Categorieën
Commentaar Fryslân Ingezonden Politiek

SP-STATENLID HANNEKE GOEDE: FRIES STIKSTOFBELEID EN DEN HAAG LIGGEN DICHTER BIJ ELKAAR DAN HET LIJKT

Door Hanneke Goede

De discussie over stikstof laait opnieuw op. Boeren maken zich zorgen over de nieuwe landelijke plannen en dat is begrijpelijk. Want achter percentages, normen en regelingen zitten boerenbedrijven en gezinnen die moeten beslissen of ze nog kunnen investeren, moeten veranderen of uiteindelijk zelfs moeten stoppen.

Wie de landelijke plannen naast de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel legt, ziet iets opvallends: de verschillen zijn kleiner dan je misschien zou denken. De provincie schrijft zelfs dat zij in het landelijke regeerakkoord veel punten herkent die voor Fryslân belangrijk zijn. Zowel Fryslân als het Rijk kiest voor minder stikstofuitstoot, doelsturing op bedrijfsniveau, natuurherstel en extra maatregelen rond kwetsbare natuur.

Tractoren van protesterende boeren langs de muur van de Blokhuispoort op woensdagmorgen 2 september. © Hanneke Goede

Van vrijwillig naar een harde norm

Fryslân wil dat agrarische bedrijven op het vasteland gemiddeld 30 procent minder ammoniak uitstoten. Voorlopig gebeurt dat vooral vrijwillig, met ondersteuning van bijvoorbeeld ander voer, meer weidegang, aanpassing van bemesting en innovatie. Maar ook in het Friese plan staat dat vanaf 2035 normering het sluitstuk kan worden wanneer vrijwilligheid onvoldoende resultaat oplevert.

Landelijk wordt dezelfde richting gekozen, maar steviger uitgewerkt. In 2030 moet de landbouw als sector 23 tot 25 procent minder ammoniak uitstoten dan in 2019 en voor 2035 ligt de landelijke opgave op 42 tot 46 procent. Er komen bedrijfsspecifieke emissienormen die in 2035 afrekenbaar moeten zijn.

Daarmee is doelsturing niet vrijblijvend. Een boer krijgt ruimte om zelf te bepalen hóé hij de norm haalt, maar uiteindelijk moet hij hem wel halen.

Vooral intensieve boeren krijgen een forse opgave

Voor melkveehouders komt daar nog iets bij. Het Rijk wil de melkveehouderij grondgebondener maken en kiest voor een eindnorm van 2,6 GVE per hectare in 2035, met tussenstappen vanaf 2030. Juist voor zeer intensieve melkveebedrijven kan die eerste stap volgens het kabinet al een forse inspanning betekenen.

Geparkeerde tractoren op het Zaailand, woensdagmorgen 2 september. © Hanneke Goede

Voor intensieve varkens-, pluimvee- en kalverhouderijen komen eveneens bedrijfsspecifieke emissienormen. Daar ligt de nadruk vooral op maatregelen in en aan de stal. De precieze normen moeten nog worden vastgesteld.

Daar zit ook een risico. Een intensief bedrijf kan proberen door te gaan door fors te investeren in nieuwe stallen, technieken en mestverwerking. Dat kost veel geld. Een boer moet dan wel de zekerheid hebben dat zo’n investering over tien of twintig jaar nog steeds voldoet. Die zekerheid is er nu niet altijd.

Dicht bij natuur wordt de druk nog groter

Ook gebiedsgericht lijken beide plannen op elkaar. Fryslân wil rond de zwaarst overbelaste natuurgebieden in Zuidoost-Fryslân extra maatregelen nemen. Landelijk komen eveneens aanvullende maatregelen in zones rond kwetsbare Natura 2000-gebieden. Daarbovenop blijven de gewone landelijke normen gelden. In die zones worden boeren voor keuzes gesteld als innoveren, extensiveren, verplaatsen of vrijwillig stoppen.

SP-Statenlid Hanneke Goede tijdens een bijeenkomst in Heerenveen in 2024. © Jolanda van Overhagen

Voor vrijwillige beëindiging trekt het Rijk miljarden uit. Bij een nieuwe regeling krijgen veehouderijen binnen 1.000 meter van overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zelfs voorrang.

En uiteindelijk zit er een stevige stok achter de deur. Wanneer de landbouw de reductie van 42 tot 46 procent in 2035 niet haalt, wil het kabinet als uiterste middel kunnen korten op productie-, dier- of fosfaatrechten. Daarmee kan uiteindelijk ook het aantal dieren worden teruggebracht.

Koeien bij Oudega SWF in de zomer van 2025. © Geertje Gerlofsma

Niet iedere boer wordt hetzelfde geraakt

Dat is belangrijk in deze discussie. De gevolgen zijn niet voor iedere boer gelijk.

Een extensieve of grondgebonden melkveehouder die al veel weidegang toepast en relatief weinig uitstoot, staat anders voor deze verandering dan een bedrijf met veel dieren en weinig grond. Het landelijke beleid erkent dat koplopers voordeel moeten hebben en kijkt zelfs apart naar biologische en extensieve bedrijven omdat de nieuwe normen niet altijd goed aansluiten bij hun bedrijfsvoering.

Daarnaast wordt ingezet op omschakeling. Het Rijk wil biologische landbouw laten groeien naar 15 procent van het landbouwareaal in 2030 en boeren daarbij helpen met grond, omschakelkosten, certificering, agrarisch natuurbeheer en een betere afzetmarkt.

Boeren verdienen duidelijkheid

SP Fryslân heeft tegen de Friese stikstofaanpak gestemd. Niet omdat er niets hoeft te gebeuren. Natuurherstel is nodig en ook de landbouw heeft belang bij schoon water, een gezonde bodem en een toekomst waarin vergunningen weer verleend kunnen worden.

Maar een boer moet wel weten waar hij aan toe is.

Je kunt niet van een boer vragen vandaag honderdduizenden euro’s te investeren en ondertussen de normen voor morgen nog aan het uitwerken zijn. Je kunt niet zeggen dat boeren zelf mogen kiezen en tegelijkertijd steeds meer voorwaarden opstapelen. En je kunt al helemaal niet verwachten dat gezinnen jarenlang in onzekerheid blijven over de vraag of hun bedrijf straks nog kan bestaan.

Tractoren op een rij. © Hanneke Goede

Wat bovendien niet klopt, is doen alsof het nieuwe landelijke beleid volledig uit de lucht komt vallen. De koers die Den Haag nu kiest, lijkt op belangrijke onderdelen sterk op de koers die Fryslân zelf al heeft ingezet.

Daarom moet de discussie niet alleen gaan over wie het hoogste percentage stikstofreductie noemt. De echte vraag is: welke landbouw willen we overhouden?

Voor SP Fryslân is dat een landbouw waarin boeren een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen, grondgebonden familiebedrijven toekomst hebben en boeren die al stappen hebben gezet daarvoor worden beloond. Publiek geld moet niet vooral verdwijnen in steeds duurdere techniek om schaalvergroting overeind te houden. Het moet boeren helpen om een toekomstbestendig bedrijf op te bouwen.

Boeren hebben weinig aan mooie woorden over perspectief. Ze hebben recht op duidelijkheid, zekerheid en een inkomen waarmee ze boer kunnen blijven.