Allerliefste Tina,
Je schreef me dat de rust in het dunbevolkte Noorwegen je zo aanspreekt. Ik begrijp dat helemaal!
In Friesland mogen wij nog best van geluk spreken, in dat opzicht. Nederland raakt aardig vol. Zelf denk ik dat veel van de problemen die we hier ervaren juist dáár op zijn terug te voeren: we zitten elkaar te vaak in de weg.
Doe je drie muizen in een schoenendoos, dan leven die vreedzaam samen. Maar stop je er tien of meer in, dan beginnen ze aan elkaar te knagen…
Na zo’n zomervakantie met een paar goede boeken in Terrassia, ik bedoel gewoon thuis in mijn achtertuin met een koppie thee op het terrasje, reis ik dan in het najaar altijd graag naar Frankrijk: zeventien keer zo groot als Nederland en net iets meer dan drie keer zoveel inwoners. De mooiste tijd breekt nu pas aan, want zo’n zomer met een hittegolf van bijna twee maanden tegen de veertig graden, dat is ook niet alles…
Nu komen de lekkerste maanden. De ruimte! De rust! Zoveel plekken met garantie op complete stilte. Zulke gebieden bestaan in Nederland niet meer. Je merkt het ook meteen aan mensen: Fransen maken zich nergens druk om, welnee!
Fransen trekken gerust drie uur uit voor het middageten: zij werken om te leven, terwijl die calvinistische Nederlanders nog altijd heilig geloven dat je leeft om te werken!
Dat typisch Nederlandse: overal files, barstensvolle treinen, altijd drukke wachtkamers, overal en eeuwig verkeer, die doorlopend wat nerveuze druk en spanning met alom lawaai… Je ziet het al op steeds meer plekken fout gaat, de instanties kunnen het allang niet meer aan, waardoor mensen nog verder geïrriteerd raken. Zelf vrees ik dat die voortdurende onrust aan mensen knaagt, het kan op den duur niet goed zijn voor gemoedsrust.
Een beetje kalmte heeft een mens soms nodig. Denk ik zomaar. Ik kijk er zó naar uit om weer naar het zuiden te rijden, op m’n dooie akkertje, zodra iedereen in Nederland weer terug is, op school en aan het werk. Heb jij nog plannen?
Liefs en hartelijks van je
Tinus
Beste Tinus,
Je snijdt het thema van het interessante arbeidsethos aan, dat in nogal wat studieboeken van de vorige eeuw werd genoemd. Ergens kan ik me nog herinneren dat de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) over interessante stellingen schreef, die gingen over de de relatie tussen protestants gerelateerde arbeidsethiek en kapitalisme.
Tegelijk gaan mijn gedachten uit naar de onlangs overleden protestantse CDA-coryfee Elco Brinkman: het politieke talent dat door Hans Wiegel in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gepromoot. Brinkman werd op 34-jarige leeftijd minister, daarna fractieleider van het CDA en sneuvelde als bewierookte opvolger van Ruud Lubbers, toen deze in 1994 verkondigde niet op lijsttrekker Brinkman te stemmen maar op Hirsch Ballin, de nummer drie op de toenmalige lijst van het CDA.
Desondanks keerde Brinkman in 2011 terug in de vaderlandse politiek. Hij vervulde toen het fractievoorzitterschap van het CDA in de Eerste Kamer tot in 2019.
Momenteel is het lastig om een logische politieke lijn in het minderheidskabinet van D66-premier Rob Jetten te ontdekken. Hij kan een beetje over links en een beetje over rechts voorstellen doen. Maar waar is dan de balans aan het eind?
Vanavond ga ik het me even gemakkelijk maken door patat met een gehaktbal en een kroket te eten. En als toetje een flinke hoeveelheid vanille ijs met slagroom. Wat eet jij vandaag, beste Tinus?
Lieve groet van Tina.
De vorige aflevering: