Door LTO Nederland
Het Europees Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie hebben een akkoord bereikt over een herziening van de Europese biologische verordening. LTO Nederland en Biohuis trokken samen op en zien belangrijke wensen terug: biologische pluimvee- en varkenshouders mogen tot 2036 blijven werken met 5% niet-biologisch eiwitvoer, en biologische glastuinders hoeven in de kas geen peulvruchten als groenbemester meer te telen. Daarbovenop brengt het vereenvoudigingspakket de hele biologische sector minder regeldruk.
De Europese Commissie presenteerde in december 2025 een voorstel om de biologische verordening gericht aan te passen. Het gaat niet om een fundamentele herziening van de biologische principes, maar om knelpunten die sinds 2022 in de praktijk naar boven zijn gekomen. Het doel: werkbare regels, minder administratieve lasten en een eerlijker speelveld met producten van buiten de EU. LTO en Biohuis verwelkomden het voorstel en trokken vanaf het begin samen op: met een gezamenlijk standpunt, concrete amendementen, gesprekken met Europarlementariërs, inbreng richting de Tweede Kamer en via de Europese boerenkoepel Copa-Cogeca en biologische koepelorganisatie IFOAM. Na één trialoogonderhandeling werd er een akkoord gesloten.
Eiwitrijk veevoer: zekerheid voor biologische pluimvee- en varkenshouders
De mogelijkheid om maximaal 5% gangbaar geteelde eiwitrijke grondstoffen te voeren in de biologische sector, zou eind 2026 aflopen. Biologische eiwitbronnen met de juiste aminozuren, zoals methionine en lysine, zijn nog onvoldoende beschikbaar. Zonder deze grondstoffen ontstaan tekorten in het rantsoen, met risico’s voor diergezondheid en dierenwelzijn. LTO en Biohuis pleitten daarom voor verlenging van de derogatie en voor ruimere regels voor jong pluimvee. Het akkoord verlengt de derogatie tot 2036, voor varkens en pluimvee van alle leeftijden. Positief is dat de nieuwe regel zekerheid geeft, maar helaas zet de algemene ontheffing voor varkens en pluimvee wel een stap terug in de sectorale ambitie om biologische dieren op termijn 100% biologisch te voeren. De Commissie kan de derogatie vanaf 2031 alleen eerder beëindigen als er aantoonbaar voldoende biologisch eiwitvoer beschikbaar is.
Glastuinbouw: geen verplichte peulvruchten meer in de kas
Biologische glastuinders telen in de volle grond en vallen daarom onder dezelfde eisen voor bodemvruchtbaarheid als biologische telers buiten, waaronder de verplichting om naast gewasrotatie, ook zowel groenbemesters als peulvruchten (vlinderbloemigen) te telen. In de kas heeft dat geen landbouwkundige meerwaarde en kost het waardevolle teeltruimte. Op voorstel van LTO en Biohuis is die verplichting voor kassen wat verlicht. De bodemvruchtbaarheid wordt er voortaan op peil gehouden met vruchtwisseling, kortlopende groenbemesters en plantendiversiteit: een praktische oplossing die past bij de biologische principes.
Minder regeldruk voor de hele biologische sector
Naast deze twee punten levert het vereenvoudigingspakket ook bredere winst op voor biologische boeren, tuinders en ketenpartijen:
- Minder certificeringslast voor kleine bedrijven: kleine ondernemers die onverpakte biologische producten rechtstreeks aan consumenten verkopen, kunnen worden vrijgesteld van certificering tot een omzet van €40.000 (gemiddeld over vijf jaar) in plaats van €20.000. De volumegrens gaat van 5.000 naar 10.000 kilo. Onder voorwaarden geldt de vrijstelling ook voor kleine onlineverkopers van voorverpakte producten.
- Een eerlijker speelveld met import: producten uit landen met een gelijkwaardigheidsregeling mogen het EU-biologo alleen voeren als ze voldoen aan aanvullende Europese eisen. Er komt geen uitzondering voor gebruik van het EU-logo bij minder dan 5% niet-conforme ingrediënten.
- Meer ruimte bij beweiding: niet-biologische dieren mogen onder voorwaarden voor beperkte tijd, en gescheiden van biologische dieren, grazen op biologisch grasland.
- Geen onnodige verspilling: producten die al volgens de huidige regels zijn geëtiketteerd, mogen worden verkocht tot de voorraad op is.
Hoe nu verder
Het akkoord moet nog formeel worden bekrachtigd door het Europees Parlement en de Raad, waarna de uitwerking in uitvoeringsregels volgt. LTO en Biohuis blijven deze ontwikkelingen volgen.