Column van Carla Hoetink
Wie de macht wil begrijpen, kan niet zonder particuliere archieven.
Het Nationaal Archief (NA) heeft de afgelopen weken voor beroering gezorgd met het voornemen zich uitsluitend nog op overheidsarchieven te richten. Archieven die niet door een overheidsinstelling zijn gevormd, worden voortaan helemaal niet meer opgenomen.
Van deze zogenoemde particuliere archieven bezit het NA duizenden meters aan materiaal: van maatschappelijke organisaties en ondernemingen (denk aan de VOC!) tot staatslieden en politici. Thorbecke, Drees, Vondeling, Klompé – het zijn slechts enkele van de grote namen wier papier bij het Nationaal Archief berust. Tant pis voor Rutte, Kaag en Jetten – als het NA bij zijn besluit mag blijven, zien zij hun naam nooit in dat rijtje bijgezet.
Ter verdediging voert het Nationaal Archief aan dat overheidshandelen voldoende te reconstrueren is enkel op basis van de archieven van overheids- en staatsinstellingen. Heel Den Haag weet dat het anders werkt. Elke beleidskeuze is uiteindelijk een politieke keuze, en veelal de uitkomst van een publiek debat. En als dat niet het geval is – en onduidelijk is hoe een besluit zich heeft gevormd – zijn ook daarvoor particuliere archieven van belang. Daar vinden we vaak wat elders ongedocumenteerd is gebleven.
De vereniging van archivarissen wijst erop dat het besluit van het NA op een opmerkelijk moment komt, nu de nieuwe Archiefwet juist erkent dat particuliere archieven ‘van groot belang kunnen zijn voor onderzoek en cultureel erfgoed’.
Leest u verder via:
https://www.parlement.com/column/202609/waar-moeten-rutte-kaag-en-jetten-met-hun-archief-nog-heen?