De fietshelm laat zich overal zien. Inmiddels zijn we niet meer verbaasd, overdonderd en onder de indruk. De kwantiteit van het veilige hoofddeksel is lastig in te schatten. Maar als ik over prachtige plattelandsweggetjes tussen Kimswerd en Pingjum en die tussen Makkum en Schraard rijd, en om de 500 meter tussen de twee en zes fietshelmen waarneem, zijn dat er over heel Fryslân een aanzienlijk aantal.

Het zijn merendeels senioren met een fietshelm op. Ze dragen dat ding voor de veiligheid. Echter, een beetje stabiel kunnen fietsen is eveneens belangrijk. De helm is een soort van ei op je hoofd. Uit de verte kun je dat reeds waarnemen. Dichtbij gekomen oogt het ding minder mooi. En iedere andere verkeersdeelnemer heeft dat ronduit te accepteren.

Er zijn gezinnen die door Fryslân fietsen, ook de kinderen zijn dan voorzien van een fietshelm. Natuurlijk hebben moeder en vader geen korting gekregen op de aangeschafte helmen. De fietsenverkoper prijst die dingen natuurlijk in overdreven mate aan uit het oogpunt van verkeersveiligheid. Er kan onderweg zomaar een wilde stier losbreken of een kudde schapen steekt een landweg op het Fryske platteland over. Als dan van schrik het voltallige gezin al fietsend omvalt, beschermt die helm de hersenpan.

Geregeld hoor ik toeristische fietsers Duits of een andere taal spreken en het valt op dat ze dicht op elkaar fietsen. Hier en daar steken ze aan voor een verfrissende consumptie en genieten van de gevels van achttiende-eeuwse koopmanshuizen. En bij bezoek aan een cultuurhistorische kerk houden die beste brave toeristen de fietshelm op. Het is een sportieve cultuurdrager geworden.

Een fietshelm is eigenlijk een onderdanig burgerlijk ding. Er komt dus geen revolutie uit voort. Het hoofddeksel is een voorbeeld van aangepast gedrag in de buitenlucht. Nergens maken de helmdragers in het verkeer trammelant. Ze volgen braaf de route op de kaart en bewegen de pedalen. Het enige wat een tochtje kan ontsieren is een plotselinge onweersbui of een groep overvliegende panikerende zeevogels die onwillig uitwerpselen laat vallen, maar daar biedt die geweldige en reusachtige fietshelm weer bescherming tegen.

Het kleurgebruik van de fietshelm kan sowieso gevarieerder. Wellicht stuur ik een vooraanstaande fietshelmontwerper en fabrikant een verzoek om de volgende serie helmen te verfraaien met luchtige, artistieke en verrassende afbeeldingen. Een vooraanstaand hoofddeksel als een fietshelm krijgt daarmee de waardering die het – niet alleen uit verkeersveiligheid – verdient.

Enkele nadelen van de fietshelm houden in dat te lange oren en niet bijgeknipte wenkbrauwen in overdreven mate opvallen. Misschien dat de landelijke fietsersbond daarover richting het ministerie van Verkeer met adequate voorstellen kan komen. Enkele jaren geleden zag ik op tv een fietsende minister met een helm op. Net toen ik het toestel uit wilde zetten, reed mijn buurman met zijn scootmobiel tegen de gevel van mijn nieuwe appartement. Hij overleefde de klap gelukkig en dat zonder een helm te dragen.
Wiebe Dooper