80 jaar geleden schonk Weesp als dank voor oorlogshulp gebrandschilderde ramen aan Bolsward
De oude binnenstad van Bolsward kent een groot aantal opvallende cultuurhistorische elementen op een relatief klein oppervlak. Een bijzondere bebouwing met monumentale kerken en huizen, een middeleeuws straten- en grachtenpatroon en bijna 80 rijksmonumenten, 107 gemeentelijke monumenten en een ‘beschermd’ stadsgezicht behoren tot de opvallende elementen die daarin en daarop zijn aangebracht. We hoeven daarvoor beslist geen eeuwen in de geschiedenis terug te gaan, want ook moderne kunst is aanwezig.
Na de oorlogsjaren heeft de gerenommeerde glazenier Louis Boermeester op twee plaatsen kunstzinnige elementen in bijzondere gebouwen binnen Bolsward aangebracht: in het maniëristische stadhuis en aan de gotische Sint Maartenskerk.
Beide kunstwerken, glas-in-loodramen, hebben een band met W.O. II en beelden gevolgen van de Duitse bezetting uit. Ze worden gerekend tot de hoogtepunten van de naoorlogse glazenierskunst in Nederland. En, helaas, vele Bolswarders kennen de werken niet eens.
Louis Boermeester
Boermeester (1908 – 1992) beoefende een breed scala aan intrigerende kunst, van ontwerper, tekenaar en glasschilder tot aan glazenier met glas-in-loodramen in vele monumentale gebouwen. En dus ook in Bolsward, waar hij hier oorlogsherinneringen vastlegde. Na een opleiding in Amsterdam aan de Rijksakademie van beeldende kunsten was hij onder meer werkzaam in Haarlem bij de wereldberoemde firma Joh. Enschede (als ontwerper van opdrukken van papieren geld o.a.), Amsterdam, Ambler (V.S.), opnieuw Amsterdam, Frankrijk en Italië.

Na de oorlog ontving Louis Boermeester, samen met zijn ouders, de Yad Vashem onderscheiding wegens hulp aan Joodse onderduikers. Ze werden in en rond zijn atelier ondergebracht. Bijna 6.000 Nederlanders hebben deze onderscheiding na de oorlog mogen ontvangen.
Moderne kunst in het voormalige stadhuis
Laat ik me in deze bijdrage beperken tot de drie glas-in-loodramen die dit jaar 80 jaar geleden aangebracht zijn in de toenmalige secretariële afdeling die tijdens de oorlogsjaren tegen het oorspronkelijke stadhuis is aangebouwd. Elders schreef ik al over de bijzondere wijze waarop deze aanbouw in die oorlogsjaren tot stand kon komen. Vanuit de ontvangstruimte van het nieuwe cultuurhistorische centrum ‘De Tiid’ zijn deze ramen, omhoogkijkend, eveneens te zien.

Dit indrukwekkende drietal glas-in-loodramen op de verdieping van de voormalige secretarie geeft de historie weer van oorlogscontacten tussen Bolsward en de stad Weesp, tegenwoordig onderdeel van de gemeente Amsterdam. In het middelste venster is de geschiedenis weergegeven van de (voedsel-)hulp die Bolsward tijdens de z.g. hongerwinter en meteen na de oorlog de inwoners van Weesp bood. Links het raam waarin zich het wapen van Bolsward bevindt en in het rechter venster dat van Weesp. De verdere invulling is door de kunstenaar op een creatieve, vaag expressionistische, wijze vorm gegeven met afbeeldingen die verwijzen naar de hongerende bevolking, boten, (oorlogs-)luchten, water en gebouwen van beide steden. Met daarnaast als duidelijk symbool de kleur blauw, verwijzend naar het water van het IJsselmeer.
Contact Weesp en Bolsward

