Door Arend Hazekamp
De vluchteling is momenteel weer de zondebok. In de jaren dertig van de vorige eeuw was de vluchteling evenmin populair. Na de machtsovername van Hitler kwamen er duizenden vluchtelingen uit Duitsland naar Nederland. De veelal illegale politieke vluchtelingen werden veelal door hun Nederlandse geestverwanten opgevangen.
De Duitse geestverwanten van de vrije socialisten arriveerden doorgaans in Amsterdam, waar hen onderdak werd verleend. Voor de organisatie van dit (illegale) werk had de Sociaal-Anarchistische Actie (SAA) Amsterdam opgedeeld in acht wijken.
Een gezin dat gastvrij veel vluchtelingen opnam, was dat van huisschilder Rinus te Slaa. Rinus werd in de zomer van 1938 secretaris van het Fonds Internationale Solidariteit (FIS) dat financiële hulp bood aan deze vluchtelingen.
Rinus te Slaa en zijn gezin boden onderdak en hulp aan geestverwanten uit Duitsland. In 1933 vervoegden de eerste twee vluchtelingen uit Hitler-Duitsland zich bij hem. Zij woonden toen op driehoog in de Warmondstraat in Amsterdam.

Deze Duitsers wilden bijdragen aan de kosten van hun onderhoud door jenever te stoken, maar dat kon op weinig waardering rekenen bij principiële geheelonthouders als de Te Slaa’s.
Hun huis werd een pleisterplaats voor vluchtelingen. In totaal verbleven er zo’n zestig, de meesten voor korte tijd. Geen van hen werd opgepakt. Zoon Ruud bracht hen vaak naar andere adressen.
Om de vluchtelingen veilige vluchtwegen aan te kunnen bieden, onderhield het FIS contacten met geestverwanten in het buitenland. Rinus bracht vluchtelingen naar de Belgische grens. Via Antwerpen wisten sommigen per boot naar Amerika te vluchten, anderen trokken via Frankrijk naar Spanje.
Eens per maand bezocht hij in Brussel geestverwant en publicist Hem Day (pseudoniem van Marcel Dieu) om met hem over vluchtwegen en opvang te overleggen. Om diezelfde reden bezocht hij in Parijs de bekende Duitse anarchist Augustin Souchy, die daar de centrale figuur was van een groep Duitse vluchtelingen.
In de Warmondstraat meldde zich bij Rinus te Slaa ook een Duitse infiltrant. Hij deed zich voor als communist en werd doorverwezen naar de communistische vluchtelingenorganisatie. De volgende dag deed de politie een inval bij de Te Slaa’s. Zij belden aan bij de benedenburen en liepen meteen door naar hun woning op de derde verdieping.
Een vluchtweg via het dak naar een nabijgelegen woning bood een ontsnappingsweg voor de vluchtelingen die zich daar op dat moment bevonden.

Meer lees je in het boek ‘Vrije socialisten in verzet 1940-1945’, verkrijgbaar in de betere boekhandel of via: https://www.uitgeverijlouise.nl/boeken/boek….