Categorieën
Opinie Politiek Sociaal Wonen

VIER BUREN, VIER HUREN

Door Carla van der Hoek, SP Súdwest-Fryslân

Loop door een willekeurig huizenblok met sociale huurwoningen en je zult zien dat geen enkele huurder dezelfde woonlasten heeft.

In de ene woning woont een huurder die na jaren wachten eindelijk een sociale huurwoning heeft gekregen. Alleen is het huis nog niet geïsoleerd. Geen extra isolatie, geen ventilatiesysteem, geen zonnepanelen. De huur is lager, maar iedere maand verdwijnt een flink deel van het inkomen via de energierekening. Verhuizen is nauwelijks een optie door de schaarste aan betaalbare woningen en de ellenlange wachtlijsten.

Even verderop woont een huurder in vrijwel dezelfde woning. Alleen is deze inmiddels volledig gerenoveerd en verduurzaamd. Dankzij het tweehurenbeleid betaalt deze huurder een lagere huur omdat het inkomen binnen de aftoppingsgrenzen valt. De woning is comfortabeler, de energierekening veel lager en onder de streep is deze huurder vaak goedkoper uit. Verhuizen levert vooral hogere woonlasten op, dus ook deze huurder blijft zitten waar die zit.

Daarnaast woont iemand die zich een slag in de rondte werkt. Twee banen, lange dagen. Maar omdat het inkomen nét te hoog is voor allerlei regelingen, wordt voor diezelfde gerenoveerde woning een aanzienlijk hogere huur betaald. Meer werken levert niet automatisch meer financiële ruimte op. Verhuizen schiet niet op want voor een andere huurwoning wordt hetzelfde of meer betaald,.

Huurder nummer vier ook in hetzelfde blok, al twintig jaar of meer. De huur is laag gebleven. Voor de zonnepanelen wordt wat extra betaald, maar door de lage huur én de lagere energiekosten houdt deze huurder netto vaak het meeste geld over. Verhuizen naar een andere woning zou aanzienlijk meer geld kosten, dus blijft deze huurder zitten waar die zit.

Vier buren. Vier huren. Vier totaal verschillende woonlasten. Terwijl het gaat om vergelijkbare woningen in hetzelfde huizenblok.

Het begon ooit met een begrijpelijk doel: goede en betaalbare woningen voor mensen met een laag inkomen. Maar ergens ontstond er discussie over het zogenaamde scheef wonen. Mensen die inmiddels een behoorlijk inkomen hadden, woonden nog steeds in een goedkope sociale huurwoning. Dat moest worden aangepakt.  

Vervolgens kwam passend toewijzen. Om mensen te beschermen tegen een te hoge huur mochten de laagste inkomens niet langer in de duurdere sociale huurwoningen terechtkomen.       

Daarna kwam de verduurzamingsopgave. Woningen werden in hoog tempo geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen. Dat was goed voor het klimaat en voor de energierekening, maar had ook een keerzijde, door de hogere huurprijzen van verduurzaamde woningen werden deze voor veel lagere inkomens moeilijker bereikbaar.                                           

Dus jawel nog maar een oplossing: het tweehurenbeleid. Dezelfde woning kan voortaan twee verschillende huren hebben, afhankelijk van het inkomen van de huurder.

Iedere maatregel had zijn eigen logica. Maar samen hebben ze een systeem opgeleverd waarin vergelijkbare woningen leiden tot heel verschillende woonlasten, de verschillen tussen huurders steeds groter worden en de doorstroming steeds verder vastloopt.

Het vreemde is dat we vooral kijken naar de huurprijs, terwijl mensen hun rekeningen betalen van wat er aan het einde van de maand overblijft. Niet de kale huur, maar de totale woonlasten bepalen of wonen betaalbaar is.

Waar we het vanzelfsprekend vinden dat een burgemeester niet financieel vastloopt door woonlasten. Vinden we dat blijkbaar niet zo normaal voor de vakkenvuller, de zorgmedewerker, de lasser, de gepensioneerde en al die andere mensen uit de werkende klasse die ons land draaiende houden.

De SP kiest daarom voor een eenvoudiger uitgangspunt. Niet het inkomen, niet het jaar waarin iemand de woning kreeg toegewezen en niet een wirwar aan uitzonderingen moeten centraal staan, maar de totale woonlasten. Wie in een slecht geïsoleerde woning woont en daardoor hogere energiekosten heeft, hoort niet slechter af te zijn dan iemand in een vergelijkbare energiezuinige woning. En wie meer uren gaat werken, moet daar ook daadwerkelijk iets van terugzien in de portemonnee.

Een woning is geen luxeproduct maar een basisbehoefte. Daarom zouden betaalbaarheid, menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit weer het uitgangspunt van het huurbeleid moeten zijn. Niet de vraag wie het meest kan betalen, maar of iedereen fatsoenlijk kan wonen en voldoende overhoudt om van te leven.

Goede woningen tegen eerlijke woonlasten. Niet meer, maar zeker ook niet minder. Dat was ooit de bedoeling van sociale volkshuisvesting, en dat zou het weer moeten zijn.