Tijdens het schrijven van het boek ‘Bolsward in Oorlogstijd’ (uitgave 2007) stuitte ik, uiteraard, op de contacten die er aan het einde van de oorlog zijn geweest tussen de steden Weesp en Bolsward. Bolsward zou hulp hebben geboden door Weesp tijdens de ‘hongerwinter’ te voorzien van voedsel, zo luidden de verhalen. Toen ik in Weesp deze verhalen wilde verifiëren, bezocht ik de toen nog zelfstandige gemeente nabij Amsterdam. Het afgesproken contact met de gemeentelijk archivaris leverde geen definitieve helderheid op omtrent dit verhaal.
Enige tijd later kreeg ik een telefoontje van dezelfde archivaris. Hij adviseerde me om contact op te nemen met Dick van Zomeren (1939 – 2024), oorspronkelijk journalist, die vele verhalen en enkele boeken over de geschiedenis van de stad Weesp had geschreven. Ondertussen was mijn boek over Bolsward in die oorlogsjaren al uitgekomen. Wat ik eventueel te weten zou komen, kon dus niet meer opgenomen worden in dit werk. Toch heb ik later contact gehad met Van Zomeren. Hij was woonachtig in Weesp en bleek een zeer behulpzaam man te zijn die ontzettend veel van de historie van Weesp afwist. Hij beschreef o.a. de geschiedenis van de joden in Weesp. Daarin valt op dat er al in 1943 geen joden meer woonden binnen de gemeente.


Ook Weesp had zeer te lijden onder de gevolgen van de Hongerwinter, ’44 – 45’. De oproep van de Nederlandse regering in Londen om vanaf half september 1944 een spoorwegstaking te organiseren, kende een wreed vervolg. De opmars van de geallieerden bleef halverwege het land steken, waardoor de voedselbevoorrading vanwege de spoorwegstaking stokte en leidde tot een humanitaire ramp voor dat deel van het land dat nog niet bevrijd was, met name in het westelijk deel van Nederland.
Aardappelen
Niet helemaal helder is de wijze waarop het contact tussen Weesp en Bolsward tot stand kwam (wellicht via de eerdere en latere Weesper burgemeester Melle Dotinga, (1926 – 1942, en 1945 – 1950), een Fries, maar Bolsward bleek bereid om 25.000 kilo aardappelen van het ras Bevelanders beschikbaar te stellen. Weesp diende zelf voor het vervoer te zorgen. Eerste kerstdag 1944 verzocht de gemeente Weesp de plaatselijke beurtschipper Otto om dat vervoer te regelen. Al meteen tijdens die kerstdagen voer Otto over het IJsselmeer, richting Friesland. De riskante overtocht naar Workum, waar de aardappelen aan boord werden gehesen, verliep gelukkig rustig. Een dag later bereikte Otto Weesp, waar de aardappelen eerst werden opgeslagen in de chocoladefabriek van Van Houten en spoedig daarna aan de hongerige bevolking uitgereikt.
Bolsward leverde in de dagen rond de bevrijding nog vijf keer aardappelen aan Weesp, de laatste keer op 28 mei 1945; ruim een maand later dan de dag waarop Bolsward bevrijd was, op 16 april, even na middernacht.
Die laatste uitreiking van aardappelen ging vergezeld van het verzoek van het voorlopig bestuur van Weesp aan de plaatselijke bevolking om wat geld te doneren voor een waardig cadeau aan het Friese Bolsward. De opbrengst van die collecte leverde 1476 gulden op, waarna de gemeente dat bedrag afrondde op fl. 1500,=.

Op initiatief van de toenmalig tijdelijk burgemeester Siebren van Tuinen besloot het geïmproviseerd samengesteld bestuur van de Gysbertstêd in augustus 1945, na overleg met Weesp, te kiezen voor glas-in-loodramen op de eerste verdieping van het net gereedgekomen aangebouwde deel (de secretarie) naar ontwerp van de kunstenaar Louis Boermeester. Dat uiteindelijke verzoek werd aan de gemeente Weesp voorgelegd en deze ging akkoord. De ramen werden vervolgens in Haarlem gemaakt. Ik heb in de archieven niet kunnen ontdekken welke beweegredenen en besluitvormingen aan die keuze ten grondslag lagen, maar dit initiatief was duidelijk een goed doordacht en verrijkend besluit van de steden Bolsward en Weesp!
Op dinsdag 19 maart 1946, ongeveer een jaar na de tweede en derde uitgifte van de aangevoerde aardappelen, werden de ramen door Weesp officieel overgedragen aan de gemeente Bolsward.

