Categorieën
Boeken Cultuur Fryslân Literatuur Overpeinzingen uit Koudum

DE FRIESE VERHALENBUNDEL ‘LÊZE, BLINDER’

De Afûk was een beetje in de war, en dat kon niet van het warme weer komen. Ik kreeg namelijk een alleraardigst boekje van een jaar oud, maar in de begeleidende brief stond dat ‘de nieuwste uitgave’ van de Afûk meegestuurd was. De brief was van 28 mei, maar ik las hem pas ruim een maand later. Nu kwam op 28 mei de temperatuur in Leeuwarden nauwelijks boven de 20 graden, dus de warmte kan niet de oorzaak van de vergissing zijn. Ik ga er dan ook van uit dat De dûbele moard op ien professor precies naast Lêze, blinder gelegen heeft.

De dûbele moard op ien professor van Tsjeardsje Lamberts kwam uit in 2021.

Want dat zat dus in de envelop: Lêze, blinder (2025), een bijzonder aardige Friese verhalenbundel die gemaakt is als eerbetoon aan Jelle Krol, ter gelegenheid van zijn pensionering na ruim veertig jaar bij Tresoar. Krol was er onder meer werkzaam als collectiespecialist en vakreferent Friese literatuur. De bundel werd een jaar geleden, op 27 juni 2025, aan hem overhandigd als een verrassend liber amicorum.

Jelle Krol, foto van zijn Facebookpagina.

Het boekje is een toegankelijke verhalenbundel voor een breed publiek, maar de recensenten Lomme Schokker (op Ensafh) en Jacob Haagsema (Leeuwarder Courant) bekijken het boek vooral als een persoonlijk en literair eerbetoon aan Krol. De bundel bevat korte verhalen van tien hedendaagse Friese auteurs – vijf mannen en foute vrouwen – die een persoonlijke of professionele band met Krol hebben. Ook de omslag is betekenisvol: deze toont een schilderij van Johan Dijkstra dat jarenlang in Krols werkkamer in Tresoar hing.

De bundel Lêze, blinder laat allerlei soorten Friese verhalen zien en is door de kwaliteit van de verhalen en de diversiteit in thema’s en genres niet alleen een passend eerbetoon aan Jelle Krol, maar ook een waardevolle bundel voor degenen die graag Fries lezen. Of voor mensen die eens kennis willen maken met de Friese literatuur.

Vier verhalen verwijzen vrij rechtstreeks naar Krols leven en werk. Zo wordt hij als het ware geportretteerd als een ‘boekenmannetje’ (bij Marijke de Boer), figureert hij in een toekomstverhaal over de Friese literatuur (in het eerste verhaal, van Jetske Bilker) en staat hij in de verte model voor een toegewijde bibliotheekmedewerker (bij Bouke Oldenhof).

Andere bijdragen bevatten subtielere verwijzingen naar zijn interesses of naar de Friese literaire wereld, bijvoorbeeld via taalonderzoek, literaire eigenaardigheden of de onderlinge verhoudingen tussen schrijvers. Slechts twee verhalen lijken geen duidelijke relatie met de jubilaris te hebben en een van die twee verhalen trof mij het meest. Daarover straks meer, eerst over een ander verhaal dat mij bijzonder amuseerde.

Goffe Jensma. © Sjieuwe Borger

Oud-hoogleraar Fries Goffe Jensma schreef het verhaal ‘In feline taaleksperiment’. Hierin gebruikt hij de klassieke manuscriptfictie: hij heeft het door hem beschreven ‘onderzoeksverslag’ achter in zijn boekenkast gevonden. De onderzoeker – die qua achtergrond wel wat weg heeft van Jensma – doet een ‘idioot’ onderzoek: tegen één van zijn twee katten spreekt hij voortaan Fries, tegen de ander Gronings. De vraag is of hij dat vol kan houden en tot natuurlijk gedrag kan maken.

Het tamelijk absurde uitgangspunt van het onderzoek en het resultaat zijn de bouwstenen voor een ironische beschrijving van sommige kanten van de academische wereld. De uiteindelijke ‘positieve’ uitkomst van het onderzoek wordt gekoppeld aan het binnenslepen van royale subsidies. De conclusie van het verhaal heeft dan ook een cynisch kantje: in de wetenschap is een onderzoek geslaagd zodra het de weg vrijmaakt naar een nieuwe, goedgevulde subsidiepot – hoe idioot het experiment in de praktijk ook is.

Voorkant van Hiemhûn, een Friese verhalenbundel van Ytsje Hettinga uit 2021.

Een heerlijk verhaal, maar een totaal ander verhaal dat mij net zo trof, is dat van Ytsje Hettinga. Ja, ik ben natuurlijk niet echt onbevooroordeeld, want Ytsje woont in Koudum en is dus een dorpsgenoot van me. Het verhaal ‘Angelje’ van haar hand zou je met recht een ouderwets verhaal kunnen noemen. Maar dan zeker ook in de meest positieve zin van het woord, want dit subtiel opgebouwde verhaal getuigt van puur vakmanschap en tijdloze kwaliteit. Dat begint al met de – achteraf begrepen – dubbelzinnigheid van de titel.

Ytsje Hettinga, foto afkomstig van de achterflap van Hiemhûn.

En verder zit het hem in de hechte en zorgvuldige opbouw van het personaal vertelde verhaal, dat gaat over een oudere vrouw die na de dood van haar man alleen woont. Ze krijgt bezoek van een oude kennis die haar voortdurend vragen stelt. De vrouw weet niet zo goed raad met het bezoek van de man. Ytsje Hettinga heeft veel toneelwerk geschreven en dat zie je terug in de knappe dialogen waar het ongemak van de ontmoeting vanaf druipt.

Voorkant van Wat stiller wat better, het boek dat de vrouw in het verhaal van Ytsje Hettinga leest.

Het klikt ook niet echt tussen de twee personages: de vrouw leest bijvoorbeeld graag Fries, ze is bezig in de Friese vertaling van een Nederlandse roman van F. Springer. De man leest geen Fries, want ‘het gaat over van alles en nog wat, maar eigenlijk nergens over’. Ondanks dat ze de man het liefst af zou willen poeieren, blijft de vrouw beleefd. Het verhaal eindigt met een zowel voor de vrouw als de lezer even verfrissende als bevrijdende ontknoping. ‘Angelje’ is klassieke vertelkunst in de puurste vorm. Nu eens kijken of het verhaal dat Ytsje Hettinga leverde voor Yeeha!, de nieuwe Friese verhalenbundel die eind vorige maand verscheen, net zo boeiend is.

De nieuw verschenen verhalenbundel Yeeha!

.© Jelle van der Meulen