Categorieën
Poëzie

DOE-HET-ZELF-NEDERLANDER

Er huilt een ruige rauwe rilling over
de gemeenschapsrug en de kale kruinen
van ’t uitgestrekt duister wereldse woud.
‘d Woeste gril ontmoet door de bomen het bos niet
en door ‘t bos de andere bomen niet meer.

Je hoort de windgeest : “Wacht niet langer,
verwen jezelf, selfmade-handyman!
Tijd om te stoppen met verbinding
met wie of wat dan ook,
niet dat het moet doch omdat het kan!”

Vanwaar komt deze allesverslindende vlaag?
Zelfs de ergste tegenstroom begint
ergens ooit met één eerste drup.

Wie of wat kenmerkt d’ doende autonoom?’
Vakmanschap met grauwgrijze bodem,
zaagt stuksgewijs meermaals ’t skelet af,
d’ broederschapsband voelt steeds te kort.

Zorgverzekering en belasting soeverein
de tent uitgewerkt, in ’t cruciale nu
wijst deze independent naar de afgrond,
schrapt consequent elke overbrugging.

Dit vrijmens’ honk van steen en mortel,
z’n geest en koorts versieren ’t het.
Z’n dak pas zegevierend zonder
zeggenschap van buitenaf.
Haalt alles uit de koppelingskast,
weigert ieder wederzijds contact,
want er is geen contract met
buur of buurt en deze doe-het-zelver.

Nergens mee akkoord en geen zin in,
geheel gefrustreerd en onbegrepen
drift de kwaaie kwaker zijn overtuiging
uit op ’t universum via d’ smoelopus:
“Voor minder, ’t beste in je leven!”,
“Dolle lol, puur nog eigen poen!”,
“Zinderend verzet, deze krachtmacht!”.

Bitsig zelfbesef en broze zelfstandigheid
van ’t eigen persoontje beslist alles zelf wel,
hakt elk aangereikt hout tot splinters,
tot punt van no-return, verbindt dan plus en min,
humt : “Dan liever de lucht in!” en
filmt zijn hotste deal.

© Elsijn Eelsingh