Door Jelte Boersma
Als toeschouwer en zeiler volg ik het skûtsjesilen al jaren, en ik ken de wereld van arbitrage en geschillenbeslechting — bij het Nederlands Arbitrage Instituut en bij het Watersportverbond — goed genoeg om te weten wat onafhankelijkheid in de praktijk betekent. Precies daarom kan ik niet zwijgen over wat er de afgelopen maanden bij de IFKS is gebeurd, en over het arbitragereglement dat vorige week op de ledenvergadering voorlag.
Onafhankelijke arbitrage staat of valt met één simpel uitgangspunt: de partij die bij een geschil betrokken is, mag niet ook de poort bewaken en niet bepalen wie erover oordeelt. Bij het Nederlands Arbitrage Instituut wordt een zaak rechtstreeks bij het instituut zelf aangemeld, los van de partijen. Bij het Watersportverbond worden de leden van de Zeilraad rechtstreeks door de algemene vergadering benoemd, zonder tussenkomst van een individueel bestuur. Dat zijn geen toevallige details — dat is de kern van wat onafhankelijkheid inhoudt.
Wie de zaak rond het skûtsje Ut en Thús volgt, ziet precies het tegenovergestelde patroon. Een bestuur dat zich, bij monde van de eigen voorzitter, keer op keer publiekelijk uitspreekt over de schuldvraag — terwijl de arbitragecommissie zelf, tot driemaal toe, in niet mis te verstane bewoordingen heeft gezegd dat die lezing niet klopt. Een bestuurslid dat zich met de technische keuring bemoeit terwijl hij daar geen deel van uitmaakt. Prominenten uit de eigen vloot die zich mengen in een geschil waar zij part noch deel aan hebben, en daarmee het beeld versterken van een vereniging waar informele invloed zwaarder weegt dan een eerlijk proces. Met de kennis die inmiddels boven tafel is gekomen, is het ronduit van de zotte dat de voorzitter intussen schermt met een document van het Nederlands Arbitrage Instituut, alsof dat de geloofwaardigheid van het nieuwe reglement zou moeten redden. Het zijn juist het bestuur en enkele prominente leden zelf geweest die de vereniging in een kwaad daglicht hebben gezet — niet de schipper die om een eerlijk oordeel vroeg.
Wat mij extra zorgen baart: mij is duidelijk geworden dat voorafgaand aan de vergadering van vorige week aan diverse schippers expliciet is gevraagd om hun bemanning een machtiging te laten ondertekenen, specifiek gericht op de stemming over het nieuwe arbitragereglement. Als dat klopt, dan gaat het niet meer om een open, geïnformeerde ledenvergadering, maar om een uitkomst die vooraf al werd georganiseerd.
Het begint er, eerlijk gezegd, op te lijken dat een klein aantal families — met opvallend nauwe banden met, of zelfs zitting in, het bestuur van de IFKS — liever onder elkaar uitmaken hoe de vereniging wordt bestuurd. Op deze manier verwordt de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen tot een besloten club voor een select gezelschap. Bijna een BFKS: Besletten Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen. Dat is niet de vereniging waar de meeste schippers en bemanningsleden ooit voor hebben gekozen.
Een reglement kan nog zo zorgvuldig zijn opgesteld, met verwijzingen naar gerenommeerde instituten en mooie bepalingen over hoor en wederhoor — als de mensen die het reglement moeten toepassen, worden voorgedragen door een bestuur dat zelf al blijk heeft gegeven van vooringenomenheid, en als de stemming eraan vooraf al via machtigingen wordt gestuurd, dan is onafhankelijkheid op papier geen onafhankelijkheid in de praktijk.
Ik wens de drie nieuw benoemde leden van de arbitragecommissie oprecht veel wijsheid toe — en vooral de moed om onafhankelijk te blijven van het bestuur dat hen heeft voorgedragen, en van de kleine kring die deze vereniging kennelijk als de hare beschouwt. Dat wordt, na alles wat er is gebeurd, geen gemakkelijke opgave. Maar het is wel precies wat deze vereniging nu nodig heeft: mensen die durven te oordelen op basis van de feiten, ongeacht wie daar minder blij mee is.