Categorieën
Beeldschoon Sneek Geschiedenis Sneek

Uitbreidingsplan Sneek 1925

In 1925 werd een uitbreidingsplan voor Sneek gepresenteerd. Het plan werd geregeld door gemeentearchitect Jan de Kok, die in 1922 in dienst van de gemeente kwam. De Woningwet uit 1901 was van invloed op deze gang van zaken, omdat deze wet voorschreef dat er in geval van stadsuitbreidingen plannen moesten komen.

Rond 1900 was Sneek qua grootte- nog – van ongeveer gelijke omvang dan op zeventiende-eeuwse kaarten staat afgebeeld, aldus Hessel Jaasma. Door de aanleg van, bijvoorbeeld de Woudvaartkade, de 2e en 3e Woudstraat in 1903 kwam er langzamerhand meer aandacht van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Inwoners van bovengenoemde straten passeerden drie bruggen (over de Woudvaart, de Boschgracht en de stadsgracht bij de Waterpoort) voordat het stadscentrum werd bereikt. De roep om een brug bij de meelfabriek van de firma Wouda was een voor de hand liggende zaak. De zogeheten Harinxmabrug kwam er in 1920.

Terug naar het uitbreidingsplan van 1925 waarmee duidelijk werd dat stadsarchitect Jan de Kok ook stedenbouwkundig inzicht had. Hij gaf in concept aan dat Sneek twee rondwegen nodig had. De eerste om Sneek heen, de tweede door de stad waarbinnen Parallelweg, Jachthavenstraat en Frederik Hendrikstraat als een soort van ringwegen werden gezien en de verkeersdruk in het centrum moesten ontlasten. Ook werd in het plan een vaart tussen de Houkesloot en Geeuw ingetekend.

Omslag Sneek in de 20ste eeuw.

Jaasma schrijft dat ‘maar 10% van het plan werd uitgevoerd’, maar het bepaalde gedurende 25 jaar het denken over de inrichting van Sneek. Gedachten omtrent stedenbouw werden met name in het Sperkhem, Noorderhoek en Noordoosthoek gerealiseerd. ‘Markante elementen hierin zijn het bochtige verloop van de straten en de grote plantsoenen.’

Bron:
Hessel Jaasma, ‘De weg van De Kok’ pagina’s 17-24, in: Sneek in de 20ste eeuw (2006).

Wiebe Dooper