januari 2022 – tegen burgemeester en griffier (integriteitsonderzoek)
Kern:
Deze klacht ziet op manipulatie, vooringenomenheid en intimidatie in het integriteitsonderzoek tegen Boxman, onderbouwd met een geluidsopname en transcriptie van het zogenaamde “vooronderzoek”.
Essentie:
Aangevoerd wordt dat het vooronderzoek geen open verkennend karakter had, dat conclusies vooraf vaststonden en dat de griffier het gespreksverslag zodanig heeft opgesteld dat het de feitelijke gang van zaken vertekent. De klacht raakt rechtstreeks het integriteitsonderzoek zelf.
- De klacht werd niet in behandeling genomen omdat de kwestie ouder dan één jaar was. Een inhoudelijke toetsing van het integriteitsonderzoek bleef achterwege.

4. Klacht van 19 maart 2022 – tegen burgemeester Buma
Kern:
Deze klacht is expliciet gericht tegen de burgemeester in zijn hoedanigheid van zelfstandig bestuursorgaan, wegens vooringenomenheid, onzorgvuldigheid en het onjuist en onvolledig informeren van de gemeenteraad.
Essentie:
Centraal staat dat de burgemeester zijn wettelijke rol als hoeder van bestuurlijke integriteit niet onafhankelijk heeft vervuld en dat zijn handelwijze niet alleen bestuurlijk onzorgvuldig was, maar mogelijk ook vragen heeft opgeroepen over bevoegdheidsuitoefening en geheimhouding.
- Deze klacht leidde niet tot een heroverweging. De eerdere beslissing van de burgemeester werd bevestigd en de klachtprocedure als afgerond beschouwd.

5. Klacht van 6 juni 2022 – tegen de griffier
Kern:
Deze klacht ziet op manipulatie van de lijst van ingekomen stukken, het onjuist rubriceren en dateren van documenten en het frustreren van een controleerbare en transparante publieke informatievoorziening.
Essentie:
De klacht betoogt dat de griffier actief heeft bijgedragen aan het onttrekken van stukken en klachten aan zicht en controle van raad en publiek, juist waar die stukken betrekking hadden op het integriteitsonderzoek tegen Boxman en klachten tegen de burgemeester.
- De klachten werden door de burgemeester buiten behandeling gesteld. Daarbij werd medegedeeld dat de gemeente niet langer zou reageren op klachten of correspondentie in het verlengde van reeds afgehandelde klachten.
Deze vijf klachten bestrijken gezamenlijk privacy, integriteit, informatievoorziening en klachtbehandeling, en richten zich op één samenhangend probleem: het ontbreken van een onafhankelijke, zorgvuldige en toetsbare bestuurlijke reactie op het integriteitsonderzoek tegen Selo Boxman.

Waarom burgemeester Buma zich aan zijn verantwoordelijkheid onttrok
De klachten in dit dossier richtten zich grotendeels op het concrete handelen van burgemeester Buma in het integriteitsonderzoek tegen Selo Boxman. Hij werd aangesproken in de uitoefening van zijn eigen wettelijke bevoegdheden en in zijn rol als hoeder van de bestuurlijke integriteit.
Juist op dat punt ontstond spanning. De burgemeester moest als onafhankelijke beoordelaar optreden in een kwestie waarin zijn eigen handelen ter discussie stond. In plaats van een onafhankelijke beoordeling buiten zijn eigen bestuurlijke invloed te organiseren, werden klachten ondergebracht bij het college, samengevoegd met andere trajecten of procedureel afgehandeld zonder afzonderlijke toetsing van zijn handelen. Daarmee werd niet het handelen van de burgemeester in het Boxman-dossier getoetst, maar werd de verantwoordelijkheid ervoor bestuurlijk verschoven.
Het gevolg was dat een onafhankelijke toetsing van het concrete handelen van de burgemeester in dit dossier uitbleef.

