Categorieën
Columns Economie Energie Opinie Overheid Politiek

Energie en benzine: betalen we voor een nieuwe vorm van krimpflatie?

Door Hanneke Goede, SP-fractievoorzitter Provinciale Staten Fryslân

Wie de laatste tijd tankt of zijn energierekening bekijkt, merkt het meteen: de prijzen stijgen weer. Aan de pomp gaat het soms zelfs van de ene op de andere dag omhoog. Maar wie even stilstaat bij hoe die prijzen tot stand komen, kan zich afvragen: klopt dit eigenlijk wel?

Want de energie en brandstof die vandaag wordt verkocht, is lang niet altijd ingekocht tegen de prijzen van vandaag. Energiebedrijven en brandstofleveranciers werken met contracten en voorraden die vaak maanden eerder zijn ingekocht. Regelmatig tegen een veel lagere prijs dan de prijs waar consumenten nu mee worden geconfronteerd.

Toch zien we steeds hetzelfde patroon. Zodra de marktprijs stijgt, worden de prijzen voor consumenten vrijwel direct verhoogd. Maar wanneer de marktprijs weer daalt, duurt het vaak opvallend lang voordat wij dat merken.

Dan horen we ineens andere argumenten. Bedrijven zouden nog dure voorraden hebben. Of contracten tegen hogere prijzen hebben afgesloten. Daardoor zouden de prijzen niet meteen omlaag kunnen.

Het gevolg is dat consumenten twee keer betalen. Eerst betalen ze meer omdat de prijs omhoog moet. Later profiteren ze nauwelijks wanneer de prijs weer omlaag kan. De risico’s van de markt worden zo bij consumenten gelegd, terwijl bedrijven hun marges beschermen.

Dat lijkt verdacht veel op een nieuwe vorm van krimpflatie. Normaal kennen we krimpflatie van producten in de supermarkt: dezelfde verpakking, maar minder inhoud. Bij energie en brandstof gebeurt eigenlijk hetzelfde, alleen op een andere manier. De prijs stijgt sneller dan de kosten, waardoor mensen uiteindelijk minder waarde voor hun geld krijgen..

En dat raakt juist producten waar niemand zonder kan. Energie en brandstof zijn basisvoorzieningen. Mensen hebben ze nodig om hun huis te verwarmen, naar hun werk te gaan en hun dagelijkse leven draaiende te houden. Voor veel huishoudens zijn dit simpelweg noodzakelijke uitgaven.

Daarom is het een terechte vraag of de overheid hier niet steviger moet ingrijpen.

Waarom mogen energiebedrijven en tankstations hun prijzen verhogen terwijl ze nog gebruikmaken van eerder en goedkoper ingekochte voorraden? In veel andere sectoren bestaan regels tegen oneerlijke prijspraktijken of misleiding van consumenten. Maar bij energie en brandstoffen lijkt de markt opvallend vrij spel te krijgen.

Den Haag zou daarom serieus moeten onderzoeken of er regels kunnen komen om consumenten beter beschermen.. Bijvoorbeeld door te verbieden dat prijzen stijgen zolang bedrijven nog oude, goedkoper ingekochte voorraad verkopen. Pas wanneer daadwerkelijk nieuwe, duurdere inkoop wordt gebruikt, zou een prijsstijging gerechtvaardigd zijn.

Dat is geen radicale maatregel, maar simpelweg eerlijk. Zolang prijzen razendsnel omhoog gaan en tergend langzaam omlaag, blijft bij veel mensen hetzelfde gevoel hangen: dat de rekening altijd bij de consument terechtkomt en dat het vertrouwen in de markt steeds verder verdwijnt.