Het centrale raam waarin duidelijk de hongersnood onder de bevolking uitgebeeld wordt en symbolen (torens) van beide steden, verbonden door het blauw, van water en lucht, het geheel vormen.
Het vrachtschip van Otto is eveneens prominent aanwezig op het glas-in-loodraam. Wellicht is van dit venster ook de religieuze versie Geloof, Hoop en Liefde af te lezen.

Het eerste wapen van Bolsward, dat van 25 maart 1818, werd als volgt omschreven: “Van goud beladen met een dubbele zwarte arend. Het schild gedekt met een kroon en ter wederzijde vastgehouden door een klimmende leeuw in natuurlijke kleur.” Boermeester gaf er hier een eigen creatieve weergave van.
Op 30 december 1955 kreeg de gemeente een nieuw, aangepast wapen. Het blazoen was gelijkend aan het vorige, met een paar kleine verschillen: “In goud een dubbele adelaar van sabel, gebekt, getongd en gepoot van keel. Het schild gedekt met een keizerskroon van goud, gevoerd van keel en gehouden door 2 omziende leeuwen van goud, getongd en genageld van keel.”

Dirk Jorritsma


De dichtregels aangebracht op twee van de drie ramen, ‘Nooit kostelijker vracht voer uit deez Hanzestad dan Overzee naar Weesp toen Holland Honger had’, zijn van de hand van de in Bolsward geboren dichter Dirk Jorritsma, 1907 – 2001. (Zie voor meer over Jorritsma de serie ‘De Vrienden van Frits van der Meer’).

Het wapen van Weesp is het wapen van de voormalige Noord-Hollandse gemeente Weesp, nu opgegaan in de gemeente Amsterdam (2022). Het wapen wordt sober, zonder schildhouders of kroon, gevoerd. Dit wapen is op 26 juni 1816, namens Koning Willem I, door de Hoge Raad van Adel vastgesteld.

Na de oorlog hebben nog diverse uitwisselingen tussen Weesp en Bolsward plaatsgevonden, waaronder het houden van een voetbaltoernooi tussen clubs uit Weesp (Rapiditas” en The Victory) en Bolsward (C.A.B. en R.E.S.), afwisselend in Bolsward en Weesp.
Tenslotte

Een van de twee glas-in-loodramen van de hand van Louis Boermeester die aanwezig zijn in de zuidwestelijke muren van de Sint Maartenskerk. Ze zijn daar pas in 1955 aangebracht, omdat eerst de grote restauratie van het laatmiddeleeuwse gebouw afgerond diende te zijn.
n.b.
(Ik weet nog dat de beide oorspronkelijke ontwerpmodellen van deze beide ramen, getekend op stevig papier en in forse rollen, de gemeente werden aangeboden en dat ze een tijdje op mijn kamer stonden. Daarna heb ik daar aantekeningen van gemaakt en die in het toenmalige archief ondergebracht. Waar de rollen zich nu bevinden: geen idee).
Willem Haanstra ©
Bolsward, mei 2026.
Geraadpleegde bronnen:
= mondelinge informatie van Henk Andela (1912 – 1999), destijds aanwezig als ambtenaar bij de besprekingen aangaande het Weesper geschenk aan Bolsward;
= archief van de voormalige gemeente Weesp;
= archief voormalige gemeente Bolsward;
= Dick van Zomeren: ‘Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Weesp’ en ‘Weesp in Oorlogstijd’, en mondelinge contacten;
= Bolswards Nieuwsblad, jaargang 1945/1946.
= Met dank aan Irene Venema voor de prachtige foto’s.