Bestuurlijke betrokkenheid bij het onderliggende dossier
De klachten over het integriteitsonderzoek tegen Selo Boxman stonden niet los van het eerdere conflict tussen de gemeente Leeuwarden en ICT-leverancier Split~Vision. Uit interne correspondentie blijkt dat wethouder Tjeerdema eerder had ingestemd met het niet verstrekken van gevraagde informatie aan Lijst058 vanwege de juridische positie van de gemeente in dat geschil. Daarmee stond zij bestuurlijk niet op afstand van het dossier dat via de klachtenprocedure opnieuw aan de orde werd gesteld. De klachten over het integriteitsonderzoek konden indirect ook raken aan de eerdere informatievoorziening onder haar verantwoordelijkheid.
Zij was dus niet slechts verantwoordelijk voor de procedurele afhandeling van klachten, maar tevens eerder bestuurlijk betrokken geweest bij keuzes die mede de context vormden van het latere integriteitsonderzoek.
Het besluit om gevraagde informatie niet te verstrekken was een bestuurlijke keuze, ingegeven door de juridische positie van de gemeente in het geschil met Split~Vision, en had directe politieke gevolgen binnen de raad. Daarmee werd een politiek conflict over de informatievoorziening onderdeel van de bestuurlijke context waarbinnen later het integriteitsonderzoek tegen een individueel raadslid plaatsvond.

De rol van wethouder Tjeerdema als portefeuillehouder klachtenbehandeling
Als portefeuillehouder klachtenbehandeling had Tjeerdema de taak te zorgen voor een zorgvuldige, onafhankelijke en toetsbare afhandeling van de klachten. In plaats daarvan heeft zij in deze periode samen met de burgemeester toegewerkt naar de Klachtenregeling Leeuwarden 2022, waarin de zelfstandige rol van de burgemeester is geneutraliseerd en de behandeling van klachten over bestuurders onder verantwoordelijkheid van het college zelf is gebracht.
Deze herinrichting van de klachtenregeling vond plaats tegen de achtergrond van meerdere lopende klachten die juist het handelen van de burgemeester in het Boxman-dossier ter discussie stelden, en had tot gevolg dat de behandeling van klachten over bestuurders nadrukkelijk binnen de bestuurlijke structuur van het college werd gebracht.
Daarmee was geen sprake van een neutrale, abstracte actualisatie van regelgeving, maar van een wijziging die ingreep in de toetsingsstructuur op een bestuurlijk gevoelig moment.
Wat betreft de afdoening van de klachten komt de naam van wethouder Tjeerdema in het dossier Boxman minder nadrukkelijk voor dan die van burgemeester Buma. Dat doet echter niets af aan haar bestuurlijke positie. De klachtenbehandeling viel in deze periode onder haar portefeuille. Daarmee droeg zij politieke verantwoordelijkheid voor de wijze waarop klachten werden geregistreerd, beoordeeld en afgedaan, en voor de naleving van hoofdstuk 9 van de Awb binnen het gemeentebestuur – ongeacht haar persoonlijke betrokkenheid bij afzonderlijke besluiten.
In de periode waarin deze klachten zijn ingediend, zijn zij niet inhoudelijk onafhankelijk getoetst, maar procedureel afgedaan. Als portefeuillehouder droeg Tjeerdema politieke verantwoordelijkheid voor het klachtenstelsel waarbinnen deze werkwijze werd gevolgd.

Slot
De wijze waarop in Leeuwarden is omgegaan met klachten over het integriteitsonderzoek tegen Selo Boxman laat zien hoe kwetsbaar de klachtbehandeling tegen bestuurders kan worden wanneer toetsing institutioneel wordt ingericht onder verantwoordelijkheid van degene wiens handelen ter discussie staat. In dit dossier bleven klachten die rechtstreeks het handelen van de burgemeester betroffen binnen de bestuurlijke structuur waarin hij zelf bepalend was voor de inrichting van die toetsing.
Wethouder Tjeerdema bevond zich daarbij niet op afstand. Als portefeuillehouder klachtenbehandeling en eerder betrokken bij de informatievoorziening rond het Split~Vision-conflict, faciliteerde zij een herinrichting van de klachtenregeling op het moment dat meerdere concrete klachten het handelen van de burgemeester in het Boxman-dossier ter discussie stelden.

Wat hier zichtbaar wordt, is meer dan een samenloop van individuele keuzes. Het wijst op een bestuurscultuur waarin procedurele beheersing van kritiek prevaleert boven onafhankelijke en inhoudelijke toetsing. Wanneer klachten over het integriteitsonderzoek tegen een volksvertegenwoordiger bestuurlijk worden ingekaderd in plaats van onafhankelijk beoordeeld, raakt dit niet alleen het betrokken dossier, maar het vertrouwen in het integriteitsstelsel als geheel.
Zonder onafhankelijke toetsing verliest het systeem zijn zelfreinigend vermogen en wordt integriteit een bestuurlijke term in plaats van een controleerbare norm.
Ook kunt u raadplegen:
https://www.brekt.nl/gemeentebestuur-leeuwarden-misleidt-eigen-rekenkamer-in-onderzoek-naar-de-afhandeling-van-klachten/